|
goddeau: Maakt het feit dat je er nu woont het toch niet moeilijker om die afstand te bewaren? White: "Ik ben altijd een outsider geweest, om verschillende redenen. Een van mijn favoriete analogieën heeft te maken met Belgisch Congo: toen de toeristen op zoek gingen naar de nomadische Pygmeeënstammen, vonden ze altijd die ene Pygmee die kleiner was dan de "grote mensen", maar die ook groter was dan zijn stamgenoten, en daardoor ook een outsider was. Voor mij voelt het net zo aan: mijn familie kwam uit het Noorden, maar ik ben opgevoed in het Zuiden.Ik was altijd "that Yankee boy", en zal dat ook altijd blijven. Ik kan me bijvoorbeeld nog perfect herinneren dat ik voor het eerst "y’all" zei. Ik kwam van Zuid-Californië, het epicentrum van de surfcultuur in de vroege jaren zestig, en toen ik verhuisde naar het Zuiden sprak iedereen er zo raar. Jaren zei ik "you guys", want zo had ik het geleerd. En plots heb ik bewust ervoor gekozen om ook "y’all" te zeggen. Als je je nog kan herinneren wanneer je dat voor het eerst zei, dan ben je geen echte."
goddeau: Hoe wordt je muziek dan onthaald in je eigen regio? White: "In het zuiden van de Verenigde Staten is Clear Channel oppermachtig, en is er gewoon geen alternatieve en volwaardige visie op muziek. Als ik in het diepe Zuiden speel, dan dagen er dertig mensen op. Toen ik voor het eerst speelde in m’n thuisstad in Georgia, daagden er zeven mensen op, waarvan er vijf in de lokale krant hadden gelezen dat ik een afvallig christen was. Ze wilden me terug naar Jezus leiden." Dowd: "Bij ons komt er doorgaans wat meer volk opdagen, en ik heb vaak ook de indruk dat ze me er eerder zien als een gekke ouwe nonkel. Ik ben er opgegroeid, dus ik voel me er in zekere zin ook wel thuis. Vreemd genoeg voel ik me er ook altijd een pak veiliger dan waar ik nu woon." goddeau: Nochtans zing je vaak over de regio in een redelijk negatieve context: als een ietwat achterlijk gebied van godsdienstwaanzin, armoede en wanhoop. Dowd: "Mja, daar draait het in eerste instantie vooral om de setting van een song. Ik zou geen songs kunnen schrijven die zich afspelen in Boston, bijvoorbeeld. Ik wil gewoon schrijven over the human condition, en put uit ervaringen in werelden die ik ken. Wat voor mij persoonlijk belangrijker is, is de clash tussen de klassen, de economische verhoudingen. Wat dat betreft ben ik een Marxist. (lacht) Ik voel me dan ook meer verwant met een vrachtwagenchauffeur uit België dan een poenschepper uit m’n eigen streek." goddeau: En de toekomst? Jim, ik heb begrepen dat je bezig bent aan een nieuwe plaat? White: "Inderdaad, die zou normaal moeten verschijnen in de lente van volgend jaar. De plaat is nu af voor drievierde, maar ik werk heel traag. Er kruipt veel tijd in, en ik heb een baby van twee maanden oud, dus het is een werk van lange adem, waardoor ik het eerstkomende anderhalf jaar sowieso druk bezig zal zijn. Daarna zien we wel: als er songs en interesse zijn, zijn de mogelijkheden open wat mij betreft." goddeau: Misschien nog een vraagje voor de twee minder bekende muzikanten in de band: jullie spelen allebei in nog een aantal andere projecten, waarvan sommige — zoals jullie gezamenlijk jazz/electronica-project Tzar — heel verschillend zijn van wat jullie doen bij Hellwood of Johnny Dowd. Nood aan een extra uitlaatklep, of een weerspiegeling van jullie muzikale smaak? Stark: "Het tweede! Voor mij toch." Wilson: "Hellwood is niet meer of minder een uitlaapklep dan eender welk project, en zeker bij Johnny zitten we goed, want die wil immers steeds meer van ons, meer dan we kunnen bieden zelfs. (lacht) Dit is nu eenmaal wat we doen, ik hou van al die stijlen, en zou willen dat ik ze nog beter onder de knie had. Dat komt ervan als je woont in een stadje als Ithaca, waar iedereen in een of meerdere bands zit. Het zit in de lucht." Dowd: "Nee, het zit in dat smerige water. Zeker weten." (zieke grijns)
1 november 2006 |
|