Pukkelpop 2005 :: De apenjaren voorbij |
|
|
|||
|
Afzeggingen, verschuivingen en nog meer verwarring op deze Pukkelpop. Als u af en toe denkt dat wij het over een andere groep hebben dan u heeft gezien: kan, blijkbaar was dan zelfs ons donderdagochtend in extremis uitgeprint uurschema alweer veranderd. Pukkelpop 2005 ging een beetje de Dourtour op, maar had vooral een te groot Werchtergehalte met maar weinig overtuigende oude gloriën als headliners. Het lekkers zat weer goed verstopt in tenten. Dag één :: Een zwiep in opwaartse richtingEen campingfestival als dit start meestal met allerlei tentgehannes, steevast komt het moment dat die problemen achter de rug liggen. En dàn, jongens en meisjes, is het van "en avant la musique". Daarvoor zakt een mens toch af naar zo’n drukke en chaotische bedoening? Neen? Ja, en wel volmondig voor deze groepen:
Dan maar even de oren losschudden in de Clubtent bij The Blue Van, Deense jongelui die integraal vaders sixtiesplatenkast recycleerden. Onze handen kregen ze daarmee op elkaar, en we waren gelanceerd in onze zoektocht naar méér van dattem. Zouden we dat ook krijgen van Kaiser Chiefs? De Britse lievelingetjes zetten immers enkele maanden geleden op Les Nuits Botanique nog een ijzersterk optreden neer waar publiek en band van plaats wisselden. Dat is iets minder evident te bewerkstelligen op Pukkelpop, maar The Chiefs blijken ook zonder dat soort ongein een puike performance neer te kunnen zetten. De singles — met op kop "Oh My God" — klonken geheel volgens hun hoge meebrulfactor uit één massale keel op. Daarmee was de Britse Invasie op Pukkelpop al lang en breed onstuitbaar ingezet. De amfibievaartuigen waren aan hun landing begonnen, de luiken waren opengegaan en in de eerste linie passeerden al Art Brut en Engineers. Resistance was duidelijk useless, u ging ook de rest van de driedaagse plàt voor alles wat van de eilanden kwam en nogal eens het geurtje van Ian Curtis (die gràflucht!) en de baslijnen van Peter Hook droeg. Editors bijvoorbeeld, en later The Bravery. Die mogen dan wel door het internationale muziekjournaille tot favoriete pispaal gebombardeerd zijn en beschuldigd van pikkedieverij, wat maakt dat uit als ze de muzikale erfenis van de eighties met stijl weten te plunderen én zo de volgestroomde Marquee op zijn kop te zetten. Dat zal de generaals van de Britse blitzkrieg even later iéts moeilijk vallen. Even daarvoor mochten we al de nieuwe Beck verwelkomen in de persoon van Tom Vek. Althans, dat werd ons door het recensentengild gemeld (en door de volgende golf besprekers consequent tegengesproken — je zou hen wel eens kunnen beschuldigen van napraterij), en inderdaad: met een gezond eclecticisme laveert hij tussen het betere singer-songwriterwerk en de rauwere gitaarrock. "If You Want" ligt lekker in het oor en de minimalistische podiumopstelling van zijn band-met-zin-voor-symmetrie zorgt zelfs voor enig visueel genot. Weinig volk voor Saybia in de Clubtent, maar wie er staat is al op de hand van de band. Niettemin nemen de Denen maar een slome start en het duurt tot "Brilliant Sky" voor er enige beroering in de lucht hangt. Ze blijft er niet lang, want wanneer de groep als bis niet haar enige hit "The Day After Tomorrow" speelt, maar het richtingloos pingelende "Untitled" vrezen we toch even voor de derde plaat van de jongens. Gelàchen met The Hives, dat wat betreft bindteksten op het niveau van The Darkness zit, maar muzikaal uit een opwindender garagevaatje tapt. Ramblin’ Pelle Almqvist is voor ons dé frontman van deze editie. Ja, meer dan die brave Alex Kapranos van Franz Ferdinand, dat welopgevoed zijn nieuwe plaat komt voorstellen. De steek die ze vorig jaar in Kiewit lieten vallen wordt opgeraapt, maar een heruitgave van Werchter krijgen we niet. De nieuwe nummers moeten duidelijk nog aan body winnen, zo tussen een stampend "Take Me Out" en "This Fire" in. Waarna de nacht een duyster randje kreeg. Eerst aangenaam stampend met een Four Tet, die zijn folktronica live altijd verbouwt tot regelrechte floorfillers (U stond grotendeels stil, wij moeten nog geen beetje compulsief bewegen op dit soort beats), even later meewiegend met Bonnie ’Prince’ Billy & Matt Sweeny. Ook Will Oldham beseft trouwens dat het op een festival beter is iéts steviger dan normaal uit de hoek te komen. Nu zijn rosse baard algemeen aanvaard is, komt de man overigens ook in een shortje op, opdat enige stijl hem toch écht niet zou worden toegeschreven. Grappig wel, hoe hij op één been staat te zingen. Het laatste woord is aan de showmannen, en daar bedoelen we niet The Prodigy mee, dat een lamlendige "Greatest Hits"-set neerzet. Swingende crooner Adam Green blijft de mondhoeken een zwiep in opwaartse richting geven met zijn Bunny Dance (dacht een op het podium geroepen meisje dat ze sensueel zou moeten dansen, was huppen als een konijntje de bedoeling), wat Jamie Lidell getooid in een glinsterend jasje vertoont, heeft weinig te maken met zijn gelauwerd Multiply: slechts bij uitzondering laat hij iets horen van zijn gouden strot. Hier wordt gebeatboxt, gestemsampled en knopjesgemanipuleerd dat het geen naam heeft en het resultaat is uiterst fascinerend. Lidell doet live een gigantische fuck you aan iedereen die kwam voor de "liedjes" van op plaat. Die krijgen ze morgen wel, liekes, zo fluisteren we hen sussend toe. Maar niet verteld dat het die van Nightwish zouden zijn. Moehà! 23 augustus 2005 |
Meer Pukkelpop 2005
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||


Treuren om het verleden, niemand is er bij gebaat, maar soms kunnen we niet anders. Wie zich de machtige en overweldigende concerten van Channel Zero herinnert, kan bij