Richard Ashcroft :: Keys To The World |
|
|
Richard Ashcroft is een vreemd overblijfsel van de Britpop. Door zijn uitgemergelde gezicht ziet hij er bijna uit als een fossiel uit een vergane periode die nog niet weet dat hij eigenlijk al lang met andere dingen bezig had moeten zijn. Op zijn lauweren rusten bijvoorbeeld. Keys to the World past helemaal niet in deze tijden van postpunk, altcountry en idoolsterretjes, maar net daarom zijn we nogal blij met dit album.
Ashcroft kon het hoe langer hoe minder vinden met gitarist McCabe en The Verve viel uit elkaar, waarop Ashcroft prompt aan een solocarrière begon. Dat leidde tot albums waar we helaas niet al te kapot van waren. Ashcroft weet knappe songs te schrijven en is een begenadigd zanger, maar verliest zichzelf nogal eens in zeemzoeterig gefröbel en drammerig psychedelisch gejam. Keys To The World schoven we dan ook met de nodige argwaan in de cd-lader. Na twee beluisteringen was Ashcroft echter al door onze cynische, betweterige recensentenmuur gebroken. Op dit derde solo-album weet Ashcroft ons voor het eerst een album lang te boeien. Opener "Why Not Nothing?" is een fijne rocker. Ashcroft sneert lekker en zulke songs mogen er absoluut zijn, maar het echte moois begint met "Music Is Power". Een ode aan de muziek à la Stevie Wonder: funky, meeslepend en met vernuftig geplaatste vioolstrijkjes. Op "Break The Night With Colour" etaleert hij zijn vorderingen in het Beatlesiaans songschrijven volgens Paul McCartney (iets wat elke Britse groep op elk nieuw album moet proberen, zo lijkt wel), maar hij doet het een stuk boeiender op "Cry Til The Morning", waar hij zijn rauwe stem dreigend over een Beatlesdeun laat rollen om dan uit te monden in een gitaarsolo zoals we The Edge ze begin jaren negentig graag hoorden geven. Ook "Sweet Brother Malcolm" doet een beetje aan de duistere U2 denken, maar plots realiseer je je dat Ashcroft zowaar als Tom Barman op zijn donkerst klinkt: licht wanhopig, rokerig en een beetje dreigend. Op "Words Just get In The Way" en "Why Do Lovers?" mogen de violen volop uit kast om flink op de rand van de pathos te balanceren. Net als het melodrama de song de dieperik dreigt in te sleuren, neemt deze echter een nieuwe wending, waardoor we toch maar blijven lopen; Stroop en Schmaltz, maar zo verdomd meeslepend dat we (als niemand kijkt) best wel eens willen meewiegen. Ashcroft gaat maar eenmaal echt door de bocht en dat is op het titelnummer. Het is pijnlijk te horen hoe een goeie song professioneel verkracht wordt door een irritant kwelende ravestem op de achtergond (u kent ze van Moby: een aaaah-ah-ah-aaaaaaah-ah’ende dame waarvan niet duidelijk is of zo nu krijst van genot of omdat er een puntig voorwerp in haar voet steekt). Ook "Simple Song" is wat te platjes in vergelijking met de rest van het album, maar dat is misschien net de bedoeling. Keys To The World is allesbehalve een essentiële plaat. Er zijn mensen die ongetwijfeld spontane braakneigingen krijgen van Ashcroft, zijn meningen, zijn wat sullige teksten en vrij brave muziek, maar dit album geeft ons warme rillingen. Het soort waarvan een grauwe zaterdagmiddag met lichte kater opeens een gezellige, rustig kabbelende aftermath van een woest feestje wordt. Warme melancholie, ook wel soul geheten: Ashcroft is er een grootmeester in en dat doet ons verdomd veel deugd. 13 maart 2006 |
Meer Richard Ashcroft
Meer recensies
Meer op Goddeau.com
|
||


In volle Britpoptijden was Ashcroft de arrogant-enigmatische frontman van The Verve. Een groep die zich specialiseerde in psychedelische wijdloperigheid en derhalve zijn genialiteit domweg verdronk in veel te langdradige albums. (Er is overigens een uitstekend verzamelalbum uit van The Verve: koop die ook maar meteen als je om Keys To The World gaat). U kent The Verve uiteraard van "Bittersweet Symphony" en hopelijk ook van "Sonnet" en "The Drugs Don’t Work" en misschien wel van "This Is Music".