John Zorn :: Triomf van de gulzigheid |
|
|
|||
|
Japan, geweld, hardcore
Met deze band zou Zorn ook nog de zwarte romantiek en ambient verkennen, maar de "hardcoreminiaturen" (kabaalerupties van vaak minder dan twintig seconden) kregen de grootste nalatenschap. Naked City kreeg ook nog een humorloze bastaardbroer: Painkiller. Dit trio (Zorn, bassist Bill Laswell en Napalm Death-drummer Mick Harris) slaagde erin bizarre geluidsterreur te creëren die zo mogelijk nog extremer was: sufmokerende baslijnen, schreeuwende sax en drumslagen die het einde der tijden aankondigden op releases als Guts Of A Virgin en Buried Secrets. Muziek voor volk dat geen genoegen nam met death metal. Masada
Het duurde niet lang of Zorn ging het Masada Songbook ook gebruiken in andere contexten: de muziek werd herschreven voor strijkers (The Circle Maker), kamerensembles (Bar Kokhba) en een meer rockgeorienteerde richting (Electric Masada, wat ertoe leidde dat het oorspronkelijke kwartet Acoustic Masada werd). Masada is nu nog steeds het populairste van Zorns projecten. Filmworks Niet lang na het verschijnen van The Big Gundown, kreeg Zorn het aanbod de muziek te verzorgen voor een film van dertig minuten. Het was het begin van een serie soundtracks (een genummerde serie Filmworks) die in de meest uiteenlopende contexten aan bod zou komen, en ook onderling een verbijsterende diversiteit aan de dag leggen. Zo is Volume 5: Tears Of Ecstasy een verzameling songs van zestig seconden die de vloer aanveegt met het originele idee van The Residents (Commercial Album), Volume 7: Cynical Hysterie Hour een spastische oefening in cut & paste voor Japanse animatiefilms, Volume 14: Hiding And Seeking een bloedmooie soundtrack bij een documentaire over een Poolse familie op zoek naar haar roots, en het meest recente deel, Volume 18: The Treatment, gemaakt voor een komische film.22 november 2006 |
Meer John Zorn
Meer artikels
Meer op Goddeau.com
|
||


Eind jaren tachtig richtte Zorn zijn meest beruchte project op: Naked City, een terreurgezelschap waarmee hij enkele obsessies vertaalde in de ultieme postmoderne muziek. Spy Vs. Spy, zijn furieuze eerbetoon aan Ornette Coleman was al een indicatie, maar met Naked City wist Zorn vriend en vijand te verbijsteren. De muziek laat zich best omschrijven als een ritje in een achtbaan voor psychopaten: hardcore punk, free jazz en filmmuziek gaan de strijd aan met elkaar, terwijl er daarbovenop nog eens wordt geflirt met populaire muziek als country en surf. De albums, waarvan de lay-out en sfeer herhaaldelijk verwijst naar pornografie/SM en geweld (het stuk Leng Tch’e is genoemd naar gruwelijke martelpraktijken), zoals in het werk van filosoof/romanschijver Georges Bataille, zijn brutaal, hilarisch, en geschift.
In 1993 kwam Zorn op de proppen met Kristallnacht, een muzikale recreatie van een van de donkerste hoofdstukken uit de twintigste eeuw. De plaat was ook het begin van Zorns Radical Jewish Culture-serie. De exploratie van zijn Joodse roots zou de erop volgende jaren vrij spel krijgen. Zorn schreef een hoop songs bij elkaar en verzamelde drie superieure muzikanten rond zich. Met dit kwartet nam hij tien studioalbums op tussen 1994 en 1997, die allen balanceren tussen de free jazz van het klassieke kwartet van Ornette Coleman en exotische geluiden uit de Oosteuropese volksmuziek en klezmer. De albums zijn stuk voor stuk energieke kruisbestuivingen, maar het is bovenal een band met een superieure live-reputatie. Wie hen deze zomer bezig zag op het Blue Note Festival zal de overdonderende mengeling van kracht, schoonheid en pure speelgoesting niet licht vergeten.