Mano Negra :: Bouillabaisse met hartenklop

Mano Negra :: Bouillabaisse met hartenklop  
Print
    
Pagina 1 2 3

Eén keer, slechts één keer, heeft Frankrijk op rockvlak iets relevants opgeleverd. Toen Mano Negra eind jaren tachtig/begin jaren negentig met een woeste combinatie van punk en een ratatouille van wereldmuziekinvloeden de banlieus een stem gaf. Radicale keuzes en ongewone zetten hielden de groep ver van een traditionele carrière, liever gooide de band zich met veel overgave op geëngageerde tournees door Zuid-Amerika. Tot het lontje op was. En dat was snel, maar het waren wel bijzonder intense en slopende jaren, zo getuigt de erg complete DVD Out Of Time.

ImageHet begint met een zootje ongeregeld uit Parijs. Kinderen van migranten, die in een hoop groepjes spelen: Joint De Culasse, The Flappers, The Hot Pants, Los Carayos, Les Casses Pieds,… "Iedereen hield er wel verschillende groepjes op na, want alleen zo kon je er wat geld mee verdienen", klinkt het als uitleg. Samenwerkingsverbanden worden aangegaan. De springerige Manu Chao, zijn broer Antonio en hun neef besluiten hun rockabillygroepje The Hot Pants uit te breiden met andere muzikanten die ze leerden kennen. Net als zij migranten uit de voorsteden van Parijs. Landen van herkomst: Algerije, Marokko, Senegal,… Een nieuwe naam ontlenen ze aan een Zuid-Europese terroristische organisatie: La Mano Negra.

Hun typische klank ontwikkelt zich langzaam. Improvisatie is een talent, en met een smeltkroes van invloeden die een voorstad vol migranten nu eenmaal is, dampt ook de muzikale bouillabaisse van Mano Negra van de meest uiteenlopende ingrediënten: traditionele rock-’n rol, punk, flamenco, raï,… Patchanka, zoals ze hun genre zelf gaan noemen. Eerste single wordt het razende "Mala Vida" dat genoeg aandacht genereert om Virgin France er toe te brengen hen een contract aan te bieden.

ImageSo far, so cliché rock verhaal. Mano Negra heeft de snelweg der rock ’n roll betreden en drukt stevig op het gaspedaal. In een minimaal aantal dagen wordt in 1988 debuut Patchanka opgenomen, "Mala Vida" is niet van de radio weg te slaan, een aantal Europese festivals worden in de zomer aangedaan. Snel wordt tweede album Puta’s Fever opgenomen, waarna de groep een eerste keer in Zuid-Amerika gaat optreden. Ogen openen zich voor zover dat nog nodig was. In Cuzco, op drieduizend meter hoogte, naar adem snakkend, cocabladeren kauwend om op de been te blijven in de ijle lucht, zijn ze de eerste buitenlandse groep in jaren die optreedt. Ze laten zich er net zo goed inlichten over de moordpartijen van guerrillabeweging Het Lichtend Pad als ze optreden. Het is het begin van een passionele verhouding met het continent.

Parochiezalen

Terug in Europa ontploft de groep met de release van Puta’s Fever. In Frankrijk zijn ze de helden van de voorstadsjeugd en 1990 wordt het jaar van de triomf. Zaal na zaal is uitverkocht en meer wel dan niet speelt de groep twee optredens per dag. Geheel in de sfeer van de albumtitel wordt als klapper een tour van de clubs in La Pigalle op poten gezet. De groep heeft met andere woorden wel een handje weg van wat alternatieve marketing, maar vergeet nooit het hart op de juiste plaats te houden: "we speelden de officiële show en dan was er altijd wel een caféuitbater of wat krakers die we leerden kennen, en hup: daar gaven we later op de avond een tweede optreden."



15 januari 2006


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com