Dour 2005 :: In vette letters te noteren

Dour 2005 :: In vette letters te noteren  
Print
    
Pagina 1 2 3

Vier dagen Dour is: thuiskomen met opengesleten hielen, nog drie dagen fijn zand snuiten, suizende oren en een huizenhoog slaaptekort. Maar het is ook: herinneringen aan tal van optredens in het achterhoofd. Met haar zeventiende en eerste uitverkochte editie hees Dour zich definitief op tot de top drie van de Belgische festivals. U begrijpt dat ook goddeau dan niet kon thuisblijven.

ImageDelegeren is fijn, maar soms krijgt zelfs een ervaren en strenge hoofdredacteur zijn medewerkers niet weggedelegeerd. Voor geen geld ter wereld (en zoveel omkoopbudget heeft de hoofdredactie niet) was een van onze mannen of vrouwen bereid het optreden van Sigur Rós (zie het verslag) te missen. Knarsetanden dat ze M83, Jaga Jazzists, Millionaire of Isis zullen missen, dàt wel ja, maar voor de IJslanders ging goddeau voor één keer iets té collectief plat.

Het wordt nadien een nachtelijk ritje naar Dour dus, en wanneer de goddeaumobiel eindelijk een tijdelijke parking vindt, gaat het richting The Herbaliser live. Nog even de beentjes losschudden op de tonen van een geweldige saxofonist en een eerste feestje van velen is nu al een feit. Toch maar iets van slaap halen voor het straks weer losbarst? Snel dan maar, voordat de zon helemaal op is.

Dag twee: Als een streep donkere eyeliner

Ondanks een programmering die al rond de middag hervat, is Dour een festival dat erg langzaam op gang komt. Voor een uur of vijf is het meestal met een vergrootglas zoeken naar de echte krenten in de pap, en dient een keuze gemaakt uit het soms onbekende (want Waals-Frans getinte) aanbod. "Een avontuurlijk randje" kun je dat noemen, al is het resultaat van die sprong in het muzikale duister op dag twee maar al te vaak een langgerekte geeuw.

Red Frequency Stage-openers Minerale liggen anders nog prettig in het gehoor: dit is fijne gitaarpop die ons bij momenten al eens aan Fence en een andere keer aan de jonge Millionaire doet denken. Al kan dat laatste ook liggen aan de krullenbol van de zanger die ons meermaals een gezondere Tim Van Hamel in gedachten brengt. Ook leuk: het moment dat toetsenman Stanley zich even ontpopt tot een echte Bez.

Minder goed vergaat het Sébastien Schuller. Radiohead, Coldplay (altijd maar weer die eeuwige piano!) en Saybia duiken op in ons immer vergelijkende hoofd, maar we stellen ook vast: verstoken van enig charisma of deugdelijke song. Doorspoelen die handel, en wel met een stevige pint.

Heel wat later ontstaat een stormloop richting het openluchtpodium voor het optreden van Sioen. wij trotseren de horden gillende tienermeisjes en trekken in de omgekeerde richting naar de Dancehall. Geen goed idee: de gillende keukenmeiden van Robots In Disguise zijn immers net begonnen aan een onverteerbare set van iets flauws waar wij even geen genrenaam op kunnen plakken, maar dat we nét iets te veel hoorden op dit festival: schreeuwende meiden op het podium, goedkope synthbeatjes en een occasionele gitaar. Vroeger vonden we dit nog grappig, nu vinden we dat irritante wichten maar gewoon een normale job moeten zoeken, net als iedereen.

Een hypnotiserende wall of sound van twee-akkoordenrock die erg doet denken aan Cranes en het oog krijgt ook wat: de vier piepjonge — zestien leken ze — meisjes van Electrelane zou je louter op basis van hun look een blokfluit cadeau geven, maar speelden in de Dance Hall in een ijzersterke cadans mooi naar een crescendo toe. Sterk.

ImageMerken wij daar een geur van patchouli op? Wanneer Devendra Banhart en zijn gevolg Vetiver het podium betreden voelen we ons even meegezogen door professor Barabas’ teletijdmachine: lang haar, véél baarden en kleurrijke kleren. We hebben dan wel geen bloem in ons haar, San Francisco eind jaren zestig is allesbehalve ver weg bij deze regelrechte hippies. We onderdrukken een "peace out, maaaaaaaan", en knuffelen gewoon de dichtstbijzijnde boom.

De organisatoren hebben het lesje van de Pukkelpopcollega’s overigens geleerd en zorgden ervoor dat Banhart niet wordt gestoord door enig ander podium. Ook hij heeft echter bijgestudeerd, blijkt al meteen als een al te langdradige presentator koeltjes van het podium wordt gestuurd. Wèg is de freaky pingelaar die ons vorig jaar niet kon overtuigen in de Chateau van Chokri, dit is een sunshine-optreden waarin slechts tweemaal bekend materiaal van de folky wordt gebracht: Banhart geeft de ruimte aan zijn Vetiverkompanen, covert in één adem Lauryn Hill én Charles Manson, en laat een jongeman uit het publiek een eigen song spelen. De solo-Banhart is nog altijd niet ons ding, op deze manier mag hij ons Spearheadsgewijs élke festivalzomer wel ergens komen opvrolijken.

