 MílanóSveinsson: "Het is goed om een nummer als "Mílanó" te hebben. De rest van het album is nogal ’vol’ en het kon een rustpunt als dit wel gebruiken. Het is zoals die oude Leonard Cohensongs waar zijn stem heel erg dichtbij is, zijn gitaar daaronder, en dan héél ver op de achtergrond — als je goed luistert — misschien wat strijkers of een stel achtergrondzangeressen. Het gaat om dingen die er niet echt zijn, maar er toch zijn en die de song maken tot wat hij is. Dat is prachtig als je daarin slaagt. Niet alles hoeft vooraan in de mix te zitten. Zo werkt het niet." "Het is trouwens Amína, ons strijkkwarket, dat het arrangement van "Mílanó" meeschreef. Ze hebben een heel andere en strenge benadering: clichés zijn strikt verboden, clichés die ik met plezier en met opzet zou gebruiken. Zij weigeren dat." GongHolm: ""Gong" is waarschijnlijk het oudste nummer op de plaat: we schreven het nog terwijl we voor () aan het toeren waren, en dus heeft het waarschijnlijk eenzelfde sfeer. Je weet dat we die plaat hebben opgenomen nadat we die heavy songs al drie jaar live hadden gespeeld. Dat was moeilijk. Deze keer ging het een stuk vlotter omdat we de songs schreven en opnamen op hetzelfde moment. Dat was erg leuk, vooral omdat sommige eigenlijk maar half af waren toen we ze op band zetten." AndvariSveinsson: "Het is onze power ballad. Zoals The Scorpions."(lacht) Holm: "We hebben tijdenlang geprobeerd om dat stukje in "Gong" zelf te verwerken, maar we kregen het er nooit ingepast. Maar nu heeft het op Takk een eigen leven gekregen en is het een aparte song geworden. Zelfs al is het deel van "Gong", het is ook iets totaal anders." Svo HljóttHolm: "Soms schrijven we op een maand twintig songs waarvan we er drie onthouden. Het gebeurt dat we gewoon in de studio komen en een uur lang dezelfde drie akkoorden of dezelfde loop staan te spelen. Toen we de songs voor Takk schreven hadden we allemaal het gevoel dat we iets nieuws deden. We namen een nieuwe start: we hadden () opgenomen, ervoor hadden we getoerd. Het was achter de rug, die vier jaar telkens dezelfde songs. Nu lieten we dat achter ons en begonnen we gewoon opnieuw." Heysátan
Holm: "Om teksten voor dit album te schrijven zijn we gewoon gaan samenzitten en luisterden we naar de songs in de hoop dat er ideeën zouden komen. Het grappige is dat we allemaal dezelfde ideeën bleken te hebben waar ze over gingen: we zagen dezelfde beelden erbij. "Heysátan" is één van de eerste nummers waarbij we dat probeerden en het was erg vredevol. Alsof iemand stierf." Sveinsson: "Bij "Heysátan stelde ik me een oude man voor die uitkijkt over een vallei of een veld, of de zee. Hij gaat sterven en zit gewoon neer op het gras. En hij weet dat hij gaat sterven, maar hij heeft er vrede mee want hij heeft een goed leven gehad. Hij is blij dat hij nu mag gaan. Dat soort gevoel." Páll Dýrason: "Ja, het is erg vredevol en vrij van angst. Het is gewoon een klein verhaaltje over een stervende man." Holm: "Ons eerste album, Vòn, betekende "hoop" in het IJslands. Ik herinner me nog waarom dat was… "melancholie" is nog zo’n woord. Het zijn dingen die we alle vier voelen als we de songs spelen. In melancholie zit altijd dat beetje hoop, het is een fijn gevoel. "Introvert", dat is het woord: je bent in jezelf gekeerd, een beetje down, maar tegelijk voel je je ook goed. Er is iets prettigs, iets warms ergens in de muziek." Sveinsson: "Yeah, Takk is ons vrolijke album. Sigur Rós is in de eerste plaats een rockband. We zijn opgegroeid met rockmuziek en we spelen luid en soms vrij snel ook. Dus ik beschouw ons, Sigur Ròs, als Rock-’n-Roll." Sigur Rós speelt op 7 november in de 013 in Tilburg.
15 oktober 2005 |