Werchter 2006 :: Slogans voor Yves Leterme

Werchter 2006 :: Slogans voor Yves Leterme  
Print
    
Pagina 1 2 3 4
Tien maal in het lang!
Bij tien namen hadden we een sterretje gezet. Headliner, nieuwkomer, buitenbeentje: daar verwachtten we net dat beetje extra van. Negen keer kregen we wat we wilden, één keer dropen we mismoedig het hoofd schuddend af:

Dag twee :: De jonge jaren van God

Nieuw is het niet, maar dit jaar valt het wel bijzonder hard op: Werchter en alternatief passen niet noodzakelijk meer in dezelfde zin. Dit jaar hebben Scapa en Bikkembergs hun mooie witte schoentjes bevuild om ook op de Werchterweide hun intrede te maken, en in de verte menen we zelfs even een Burberry-bikini te ontwaren onder bijpassende Gucci-zonnebril./

Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat ’de Schuer’ stilaan de laatste scherpe randjes uit de programmatie van Rock Werchter weert en een ultieme knieval maakt voor de grote massa. Zo komt de commerciële hiphopgeneratie op dag twee ruimschoots aan haar trekken. Kanye West en Sean Paul vullen de Main Stage met inspiratieloze beats, uitgemelkte stereotypen en ego’s die nauwelijks op het grote podium passen. Wij schudden meewarig het hoofd en proberen te focussen op het koren dat steeds minder ademruimte krijgt tussen het verstikkende kaf.

A Brand bijvoorbeeld, misschien niet bepaald Antwerp’s finest, maar niettemin een mooie openingsact op een bloedhete vrijdagmiddag. Een goed gevulde Marquee aan het dansen krijgen op het volle middaguur, het is weinigen gegeven. A Brand doet het met "Riding Your Ghost". De band met de drie gitaristen en vijf zangers spreekt het publiek toe in keurig Antwerps en amuseert zich een dubbele liesbreuk op het podium. De wel erg rudimentaire poëzie van de band — of wat dacht u van de onovertroffen zinsnede "can’t keep my dick in my pants" — verhindert niet dat het eerste hoogtepunt van de dag een feit is.

Jammer dus van het irritante gekrijs dat opstijgt vanuit de richting van de Main Stage. Skin schijnt ooit enige relevantie gehad te hebben, maar we kunnen ons allang niet meer herinneren wanneer dat wel geweest zou moeten zijn. Niet dat Baldylocks er niet hard tegenaan gaat, maar ze brengt weinig meer teweeg dan een vage weemoed naar de tijd dat puberen onze fulltime bezigheid was, Skunk Anansie nog helden waren en Sarah Bettens nog veilig en wel in haar kast zat, met een driedubbel hangslot door alle openingen. Om van de kast nog te zwijgen.

ImageGevlucht naar de Marquee voor, en wat zijn ze schattig, The Kooks. De Britse band grossiert in brave liedjes die het midden houden tussen The Police en The Strokes. Het piepjonge viertal is immens populair over het kanaal en begint hier langzamerhand ook potten te breken, zo blijkt wanneer radiohitje "Naive" ingezet wordt. Dit is dan ook meteen het hoogtepunt van de set, die verder voornamelijk op routine lijkt te drijven. Gelukkig beschikt frontman Luke Pritchard over tonnen charisma om het gebrek aan het heilige vuur te maskeren. Het weerhield menig puber met ontwikkelde muzieksmaak er alleszins niet van volledig loos te gaan.

Editors dan. "Degelijk en energiek", het zou een slogan van Yves Leterme kunnen zijn, maar meer verlangen we uiteindelijk niet van een rockgroep. Editors voldoet zonder enige moeite aan die criteria: frontman Tom Smith gaat tekeer als een horzel met spasmen, foltert zijn gitaar op alle mogelijke manieren en grijnst enigszins arrogant wanneer hij ziet dat het publiek er niet genoeg kan van krijgen. We zouden Smiths charisma wat graag een celebrity death match zien aangaan met het ego van Kanye West. Rock-’n-roll zoals het hoort: snel, stevig en zonder die irritante valse bescheidenheid.

