Dour 2005 :: In vette letters te noteren |
|
|
|||
Dag Vier: Een kluwen waar het prettig toeven isUitputtingsslagdag. Stofwolken trotserend, met kapotte knieën, vermoeide ogen en eeuwige dorst slepen we ons van tent naar tent. En toch nog schone dingen gezien, jeugdsentiment incluis. Wij zijn volhouders, meneer!
Op een festival als deze kun je altijd aan trendspotting doen. We merkten al de alomtegenwoordigheid van eighties-electro op, het delen van een band is ook aan een opmars toe: niet alleen The Faint zal straks een tweede keer een Dourpodium aandoen als begeleiders van Bright Eyes, Dieter Sermeus van The Go Find was ook zo vriendelijk om zijn muzikanten (het vroegere Orange Black, om precies te zijn) al eens eerder op de dag met Styrofoam te delen. Geen wonder dan ook dat beide sets nauw bij elkaar aansluiten: tweemaal sfeervolle indietronics, nu eens wat meer poppy (The Go Find), dan weer iéts laptobberiger (Styrofoam). Verbazend overigens hoe veel sterke nummers van op Nothing’s Lost Arne Van Peteghem links laat liggen: noch "Misguided", noch "Anything" passeren de revue, Styrofoam koos op Dour voor de moeilijke weg.
Bloeddorstig lijken die van The Faint na een geaborteerd optreden. Dit is dan ook dé misser van het festival: na een uitgelopen soundcheck krijgt de groep de tent onmiddellijk tot koken met hun waanzinnig strakke punkfunk. Wat een présence! wat een power! Tot technische problemen roet in het eten komen strooien. De groep probeert nog een hels "Paranoïattack", wanneer het daaropvolgende nummer wéér vastloopt wordt het materiaal nét niet woedend gesloopt. The Faint af dus onder een regen plastic flessen. We gunnen de groep zo snel mogelijk een herkansing in ons land, want dit rook naar méér. Puur muzikaal heeft de Duitse Maximillian Hecker wel iets van Lennon: prachtige stem, mooi melodieus pianospel, songs die eerst in een intieme cocon baden, om dan te exploderen in breed waaierende gitaren. Het klonk allemaal even mooi. Helaas overstegen ’s mans teksten zelden het niveau van een doorsnee puber. Niettemin een bloedmooi concert daar in La Petite Maison. 13&God wordt voorafgegaan door een gewaagde inleiding: de onverlaat die de band de "beste live-act van het moment" durft te noemen zat duidelijk donderdag niet over te koken in het Koninklijk Circus. Het is hem vergeven: 13&God walst ons immers net niet plat. De muzikale botsing van die kabbelende Notwist-vibe en onvervalste hiphopgrooves levert een verbazingwekkend meeslepende set op. Doseone’s bezeten raps worden afgewisseld met rustiger soundscapes waardoor we met open mond blijven toekijken, tot we helemaal ingepalmd worden door een schitterende versie van "Pick Up The Phone". Dit is een monument in wording; op de goddelijke proporties willen we gerust nog even wachten. Do we want nostalgia? Sometimes! When do we want it? Bij Levellers natuurlijk, die er niet moeilijk over doen dat hun hoogtepunt al tien jaar achter de rug ligt. De folkies houden het aandeel songs uit hun recente Truth & Lies dan ook beperkt in een set die eerder Levelling The Land en dan nog wat inhoudt. We herinneren ons nog elk woord van elke song en glunderen eens goed. Dit blijft een band die een feestje kan bouwen op een goeie zomeravond. Giant Sand is een band met een discografie waarmee je een wolkenkrabber kan bouwen. Live gingen de veteranen van op country en blues geënte rock echter pijnlijk de mist in. Het instrumentarium deed nochtans het beste vermoeden: een piepkleine slide-gitaar, een halfijzeren bluesgitaar, zelfs een contrabas en maar liefst drie micro’s voor één persoon . Frontman Howie Gelb verknoeide een en ander door op toetsen en gitaar rommelige, ongerepeteerde covers van The Doors en The Sex Pistols te spelen. Ook het eigen werk leed onder een gebrek aan repetities. Bovendien waren de ellenlange pauzes tussen de songs niet van dien aard om de continuïteit te verzekeren. Giant Sand tekende op Dour voor het meest slordige concert. Dodelijk jammer.
Waarna we de stormloop richting La Petite Maison volgen, want daar staat één van dé headliners geprogrammeerd. En Bright Eyes brengt veel volk mee: maar liefst negen man omringt Conor Oberst die na een lange intro meteen een schijnbeweging maakt: hoewel het hier vanavond draait om zijn elektronische plaat Digital Ash In A Digital Urn krijgen we eerst het nu al klassieke "Lover I Don’t Have To Love" op ons bord.
Live is Bright Eyes niet echt een belevenis: van al te veel overgave kun je Oberst niet beschuldigen, enige strakheid is in de set ook ver te zoeken. Oberst lurkt es aan een gedeelde sigaret, drinkt van zijn pintje, wisselt een paar woorden met één van zijn begeleiders en speelt dan nog eens een nummertje: dit is rustigjes je uurtje kloppen. Conclusie? Prachtige platen, maar de concerten zijn nogal gewoontjes. Nog besluiten: waar Dour jaren geleden nog een mix-up van verschillende subculturen was, heeft nu ook het gewone volkje zijn weg naar het festival gevonden. Wij zagen minder gothic, minder metal, meer alledaagse festivalkledij. Overigens is ook het Nederlands er in opmars, Vlaanderen heeft blijkbaar eindelijk ontdekt dat de taalgrens geen ondoordringbare barrière is, maar slechts een streep in het hoofd. Muzieksupermarkt Dour editie 2005 was een succes over de hele lijn. Voor het eerst uitverkocht, toch was er bij quasi elk optreden nog plaats genoeg om in peis en vree te dansen of je weg naar voren te vinden. De ideale situatie is dat, hopelijk maakt het stijgende succes daar geen komaf mee. Werchter? Pukkelpop? Zet vanaf nu ook maar in vette letters Dour! in dat lijstje. 20 juli 2005 |
Meer Dour 2005
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||



Veel persfotografen in de frontstage van La Petite Maison voor