John Zorn :: Triomf van de gulzigheid

John Zorn :: Triomf van de gulzigheid  
Print
    
Pagina 1 2 3

In de beperking herkent men de meester. Bah. Het zijn woorden waar we steeds minder in geloven. Het credo is ook niet besteed aan John Zorn. De vraag die zich dan stelt, is in hoever zijn onoverzichtelijke vloed aan platen te verkennen, laat staan te verteren valt. Makkelijk is het niet, maar wie wil nog makkelijk?

ImageVan "pretentieuze platenkakker" tot "de enige relevante componist van de voorbije dertig jaar", het zijn labels die het voormalige enfant terrible van de Newyorkse avantgarde al te verduren heeft gekregen. Vijfentwintig jaar geleden leek Zorn voorbestemd om een bestaan te leiden in de marge, maar een ongekende werkethiek en eindeloze vloed aan projecten hebben ervoor gezorgd dat de muzikant/componist nu wordt beschouwd als een innoverend en belangrijk artiest binnen de jazz, de experimentele muziek én talloze tussenvormen. De meter staat niet stil: allmusic.com toont een discografie van meer dan honderd titels, terwijl uitgebreidere biografieën, die ook ’s mans activiteiten als sessiemuzikant/producer meetellen, gewag maken van meer dan tweehonderdvijftig albums.

Anno 2006 staat Zorn stevig aan het hoofd van zijn eigen label (Tzadik), wordt hij beschouwd als het boegbeeld van de Amerikaanse experimentalisten en is hij opgenomen in de MacArthur Fellowship, zowat de hoogste waardering die een kunstenaar te beurt kan vallen. Het ironische is dat dit alles werd bereikt met een visie die meer conventionele kunstenaars als een kamikazevlucht zouden beschouwen. Zoals David Bither ooit schreef, is luisteren naar Zorns muziek vergelijkbaar met het kijken naar een kameleonrace in een verfpot. Een trip door zijn oeuvre is een moeilijke, soms zelfs hachelijke zaak (enkele albums zijn rotslecht of onbeluisterbaar), al wordt dit ruimschoots gecompenseerd door het besef dat er je als luisteraar altijd iets uitzonderlijks te wachten staat.

Vroege jaren: game pieces en eerbetonen

Zorns First Recordings toont hem als een abstract geluidsdenker, bezeten door musique concrète en vroege elektronische muziek. Van jazz, laat staan de neoklassiek die later een integraal deel van z’n werk zou worden, is dan nog geen sprake: het gaat om collages van gevonden en gemanipuleerd geluid, aurale diarree die concepten als melodie, ritme en harmonie volledig negeert. Die verstoorde muzikale grammatica is ook terug te vinden op zijn eerste albums (Lacrosse, Pool, Hockey, Archery), beter bekend als de game pieces. Het zijn oefeningen in gestructureerde improvisatie, waarbij op voorhand enkele basisregels werden afgesproken, die vervolgens door Zorn aan zijn muzikanten werd opgelegd. Het resultaat: anti-muziek, die ondanks z’n onvoorspelbaarheid snel resulteert in wurgende monotonie.

Interessanter zijn de eerbetonen, waarbij Zorn zich niet enkel liet leiden door muzikale helden als jazzicoon Ornette Coleman en componisten als Ennio Morricone, Bernard Herrmann en Carl Stalling (die de muziek voor de Looney Tunes maakte), maar ook door pulpliteratuur en film. Zo werd Spillane een muzikale tegenhanger van noir detectives. Op deze albums gaat Zorn tekeer als een onvermoeibaar theoretisch denker en postmodernist, die met de ideeën van Morricone & co. een loopje neemt. De muziek wordt afgebroken tot het niveau van de bouwstenen om vervolgens een radicaal verschillende opbouw te krijgen. Zorn de saxofonist treedt geleidelijk meer op het voorplan: met The Classic Guide To Strategy nog als acoliet van Anthony Braxton, daarna steeds aggressiever, spelend met hard bop en free jazz.


22 november 2006


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com
azerty