In de Marquee is het ondertussen aan één van de vele indiesensaties van de laatste jaren. Clap Your Hands Say Yeah staat geboekstaafd als de grote belofte over de grote plas — informeer maar eens bij David Bowie — maar in boerengat Werchter moeten ze nog vrede nemen met een stek in de vroege middag. Niet geheel ten onrechte: de vocale capaciteiten van zanger Alec Ounsworth jagen heelder mensenmassa’s linea recta de dixies in. Toegegeven, net dat stemgeluid is bepalend voor hun sound. Wat enkele maanden geleden in de AB-box nog op irritant geneuzel leek, is vandaag verworden tot iets incidenteel verstaanbaars. Onswourth oogt — min of meer — wakker en is deze keer wel in staat de songs van hun debuut met verve te vertolken. Aangevuld met wat nieuw materiaal smaakt het naar meer van deze geestelijke zonen van Talking Heads.

Elbow komt een stuk steviger voor de dag dan we op voorhand verwacht hadden: vergeet de ingetogen auteurs van pareltjes als Cast Of Thousands en Leaders Of The Free World. Zanger Guy Garvey merkt op dat de band eigenlijk niet ’far away from home’ is en pakt de Marquee oorspronkelijk ook in alsof het een pure thuismatch betreft. Helaas zijn de verlengingen er net teveel aan. Nogal wat nummers hebben het moeilijk met het iets ruwere kleedje. Bovendien weet Elbows aanpak niet echt te boeien over de hele lijn, waardoor een aanzienlijk aantal toeschouwers de Marquee voortijdig verlaat.

ImageDat overkomt ook Mogwai, maar dat is bij de Schotten geen nieuws. Loeihard en intens blaast het zestal het publiek in de Marquee weg met strakke versies van "Glasgow Mega Snake" en "Mogwai Fear Satan". Kan postrock de grote festivals aan? De vraag moet eerder zijn: kunnen de grote festivals deze loeiharde postrock aan? "Game, set and match", heet dat dan. Ha!

Over matchen gesproken: het kleine Duitse bezettingsleger op de festivalweide marcheert opgetogen heen en weer na de WK-winst tegen Argentinië. Waar zijn die bloody Sovjets als je ze nodig hebt? Passons, want Live staat vandaag al voor de vijfde maal op het podium van Werchter. Ed Kowalczyk doorstaat moeiteloos de vergelijking met God: allebei hebben ze in vroegere dagen wel eens iets goeds gedaan, zich daarmee tevreden gesteld en vervolgens de rest van de tijd doorgebracht met joints roken op een tropisch strand, de wereldvrede prediken en hun eigen reputatie verknoeien met alles wat ze daarna (een paar godsdienstoorlogen, bijvoorbeeld) gedaan hebben. Live put uitgebreid uit de vroege periode, met een grote lichting ’greatest hits’, wisselt die af met nummers van het nieuwste album en haalt tussendoor nog even schandaligerwijs Johnny Cash’ "I Walk The Line" door de allesvernietiger. Blij om te horen dat er nog steeds zekerheden bestaan in het leven.

Headliners vandaag zijn Muse en The Who: twee generaties Britse bands die op geen enkel moment ontgoochelen. De virtuositeit van Matt Bellamy en Pete Townshend, de energie van diezelfde Bellamy en Roger Daltrey, en songs die de intergenerationele kloof moeiteloos kunnen overbruggen: Muse en The Who hebben wellicht meer gemeenschappelijk dan ze zelf beseffen. Al is het nog maar de vraag of ook Muse over dertig jaar nog festivalpodia zal bevolken. En of The Who dat eigenlijk nog zou moeten doen. Wij worden dan weer verwacht op:



[avp], [jbo], [mvm], [mvs] en [sco] | foto's goddeau-archief
5 juli 2006


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com