ImageDat vreemdsoortig ruimtetuig dat na afloop op het podium neerdaalt blijkt bij nadere inspectie het fenomenale drumstel van Fantômas. Het zet de toon voor wat zal komen: weirde, bevreemdende en niets- of niemand ontziende geluidsexperimenten. Met een uitgebreid arsenaal demonische blikken krijst Mike Patton, brult hij, zingt poeslief, om dan weer een operettestem op te zetten. Kenners beweren dat het geluid niet zo optimaal was, wij dachten gewoon dat het zo hòòrde. Niettemin: met open mond staan kijken naar deze compromisloze aanval op het gehoor.

Onderweg naar La Petite Maison Dans La Prairie even langs Laibach gelopen. Yup, Rammstein for grown-ups is wel het woord. Vinden wij niets aan, zo zonder ontploffingen en vuurwerk.

ImageWel explosief: het optreden van I AM X. Chris Corner heeft de rest van de Sneaker Pimps gedumpt en bouwt solo een feestje dat op de elektronische leest is geschoeid. Wat een frontman trouwens, die Corner, en het publiek lust er ook pap van. Van de sportschoenpooiers krijgen we nog één nummer te horen, afsluiter "Kiss And Swallow" brengt de tent tot kolken. Een ontlading met de karaokeversie van "Missile" is het resultaat. I AM X is een topper die we nog willen zien.

Al sinds hun eerste optredens trekt Vive La Fête resoluut de kaart van fun. Hun passage op Dour was sterk, al verschilde het niet veel van hun optreden in het Cirque Royale van mei dit jaar, waar ze een beetje overklast werd door The Human League. Nu zorgde hun als vanouds broeierige combinatie van coldwave, Franse chansons en electrokitsch voor een geslaagd hoogtepunt: de massa danste massaal op handig verpakte meebrulhits als "Maquillage" en "Tokyo". Wij bleven hopen op hun versie van "Banana Split" als bissende kers op de taart. Ach, ook aan kersentaart kan je je een indigestie eten, dus doen we het maar zonder.

Anthrax schopte op Graspop al een aardig rondje keet en doet dat metalfeestje op het Last Arenapodium van Dour netjes over. Van vergane tot ronduit composterende trashglorieën van weleer hebben de oude rakkers niets meer te vrezen: waar Anthrax zich ooit tevreden moest stellen met een plekje in de schaduw van acts als Metallica en Slayer duwt het die laatste nu vriendelijk opzij om vrank en vrij z’n ding te doen: verschroeiende versies van klassiekers als "Cry For The Indians" en "I Am The Law" doen de miltvuurfanaat in ons wakker worden: van geluidsterrorisme van dit allooi willen we wel vaker het slachtoffer worden.

ImageAls een streep donkere eyeliner had Dour dit jaar een wel erg stevig jaren-tachtig-electrorandje. Zelfs gothknuffel en electropoëet Anne Clark mocht nog eens opdagen, en dat vonden wij een goed idee. Tot we hoorden dat ze niet met haar eigen magistrale elektronische band (wij missen die dikke drummende neger, die coole bassiste en die ijskoningin op gitaar, ja) zou komen, maar wel het idiote dansduo Implant (twee versies van Frank Vander Linden met een potsierlijk stoere zonnebril achter drum en knoppen) onder de arm nam. Wat we dus krijgen: op de militaire leest geschoeide electronic body music. Resultaat: erg platte versies van anders beresterke songs als "Now", "Wallies", "Sleepers In Metropolis" en "Our Darkness". Wel leuk om nog eens te horen — zelfs in deze inferieure versie — is "The Power Game". Moge Clark die twee kale nitwits snel dumpen.

Zelfs toen ze (in het prehistorische jaar ’87) nog enigszins relevant waren suckte The Neon Judgement live meer dan Mariah Carrey in een play-backshow op een peperduur cruiseschip. Jammer, want er was een tijd dat The Neon Judgement — op dezelfde wijze als The Simple Minds en U2 dat deden voor de gitaarmuziek — zij aan zij met Front 242 wedijverde voor het epitheton van beste band in Electronic Body Music. Op Dour herinnerde niets aan dat grootse verleden. Integendeel: hun optreden leek eerder op een uit de hand gelopen repetitie. Toen ze ook nog hun eigen klassieker "Tomorrow In The Papers" vakkundig verkrachtten, bliezen wij de aftocht. Er zijn grenzen aan het jeugdsentiment.



[fh], [mvs], [vm] | foto's Laura Wauters
20 juli 2005


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com