|
Nauwelijks een jaar geleden was The Dresden Dolls nog een klein groepje waar geen kat van gehoord had. Toen verscheen hun ijzersterke debuutalbum en kende iedereen dat speelgoedmelodietje van "Coin-Operated Boy". Straks doet het duo de grote festivalpodia aan, eerst gingen wij nog even langs voor een diepe blik in de ogen van zangeres-pianiste Amanda Palmer.
Afgaand op de podiumprésence van The Dresden Dolls verwachtten we halvelings een soort Helga van Herr Flick te ontmoeten. En jawel: ook Palmer heeft een voorkeur voor jaretellen. Vandaag houden die echter gewoon twee lange grijze sokken op. Boven haar jeans. Het is een bizar gezicht, maar nog vreemder zijn de kronkelige lijntjes op de plaats waar haar wenkbrauwen horen te zitten: "tattoo of tekening?", zo vragen we ons af. We proberen onze blik bij de les te houden en stellen dan maar wat onschuldige vragen. Voor de rest blijkt Palmer immers een onverwacht aardige, jonge Amerikaanse meid zonder veel kapsones. Hoe komt een mens dan bij een beeldtaal terecht die rechtstreeks aan Cabaret en de Weimar-republiek refereert?
Palmer: "Dat lag niet aan één specifiek boek of één bepaalde film. Ik vond eenvoudigweg aansluiting bij die periode. Ik maak muziek op de piano sinds mijn tiende en toen ik 15 was schreef ik mijn eerste echte song. Maar eigenlijk luisterde ik niet veel naar pianomuziek. Ik vond niets dat leek op wat ik zocht, tot ik Kurt Weil ontdekte op mijn zeventiende: dat was een openbaring. En ook Brechts stukken vertelden me iets dat ik al lang zocht. In diezelfde tijd had ik ook nog eens een Duits vriendje. En zo viel de puzzel in elkaar." "Mensen — en zeker kunstenaars — hebben nu eenmaal de neiging terug te grijpen naar een bepaald tijdperk: de twenties, de sixties,… Periodes waarover je kunt fantaseren alsof ze het perfecte tijdvak waren om in te leven. Ik vind dat gevoel terug in die Weimartijd." goddeau: Met wat goeie wil zijn er ook vergelijkingen te maken tussen de opkomst van de Nazi’s toen en het huidige politieke klimaat. Palmer: "Interessant genoeg wel. Ik heb me dat lange tijd niet gerealiseerd, maar er zijn parallellen te trekken. Het politieke klimaat in de Verenigde Staten is verschrikkelijk. Iedereen in mijn omgeving is ongelofelijk gefrustreerd over de politieke stand van zaken en dat sijpelt door in de kunst die ze maken. Mensen zoeken naar een uitlaatklep: als het niet artistiek is, dan zoeken ze toch naar een soort van vrijplaats waar ze elkaar kunnen vinden. Je merkt dat mensen terug hongerig worden naar kunst die iets eerlijks probeert te vertellen, die niet bang is om anders te zijn en politiek durft te zijn."
15 juni 2005 |
|