Dour 2006 :: Een lichtvoetige olifantenstampede

Dour 2006 :: Een lichtvoetige olifantenstampede  
Print
    
Pagina 1 2 3 4

ImageDour ! Ah, Dour : op welk ander festival ziet men T-shirts van obscure bands als Vic Du Monte’s Persona Non Grata? Dour heeft geen headliners, Dour moet het van véél hebben: l’embarras du choix, en het genot daarvan. Onze grootouders moeten er nog altijd niet van weten, maar supermarkten zijn tóf!

Tien om te zien
Vooraf aangekruist en met extra verwachtingen tegemoet getreden. Soms goed, meestal super, werden we ruimschoots bediend:

Dag Eén: Onsynchrone danspasjes

Niettemin is dag één nog wat wakker worden: het is warm, er is op voorhand al te weinig geslapen en eigenlijk bevat de programmatie nog gaten. Nochtans begint alles straf met goddeau’s live-helden van 2005:

Het is ondertussen immers al het zesde optreden van 65DaysOfStatic in België, maar aan energie ontbreekt het de Sheffieldians nog altijd niet. Machtig en zonder omkijken zet de band zijn Europese veroveringstocht verder, toeschouwers kunnen enkele nederig buigen en liters zweet verliezen. En ook nu blijkt hoe dansbaar deze muziek is, zo blijkt als er vooraan in het publiek enkele losgeslagen individuen eightiesgewijs wild gaan op "Retreat! Retreat!". Net als "Radio Protector" en de uit onverwoestbaar titanium opgerukte monstersong "Aren’t We All Running" is het nu al een klassieker. Straks nog even Pukkelpop, maar dàn willen we toch langzamerhand een nieuwe plaat gaan zien. Beloofd?

ImageTijd om adem te halen en snel weg te lopen van de bierbuikenrock van Peter Pan Speed Rock. Waarna het nieuwe project van Erlend — moi? Unfashionable met die grote bril? — Oye moet worden uitgecheckt. The Whitest Boy Alive — een hoop nerds op een hoopje — is bleekschetenfunk lite waar het publiek (kan Erlend wel iets fout doen voor hen?) wel pap van lust. Aanstekelijk en dansbaar is het zeker, maar dat Oye’s stem ver te kort schiet voor dit soort muziek valt ook op. Alles wel beschouwd blijft uiteindelijk vooral de vraag over: "méént hij dit wel helemaal?"

Duitsers, je gaat ze nooit helemaal kunnen ontwijken en zeker niet als ze hun favoriete groepje op het podium hebben meegebracht. In het publiek spotten we een blondgelokte pornoking, op het podium de Avril Lavigne van onze Oosterburen. Wir Sind Helden is bij onze Oosterburen groter dan Hitler op dit moment en we begrijpen wel waarom: we horen prettige powerpop — mét foute draagbare Casio, hoeveel Duitser kan het nog? — en dat hun massaal meegebrulde hitje "Denkmal" een ver broertje is van "Where Is My Mind?" van Pixies, vergeven we met graagte.

Jackson, met computer maar zonder band, komt ongeveer dertig minuten later dan gepland het podium opgeslenterd. Met de tempowisselingen en de wel erg confronterende mix van stijlen die de man bij het begin van zijn set uit zijn laptop tovert, wordt het oververhitte publiek behoorlijk op de proef gesteld. Mettertijd krijgt de man, dankzij moddervette clubelectro, meer vat op de dansspieren, maar dan is het alweer tijd voor het hardere werk van Savas Pascalidis. Conclusie: te laat begonnen, te kort en te vroeg op de avond

Dour is op het lijf van de electrorockers van Infadels geschreven. Met chaotische, dansbare en explosieve floorfillers probeert de groep, aangevuurd door de kale frontman het volk op de wei voor het hoofdpodium op en neer te doen springen. U kijkt, uitgeteld door de aanhoudende hittegolf, liever de kat uit de boom en houdt het bij een goedkeurend knikken. Plaats deze carnavalsbende echter in een goedgevulde tent en hun muzikale cocktail en extravagante podiumact ontploffen als een feestelijke vuurpijl in ieders gezicht. Nieuwe poging op Pukkelpop straks?

ImageSlechts één plaat onder de arm en toch bijna-headliner vanavond: Maxïmo Park. De band rond frontman Paul Smith smijt zich met veel energie op zijn hoekige en poppy postpunk, maar kon niet verbergen dat de songs niet altijd even sterk staan. Al viel dat goed mee in het geval van "The Coast Is Always Changing" en een uit vele kelen meegebruld "Apply Some Pressure". Toch een leuk livebandje.

Primal Scream heeft twee soorten platen op haar actief: hedendaagse mengelingen van rock en all things dance en op het beste van de Rolling Stones geënte boogierock. Hun recente Riot City Blues is van dat laatste en dus verwachten we een show die doet denken aan het gezegende jaar 1970. Live zoeken Bobby Gillespie en de zijnen echter de zo vaak geprezen gulden middenweg: het klinkt steviger dan de belegen rock van een "Give Out But Don’t Give In", maar het withete van hun beste werk krijgen we ook niet echt. Toch onthouden we met veel genoegen stampende versies van "Swastika Eyes" en "Country Girl".

De piepjonge Nathan Fake mag het grote dansfeest in gang steken. Zonder kapsones neemt de jonge hond plaats achter zijn laptop en geeft het startschot voor een uur durende trip doorheen de magnifieke sterrenhemel boven de Waalse festivalweide. Fake serveert geen rechttoe rechtaan danskrakers, maar wondermooie luisterpareltjes. Heupwiegend meebewegen is echter allerminst verboden. U danst de nacht in, wij hadden al genoeg onsynchrone pasjes laten zien om voldaan te gaan slapen. Dit is nog maar het begin immers.



[hvh], [md], [mvs] en [vm] | foto's Anton Coene en Laura Wauters
19 juli 2006


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com