Dour 2005 :: In vette letters te noteren

Dour 2005 :: In vette letters te noteren  
Print
    
Pagina 1 2 3

Dag drie: Meer ballen dan een stier op Red-Bull

Het is natuurlijk een algemeen gegeven, maar op Dour heeft de reüniekoorts helemaal toegeslagen. Op het programma stikt het van de oude rotten die het (opnieuw) doen, dag drie krijgt zeker zijn deel met Television en Front 242. De grootste verrassingen staken echter aan het begin en het eind van de dag.

Soms begint een Dourdag namelijk gewoon goéd. In La Petite Maison Dans La Prairie bijvoorbeeld, waar Raymondo zich openbaart als dé revelatie van Dour. We krijgen dromerige alt.country en doorgedreven Americana van een nochtans op en top Waalse band. Raymondo bracht zacht ijlende juweeltjes van songs die, vooral qua samenzang tussen de gitarist en de bassiste, sterk herinnerde aan het beste van Mojave 3. Ook Timesbold is een referentie. Ideale muziek dus om, met zachte schokjes pure schoonheid, langzaam bij wakker te worden. Al verdient de band, wat ons betreft, een veel hogere plaats op de affiche. Deze groep is alleszins in het oog te houden.

Scout Niblett is iets later een dame met meer ballen dan een stier op Red Bull. Het moge duidelijk wezen: dit is de PJ Harvey, of beter nog: de Ani Di Franco, van dit decennium. Haar songs zijn handgranaten: een venijnige gitaar, een stem die feministische teksten met weerhaken zingt en een drummer die zich constant boos maakt. Scout Niblett maakt muziek die ze verplicht zouden moeten draaien in fitnesszaaltjes, om de testosteronbommen aldaar toch een beetje lik op stuk te geven.

Wij schreven het al eerder: wij komen een staande ovatie geven voor wie Thunder + Lightning van Modey Lemon in één ruk krijgt uitbeluisterd. Live kreeg het duo versterking van een bassist met een Moog-synthesizer. En wat een klasse! Wat een prachtig georkestreerd lawaai! Met je ogen dicht waande je je op een concert van het legendarische MC5. Anders gezegd: Modey Lemon klonk meer Stooges dan The Stooges zelf. Dit was een brulboei, een zorgvuldig gedirigeerde orkaan van drie Amerikanen die qua kleren en kapsel leken op een incarnatie van The Doors. Nop, wij zijn formeel: Modey Lemon zorgde op deze Dour-editie voor de meest perfecte symbiose tussen melodie en lawaai.

ImageSondre Lerche is een Noor met een zeepsnoet en een akelig juist Amerikaans accent. Zijn passage doet ons dan ook nog het meest denken aan de mister populair van de gemiddelde highschool die met zijn derderangs-indierockgroepje op het afscheid van de zesdejaars mag spelen. Wij vinden dat je meer dan een leuk gezicht moet hebben vooraleer je een podium verdient met je songs, tientallen zwijmelende tienermeisjes waren het weer ongenadig hard oneens met ons. We zien jullie graag hoor, schatten, maar iemand moest het jullie toch eens vertellen.

Net als bij Electrelane een dag eerder is het optreden van Hood een lange roetsjbaan van elektrificerende lawaai-explosies die zich, gestaag maar zeker, naar een hoogtepunt toewerkten. Sterk, en een waardige aanloop naar DAAU dat net als in ’98 kwam, zag en een volle tent inpakte met zijn onweerstaanbare mix van bezwerende Arabische melodieën en ritmes, gecombineerd met dub en regelrechte noiserock. Of hoe je met een klarinet, een cello, een viool, een accordeon, een ritmesectie en een scheepsregiment aan vervormpedaaltjes flink wat lawaai kan maken. Wij surften als sardienen in een blik op een machtige cadans richting de finale. DAAU blijft een uniek geluid in de rockscène. Klassieke muziek voor punks!

ImageNog punk, en ook niet doorsnee: de digital hardcore van Alec Empire in de Last Arena. Met veel bravoure zet Empire hier één en ander recht dat eerder op het jaar misging in de Botanique, maar het grootste euvel blijft hetzelfde: The Futurist, ’s mans recentste plaat, is niet goed genoeg. Vooral het ontbreken van de normaal zo typische beats en het hoofdaccent op een stereotiep scheurende metalgitaar zorgt voor een groot gevoel van éénvormigheid. Opwindend bij opener "Gotta Get Out", halverwege hebben we het langzamerhand wel gehad. Empire staat overigens niet met die nieuwe blonde coupe en ook de vele volksmennerige gebaartjes hadden voor ons niet zo gehoeven.

ImageQuintessentiële punk avant la lettre krijgen we van Television, de legendarische band rond Tom Verlaine. Het kunstzinnige antwoord op The Ramones, is de groep net als Talking Heads op en top New Yorks. We lieten ons gaan en hoorden met gesloten ogen psychedelische gitaarduels die wel eens aan The Doors deden denken die keer dat Ray Manzarek zijn orgel thuis vergeten was. Television was een lange trip met magistrale stops langs onder andere een zinderend "Marquee Moon". Waarna (fh) begon te argumenteren dat de groep haar versheidsdatum toch ver voorbij was. Talk to the hand!.

Zongamin overrompelt La Petite Maison met een stomende set die aanvankelijk instrumentaal begint, tot op het einde plots een in monnikskap gehulde zanger met het timbre van Bloc Party’s Kele Okereke opduikt. We horen veel bizarre geluidjes, strakke ritmes en een eindeloze inventiviteit. Rubberen punkfunk, maar dan écht dansbaar. Zongamin was één lang hoogtepunt.

What goes up, must come down, echter: na één minuut Electrocute is de enige reactie "Shampoo, anyone?". Herinner die schreeuwende marginale Engelse schoolmeiden nog met hun hitje "Trouble": dit is de volwassen Amerikaanse upperclassversie ervan. Om met grote ogen van ongeloof naar te staren en je af te vragen waar het ooit fout ging met de wereld. Iemand een geweer?

In tegenstelling tot The Neon Judgement gisteren bewijst Front 242 op het hoofdpodium dat zij wel nog scherp als een pasgeslepen aardappelmesje staan. Op hun verschroeiende live-concerten verbouwen de Brusselaars hun platenmateriaal vanaf de grond, voor de ware fan een surplus dat kan tellen. Bescheidenheid is overigens niet de heren hun sterkste kant: zij en zij alleen zijn "the best Electronic Body Music Band of The Planet" klinkt het aan het einde van "Radio Activity". Wie zijn wij om daar tegenin te gaan: de elektro-pioniers gaven op Dour een straf concert.

NME DJ’s feat. Alex Needham mag La Petite Maison afsluiten met een grondige selectie uit het fijnere van de recentste pop tot de vroege uurtjes. We gaan door het dak met opener "Somebody Told Me" van The Killers en klauteren daar definitief op met "Take Me Out" van Franz Ferdinand. In onze tent iets later beginnen we te dromen van een Pukkelpopaffiche met daarop "Goddeau DJ’s feat. (mvs)". Misschien moeten we Chokri maandag eens een voorstel mailen, eerst ons nog sleuren door:



[fh], [mvs], [vm] | foto's Laura Wauters
20 juli 2005


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com