Pukkelpop 2006 :: De efficiëntie van bakvissenlogica |
|
|
|||
Dag Twee: BijtafdrukkenHebben dag twee en drie nog zin na zo’n impressionante aftrap? Dat valt nog te bezien, want met onder andere Twilight Singers featuring niet alleen de gebruikelijke Greg Dulli maar ook nog eens Mark Lanegan en daarna Massive Attack zou het ook vandaag wel eens kunnen spetteren. En dan hebben we het niet over de alweer pessimistische weersvoorspelling. Verschrikkelijk vroeg opstaan om op tijd te zijn voor de minst Brits klinkende Britse band op de affiche, het is het gelukkig waard. De drie heren van Archie Bronson Outfit hebben waarschijnlijk een pact gesloten met de duivel, want gedurende de volle dertig minuten van hun concert straalde frontman Sam Windett een ingetogen bezetenheid uit die hij moeten hebben ingeoefend in een of andere onderbelichte kruipkelder. Met de looks van Bonnie ’Prince’ Billie en het bijna bezeten gehuil van een brimstone preacher geven hij en zijn twee collega’s zich te over aan denderende bluesrock en op 60s rock-geënt garagelawaai. Grote stukken van hun recentste Derdang Derdang vormen de ideale wake up call, en vooral "Kink" (die opzwepende drums!), "Dead Funny" en "Dart For My Sweetheart" (het beste optelrijmpje van 2006) imponeren. Forward, Russia!, de zoveelste postpunkfunkwhatever-sensatie uit Engeland bracht nog maar net zijn eerste album Give Me A Wall uit, en heeft dus heel wat te bewijzen. De groep brengt het er wel goed vanaf: het grootste deel van het nieuwe album en één nieuwe song worden er aan een rotvaart doorgejaagd. Originaliteit is weliswaar ver te zoeken — zeker al omdat het bandgeluid live een pak minder eclectisch is dan op plaat — maar er wordt gespeeld met zo’n overgave dat onbewogen blijven moeilijk is. De band doet vooral denken aan Bloc Party, al zijn ze wat hysterischer en minder toegankelijk. Dag twee lijkt veelbelovend begonnen, maar daar komt Feeder het feestje al verpesten. Platte, risicoloze, gezichtloze rock hoorden we toen we ooit op aanraden van foute vrienden hun debuut Polythene aanschaften — en meteen weer wegschonken, een decennium later is de band nog steeds niet geëvolueerd. Als het ging om een stel klungelende amateurs zou je kunnen stellen dat het prutsers zijn. Maar dat zijn ze niet. Als het ging om een bende pretentieuze art wankers, dan zouden ze ook een makkelijk doelwit zijn. Maar dat zijn ze ook niet. Wél: de gulden middenweg, een gebrek aan ruggengraat en voer voor een generatie passieve tieners die genoegen neemt met de makkelijkste der oplossingen. Feeder behoort tot de gevaarlijkste soort der bands: de gladde verleiders en dealers van het sluipende gif die een communicatiecursus gevolgd hebben. Feeder is de vleesgeworden verheerlijking van de middelmaat.
