Goddeau: Komt er ook een carnet de voyage van Brussel? Dupuy: "Ah ja! (lacht) Ik ga zodadelijk een tekening maken van de gigantische verlichtingspaal die hier voor het raam staat." Berberian: "Brussel heeft natuurlijk een duidelijk eigen karakter, zoals de meeste grote Europese steden. De jaren ’20 zijn daarin heel belangrijk geweest. Je ziet zo de cultuur uit die periode weerspiegeld in de steden. Horta, Gaudí en wie was dat ook weer in Parijs?" Dupuy: "Guimard." Berberian: "Ja, Guimard. Die drie hebben een duidelijke stempel gedrukt op hun stad. Het was een periode van grote veranderingen en dat zie je ook duidelijk in de architectuur en de sfeer van de stad. Gaudí en Horta werkten volgens gelijkaardige ideeën en waren zelfs vrienden. In die periode was je leven ook vrij duidelijk bepaald door de stad waar je leefde. Je ziet dat in de cultuurproductie van toen. In Brussel was die anders dan in Parijs of Barcelona. Ik zie ook heel graag de appartementsgebouwen uit de jaren ’30. Die zijn hier in Brussel zeer mooi zelfs. Persoonlijk…" Dupuy: "Merde, j’ai mis mon pull à l’invers! (hilariteit)" Berberian: "Ik had het al even gezien, maar wilde het niet direct zeggen. Ach ja, dat kan iedereen gebeuren." Dupuy: "Voila, dat is nu zo’n ding dat we kunnen gebruiken in onze volgende strips. Het zijn die details die we gebruiken om het alledaagse tastbaar te maken." Goddeau: Strips worden algemeen beschouwd als een subcultuur voor mannen die weigeren volwassen te worden. Jullie serie Mijnheer Johan kon mijn vriendin echter ten zeerste bekoren. Maken jullie dan vrouwenstrips?
Berberian: "Misschien is je vriendin een vrouw die niet volwassen wil worden. (lacht)" Dupuy: "Het grote probleem is dat strips oorspronkelijk voor kinderen bedoeld waren. De meeste strips zijn nog steeds voor kinderen, maar men probeert er al iets anders mee. Onze serie Henriette is bijvoorbeeld ook in eerste instantie voor kinderen bedoeld, maar kan ook volwassenen bekoren. Sinds enige jaren zijn er heel wat stripmakers opgestaan die andere dingen met het medium proberen te doen. In Mijnheer Johan praten wij bijvoorbeeld over het leven van volwassenen. De mensen van l’Association zijn vrienden van ons. Zij wilden aantonen dat strips voor volwassenen konden en dat buiten de puur inhoudelijke elementen ook met de vorm geëxperimenteerd kan worden zonder te elitair te worden. Strips zijn populaire cultuur en zogenaamd bedoeld voor het brede publiek. Maar wat is dat brede publiek eigenlijk? Wij maken de strips die wij willen maken en blijkbaar vinden jij en je vriendin die goed. We gaan echt niet voor een vaag gedefinieerd publiek werken. Nu, het grootste probleem blijft dat mensen denken dat strips voor kinderen zijn." Goddeau: Gelijk met de tentoonstelling verschijnt ook de Nederlandse vertaling van Journal d’un album, jullie veelbejubelde autobiografische strip. Dat album was mede bedoeld om enkele veelgestelde vragen ineens te beantwoorden. Dringt er zich geen nieuw dergelijk album op, om de vele vragen over dat album te beantwoorden? Berberian: "Journal d’un journal d’un album? We gaan ook niet overdrijven natuurlijk. (lacht) Nee, maar ik begrijp wel wat je wilt zeggen. Dat boek was inderdaad deels bedoeld om enkele typische vooroordelen te ontkrachten. Naar aanleiding van deze tentoonstelling hebben we een boekje en cd-rom gemaakt om voor eens en voor altijd de meeste gestelde vraag te beantwoorden: ‘Hoe doen jullie dat, met zijn tweeën een strip tekenen?’ We hopen nu eindelijk van die vraag verlost te zijn. Nu, Journal d’un album was ook vooral een project waarmee we enkele vragen voor onszelf wilden beantwoorden. Het was een moeilijke periode in ons leven waarbij we ons ook afvroegen of het nog zinvol was verder samen strips te maken. Je kunt in dat album ook heel wat van onze meer persoonlijke problemen uit die tijd terugvinden. Het maken ervan is wel belangrijk geweest voor ons. We probeerden toen nog vanuit een zeer persoonlijk perspectief de verhalen van mijnheer Johan te schrijven. De dingen die hij meemaakte, waren zeer sterk terug te voeren tot dingen uit ons leven. Met dat derde deel (Vrouwen en kinderen eerst, mvm) lukte dat niet meer. In Journal d’un album hebben we een deel van dat moeilijke proces beschreven. Sindsdien zijn we wat anders gaan werken. De filosofieën van Felix verzamelt verhalen die een beetje in die lijn liggen, maar die minder expliciet autobiografisch zijn."
1 maart 2002 |
|