|
Goddeau: Jullie toetsenist mag zich aan zijn C4 verwachten? Bosschaerts: “Neen, want je kunt zijn synths wel als een gitaar doen overkomen. (Lacht). Echt waar: die kan met een distortion erop zijn keyboard als een grasmachine laten klinken als hij wil. Maar we spelen live nu al twee nieuwe nummers en die zijn toch iets meer rockgericht.”
Goddeau: De baslijnen van Lies doen vaak nogal disco-achtig aan, daarentegen. Bosschaerts: “Dat is Lies haar aandeel ja. Ik ben niet zo disco-achtig. Lies speelt gewoon erg sexy bas, supergroovy lijnen. Ze is daar heel goed in. Eigenlijk leven onze nummers pas als Lies en ik het eens zijn. Iedereen geeft wel altijd commentaar maar als Lies het met me eens is, dan is the sky the limit.”. Goddeau: Everybody in Mintzkov Luna is equal, but Lies and Philip are more equal? Bosschaerts: “Naah. Iedereen heeft zijn inbreng.” Goddeau: Als tekstschrijver blink je uit in intrigerende zinssneden als “Saints have no heart” of “the more is discussed, the more certain I am”. Bosschaerts: “Teksten, dat is zoeken. Het interesseert me niet om te verklaren waarover die gaan. Zelfs al handelen ze over iets, dat boeit me niet en ik weet dat ook niet graag van andere artiesten wat ze bedoelen: het maakt iets kapot. Ik kan je dus enkel vertellen hoe ik te werk ga: boeken lezen, films kijken, ... Ik ben zelf niet Engelstalig, dus ik moet er iets op vinden: ik schrijf gewoon woorden en zinnetjes op die ik tegenkom en probeer daar dan linken tussen te vinden, te spelen met metaforen.” “Het zinnetje “The more is discussed the more certain I am” heb ik uit de biografie van Captain Beefheart: een absolute tiran als het op muziekmaken aankomt, die met kruisbogen op zijn groepsleden schoot. Op een gegeven moment vroeg men hem hoe hij wist of een nummer goed was. Dat zinnetje was zijn antwoord.” Goddeau: Philip Bosschaerts heeft dus geen persoonlijk verhaal dat hij per sé aan de wereld kwijt moet? Bosschaerts: “Save the world! Neen; alles vertrekt bij de muziek, de melodieën, en dan zoek ik naar teksten die er bij passen. Niet dat ik teksten niet belangrijk vind, ik werk daar heel hard aan. Ik zoek niet gewoon wat toffe coole zinnetjes bij elkaar. Maar ik heb gewoon geen zin om er veel aan uit te leggen. Het is nogal raar om te zeggen dat ze over mij handelen, zelfs al is dat wel zo. Joni Mitchell zei het ooit mooi toen ze zei dat alles wat ze zingt over haarzelf gaat, maar dat ze wel probeert om het zo universeel mogelijk te verwoorden. Dat is ook wat ik wil.” Goddeau: Op de Rockrally speelden jullie “Obsession” van Army Of Lovers. Spelen jullie tegenwoordig nog zo’n van de pot gerukte covers? Bosschaerts: “Tijdens soundchecks speel ik vaak “Careless Whispers” van George Michael. Gewoon omdat ik dat een bloedmooi nummer vind met een erg sterke tekst. En “Turn the tide” van Sylver spelen we ook af en toe: als je dat enkel op gitaar speelt, dan is dat een héél mooi nummer.” “Dat was vooral toen we twee jaar geleden een tourtje als voorprogramma van Sophia deden. Toen kwam Robin Propper-Sheppard zeggen dat hij dat een erg mooi nummer vond. Wacht maar tot je het origineel hoort, zei ik hem. Maar dan nog: hoe fout het ook is, het heeft iets. Op Jim tv hebben ze er dj Wout van Sylver al over aangesproken – hij is ook van Lier – wat ons toch een ‘respect’ van hem opleverde.” Goddeau: Meestal voor een interview vraag ik vooraf in mijn omgeving eens rond wat ik de betreffende artiest moet vragen. Dat levert meestal niets op, maar deze keer bezorgde een klassiek geschoolde vriend me echter volgend pareltje: vinden jullie het eigenlijk maatschappelijk verantwoord om niet-commerciële pop – eigenlijk een contradictio in terminis – te maken? Bosschaerts: “Absoluut. Er bestaat zoveel slechte muziek tegenwoordig. Don’t get me started on it. We verkopen geen honderdduizend cds, wij spelen uit idealisme: we kunnen enkel de muziek maken die we zelf goed vinden. En ik vind ons eigenlijk niet zo oncommercieel. Ja: soms is er al eens een gitaar overstuurd en flipt een keyboard. Maar we doen het niet om te verkopen. Al hopen we natuurlijk wel een milioen cds te verkopen. We zullen er aan werken.” “Er zijn veel groepen als wij die het zelf moeten doen omdat het onmogelijk wordt een platencontract vast te krijgen. En daar komen erg goeie dingen uit. Er zijn nog nooit zoveel kleine Belgische releases zijn geweest als vorig jaar. En het voordeel is dat er niemand over je schouder meekijkt om te zeggen wat kan en niet kan of hoe het zou moeten. Je staat zelf voor alle beslissingen: wat is de single, hoe ver ga je in die tegendraadsheid – zelfs al vind ik ons niet tegendraads – ga zo maar door. En dat is erg leerrijk.”
15 oktober 2004 |