Ooit waren de vier (of vijf, voor de ouderen onder ons) van Urban Dance Squad zowat het meest explosieve orkest van de Benelux. De band implodeerde voor de eeuwwisseling en is om onduidelijke redenen bij elkaar gekomen voor een reeks optredens. Dat de koningen van de crossover intussen wel wat verouderd zouden klinken, nemen we er graag bij, maar ook de performance op zich laat te wensen over. Het is, voorzichtig uitgedrukt, een vreemde setlist (waarom "Hard Headed Headstrong" en "Underground" spelen als je zo weinig tijd hebt? Waarom zo weinig uit de eerste twee albums?), die dan ook nog eens de kop wordt ingedrukt door een morsig gitaargeluid en een gebrek aan richting. Rudeboy is nog steeds een aardige brok energie, maar het scherpe is er wel vanaf, wat duidelijk wordt tijdens hardere nummers als "Good Grief" en vooral "Demagogue", dat het bijna begeeft onder z’n gewicht. Lichtpunt: "Fast Lane", dat vijftien jaar na datum nog steeds beter klinkt dan wat de volgelingen voortgebracht hebben. Wisselt Murray Lightburn tijdens het grotendeels monotone optreden van zijn The Dears zo vaak van gitaar om zijn twijfels nog wat extra kracht bij te zetten? Het mindert de vaart van het optreden in de Marquee alvast niet, want daar is om te beginnen al geen spoor van te vinden. Jammer, al is het maar omdat de man zijn voorliefde voor Morrissey niet onder stoelen of banken steekt. Er vallen wel wat mooie melancholische uithalen te noteren, maar het emotieloze gedram van de groep (nochtans geflankeerd door twee bevallige keyboardspeelsters) biedt weinig ondersteuning. Alleen tijdens "Lost In The Plot" valt alles even in de plooi en gaan enkele vuisten de lucht in. We geven Murray nog een kans met Gang Of Losers, maar anders lonkt alsnog het Vreemdelingenlegioen. Een dosis positieve vibes is na zoveel mistroostigheid even welkom als de Playboy bij de gemiddelde veertienjarige, en dus mag er weer als vertrouwd gehuppeld worden op de zonnige tonen van Michael Franti & Spearhead. Franti en de zijnen hebben een tros nieuwe songs onder de arm en op één ervan mag — ochot ocheire — Gabriel Rios even "Hello! Hello!" mee komen zingen. Qua gastoptreden is het allesbehalve memorabel, gelukkig is de rest van de set dat weer wel met een opzwepend "Rock The Nation" en een zijn titel bevestigend "I Know I’m Not Alone". Spearhead krijgt maar veertig minuten, maar heeft nauwelijks zijn hits nodig om een feestje te bouwen. Ja, zó goed is dat nieuwe Yell Fire!. Scherp in contrast met Spearheads alomtegenwoordige optimisme is Dirty Pretty Things’ boodschap aan de wereld: "Bang Bang, You’re Dead". Of dat menen we toch te hebben verstaan. Als frontman Carl Barât zijn keel wijd openspert, is het immers om een geut whisky erin te kappen en niet zozeer om geluid te produceren, laat staan om te zingen. De band speelt zo rommelig dat de scherpe en opwindende rammelrock van het debuut gedegradeerd wordt tot niet meer dan wat geluidsbrij. De enige verdienste van deze band is te komen opdagen, en dat is al heel wat meer dan die andere The Libertines-afsplitsing Babyshambles. Wat een stelletje losers.
Na Reiziger zet Geert Plesser zijn tanden volledig in Confuse The Cat. De bijtafdrukken zijn ernaar, want CTC leverde in het verleden al twee zeer te pruimen platen af. Halfweg hun Pukkelset zorgt radiohit "Akela" voor de eerste commotie, zeker wanneer even later een doorgebroken fan zich op het podium probeert te hijsen. De nuchtere Belgen laten zich echter niet uit hun lood slaan en trakteren ons nog op een sterk "New Medicine" en het nieuwe "Senkrecht Waagerecht". Aan het einde van de rit worden de gitaren als zegegebaar in de lucht gestoken, zowel het publiek als de opgezette dieren op de versterkers knikken goedkeurend. 22 augustus 2006 |
Meer Pukkelpop 2006
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||


Is er iéts dat niet kan goedgemaakt worden door drie vrolijke meisjes in polkadotjurkjes? We think not.
Haast een apart festival is het, het hoekje waar de uit beats opgetrokken Dance Hall en Boiler Room zich bevinden. Er loopt voor het grootste deel een volkje rond dat niets van de andere podia af weet en al vanaf het middaguur — verscholen achter grote zonnebrillen — staat te dansen. Voor wie graag een beetje "boenkt" is het aanbod hier dan ook bijzonder te smaken, zeker wanneer electropeetvader Anthony Rother de honneurs komt waarnemen. Sterker nog, hij komt zelfs iets live doen met keyboards en een megafoon. Dat laatste "instrument" werd bij zijn laatste doortocht in Café d’ Anvers nog voor het openingsnummer gestolen. Hier kan hij wel ongehinderd zijn ding doen, en dat doet hij nog altijd opperbest, met songs als "Back Home" en "Come With Me". Ook in de Dance Hall is Pukkelpop halfweg, en de eerste schifting is reeds doorgevoerd merken we, als we buiten door een liggende menigte manoeuvreren.