When God Comes Around :: Religie in de American-reeks van Johnny Cash

When God Comes Around :: Religie in de American-reeks van Johnny Cash  
Print
    
Pagina 1 2 3
ImageDe definitieve overgave aan een religieus geïnspireerd leven volgde in 1967, toen Cash na jarenlang gedragsproblemen en drugmisbruik afkickte, en zich ten dienste van God stelde. Hij scheidde van zijn eerste vrouw, trouwde met June Carter en wijdde zich onder haar invloed aan bijbelstudie. Niet lang daarna vonden de opnames van de legendarische gevangenisalbums plaats (1968-’69), maar Cash werkte ook aan het (terecht) vergeten album The Holy Land, belijdde zijn geloof tijdens zijn eigen TV show, en maakte een film, The Gospel Road (1973), over het leven van Christus. Cash zorgde ook voor de soundtrack, een dubbelalbum verhalen en songs over de zoon van God. De twee decennia die erop volgden hielden zijn reputatie als countrylegende intact, maar creatief zat de man al te vaak op een dood spoor.

Sin & Redemption

Image"Delia’s Gone" sloeg aan bij een nieuw publiek en het album leverde Cash een Grammy op, maar de totale inhoudelijke vrijheid die Cash genoot, en de voor hem onbekende manier van werken (opnemen in een intimistische sfeer met zo weinig mogelijk overbodigheden en een zo natuurlijk mogelijk geluid), waren de factoren die een zich duidelijk amuserende Cash het meest koesterde. De religieuze songs op het album zijn aangepast aan de sfeer en lijken nergens op de brave en soms wat duffe hymnes op de oudere albums, die vooral bedoeld leken om de afstand tussen God en mens zo groot mogelijk te houden. In plaats daarvan komt de focus op het innerlijke en de eeuwige strijd tussen de zonde en de verlossing na berouw (sin & redemption).

Er werden niet enkel eigen songs gebruikt, maar ook traditionals en andersmans creaties, vaak songs die in de handen van Cash aan zeggingskracht leken te winnen. Op het eerste album wordt de innerlijke donkerte bezongen met "The Beast In Me", maar vooral "Thirteen", geschreven door punk/metal-icoon Glenn Danzig, gaf Cash de kans uit te pakken met een verhaal over het onafwendbare kwade, dat tweeëneenhalve minuut lang voor koude rillingen zorgt. Als contrast is er "Redemption", over hoe het lijden (erg visueel voorgesteld) van een niet bij naam genoemde Christus leidde tot nieuw leven en bevrijding van de gelovigen, die het vermogen hebben de verleidingen van het Kwade te weerstaan: "My old friend Lucifer came, fought to keep me in chains, but I saw through the tricks, of six sixty-six".

ImageUnchained, het tweede album, baadt in een minder duistere sfeer en lijkt minder bezig met religie, maar ook hier is het tweemaal prijs: het hoopvolle "Meet Me In Heaven", opgedragen aan June Carter, bevat stukken tekst die op de grafsteen van Cash’ broer Jack voorkomen. Het epicentrum van het album is echter een loodzwaar en hartverscheurend "Spiritual" (Josh Haden/Spain), dat samengevat kan worden door de steeds terugkerende zin "Jesus, I don’t wanna die alone", een vertaling van existentiële eenzaamheid en een zoektocht naar geborgenheid in de schoot van het geloof.

Lijden, verlies & de dood

Het zoeken naar troost via dat geloof blijft een constante op volumes III en IV, albums die opvallen door een hoger aantal covers en een haast morbide obsessie met eenzaamheid, lijden en de dood. Het religieuze aspect wordt hier niet steeds expliciet uitgesproken, al wordt het steeds meer verweven met sterfelijkheid. Het is ook duidelijk dat Cash, wiens gezondheid na de release van Unchained sterk achteruit ging, nu andere zorgen heeft, veel tijd voor joligheid is er niet. Na een spoedopname in 1997 werd vastgesteld dat hij leed aan autonome neuropathie, een zenuwaandoening die zijn fysieke aftakeling zou versnellen. Het zorgde ervoor dat Cash op Solitary Man op de proppen komt met enkele gitzwarte lappen exorcisme als "I See A Darkness" en een versie van Nick Cave’s "The Mercy Seat", gruwel over de dood(straf) die niet enkel tot in detail het lijden op de stoel beschrijft, maar bulkt van de bijbelse verwijzingen naar het Oude en Nieuwe Testament, Christus en zijn lijden aan het kruis.



12 juli 2006


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com