The White Stripes :: Under Blackpool Lights

The White Stripes :: Under Blackpool Lights  
Print
    

The White Stripes zweren bij twee zaken: soberheid en het verleden. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat hun eerste DVD een loutere concertregistratie is opgenomen met super 8 MM camera’s: oud en zonder franjes zoals ze zelf het graag hebben.

ImageVerwacht u op deze DVD niet aan intrigerende of zelfingenomen commentaren van de heer White himself noch van zijn zuster/ex Meg. Ook de regisseur licht geen tipje van de sluier op over het waarom van de captatie van net dit optreden uit januari 2004 of een verantwoording voor de keuze van de camera’s. Wat overblijft is een knap staaltje camerawerk zoals we ons ook herinneren uit die oude concertarchiefbeelden. Qua locatie verkozen The White Stripes de Empress Ballroom in het Engelse Blackpool.

Compromisloos als altijd kiest het duo niet voor het snelle geld door te openen met een hit maar wel met “When I Hear My Name” uit hun debuut. Helaas wordt de song te slordig gespeeld om echt te beklijven maar gelukkig zet “Black Math” hen onmiddellijk terug op het juiste spoor waarna “Dead Leaves And The Dirty Ground” het optreden op kruissnelheid brengt. Het overheerlijke “I Think I Smell A Rat” had over Bush kunnen gaan en loopt probleemloos over in “Take A Whiff On Me” (Leadbelly), de eerste cover van de avond. “Astro”, eveneens uit hun debuut, sluit er naadloos aan waarna met Bob Dylans “Outlaw Blues” en “Jack The Ripper” (Screamin’ Lord Sutch) nog twee covers volgen.

Ademloos luisteren we vervolgens naar een bloedmooie versie van “Jolene” -- alweer een cover, Dolly Parton ditmaal. White mag dan wel technisch niet de meest begaafde zanger zijn, ‘Jolene” is een blijvend kippenvelmoment, dat vier jaar na datum nu ook door de radio opgepikt is. Bij “Hotel Yorba” lijkt The Empress Ballroom wel in vuur en vlam te staan, terwijl een grijnzende Jack White een samenzang met Meg aangaat.

”Death Letter” (een nummer van Son House) is het eerste nummer van op De Stijl dat we te horen krijgen en wordt hier aan een ander nummer van Son House gekoppeld: “Grinnin’ In Your Face”. Het wondermooie “Do”, één van de weinig echt trage nummers van The White Stripes werd op verzoek van voorprogramma Blanche gespeeld. Het nummer is an sich al genoeg reden om ook The White Stripes aan te schaffen. “The Hardest Button To Button” is de tweede tegenvaller van de set. Het nummer wordt te snel en te slordig gespeeld om echt te kunnen bekoren. Hoewel zoiets op een optreden niet opvalt, is het een kleine smet bij een registratie.

Jack en Meg White zijn niet de twee meest communicatieve mensen op deze aardkloot. Doorheen de hele set die een klein uurtje duurt, zal jack maar één keer Meg aanspreken. De paar keren dat hij het publiek aanspreekt zijn echter wel fantastisch te noemen. Zo verwijst hij naar The Beatles en Blackpool waarna hij eindigt met “born in the wright place but in the wrong time, that’s how I feel everyday.” Ook wanneer ze terugkomen voor enkele bisnummers, laat White zich van zijn humoristische kant zien wanneer hij het publiek bedankt omdat ze zichzelf zijn. De kers op de taart is echt wel zijn oproep aan het publiek om het einde van Boll Weevil, hun interpretatie van een Ledbetter-song, mee te zingen met de woorden: “even Meg will be happy”.

Doorheen hun set weten The White Stripes niet alleen hun recente songs te weven, maar weten ze ook bijna achteloos “hits”, oudere nummers en hommages in de vorm van vele covers te plaatsen. Het stoort niet dat ze “Seven Nation Army” voor de bis gehouden hebben, want hier was geen koude berekening mee gemoeid. Wie van The White Stripes houdt, krijgt verschillende songs van hun grote voorbeelden ingelepeld. Voor wie de groep enkel van hun “hit” kent, kan dit soort optredens een koude douche zijn, voor de echte muziekliefhebber is het een verademing.

15 december 2004


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com
azerty