|
Geen grenzen En daar houdt het niet op. Het zijn slechts labels die het een liefhebber makkelijker kunnen maken Zorns werk te categorisen (iets dat de man in de over hem gemaakte documentaire –- A Bookshelf On Top Of The Sky (2004) —onthaalt op walging). Er zijn talloze eenmalige projecten en releases die niet onder een noemer te vatten zijn. Een limiet op zijn artistieke vrijheid lijkt Zorn niet te dulden, en net daardoor is het zo verbijsterend vast te stellen hoeveel van zijn albums de tand des tijds moeiteloos lijken te doorstaan. Tegenover elk minder geslaagd project staan minstens drie tot vier albums die beluistering na beluistering kunnen doorstaan. Zelfs met een kritische ingesteldheid kunnen twee dozijn albums weerhouden worden die tot het beste behoren wat er de voorbije twee decennia is verschenen.
Het meest opmerkelijke is het gemak en de virtuositeit waarmee Zorn al deze projecten en stijlen weet te combineren. Toen hij vorige maand carte blanche kreeg op het Jazz Pulsations festival in Nancy, trakteerde hij het publiek op een solo performance, een optreden van Acoustic Masada én een dondersessie met Painkiller. In september 2003 was de Newyorkse Knitting Factory een maand lang de locatie van Zorns vijftigste verjaardag, en dertig dagen na elkaar kregen projecten een platform: de ene dag ging het om strijkkwartetten, de dag erna over solo of duo performances, gevolgd door shows van Zorns bands. Elf van de shows werden intussen uitgebracht door Tzadik, en samen zijn ze getuige van de immensiteit van Zorns talent en zijn kwaliteiten als componist, arrangeur én muzikant. De vijf Het centrale probleem bij de discografie van Zorn is waar te beginnen. Hieronder volgen enkele suggesties, achterpoortjes om de wereld van Zorn te verkennen. Het zijn niet noodzakelijk de vijf beste albums, maar ze behoren wel tot de puurste voorbeelden binnen enkele van zijn uitlaatkleppen: The Big Gundown (1985) - Afbraak en opbouw. Tien stukken van Italiaanse meester Ennio Morricone, nu eens herkenbaar, dan weer radicaal getransformeerd. Ironisch en opzwepend, van Beethoven tot Clint Eastwood, van de harmonica van Toots Thielemans (!) tot het kippenvelgejank van Diamanda Galas.
Naked City (1989) - Het geweld. Een muilpeer in het gezicht van de Martini-jazz. Vijf Amerikaanse avantgardehelden en een op hol geslagen Japanse krijser. "Batman", een cover van Ornette Colemans "Lonely Woman" en zoveel ideeën per minuut dat andere bands ervan konden leven: Mr. Bungle en Fantômas zijn er slechts twee van.
Masada: Live In Middelheim (1999) - De passie. Het kwartet verkent ongekende hoogtes, gaat zich te buiten aan van de pot gerukt gekwetter en doet zich te goed aan intense melancholie. Energiek als punkrock en zalvend als de muziek van Eric Satie. Eén van de beste jazzalbums sinds de free jazz-golf van de 60s, en dan ook nog eens opgenomen in uw achtertuin.
Filmworks 14: Hiding And Seeking (2003) - De schoonheid. Mysterieus, sensueel én toegankelijk. Exotica met bezwerende zang, heupwiegende ritmes en vibrafoon. Opgenomen door de bezetting van Electric Masada, met de wonderbaarlijke Mark Ribot op akoestische gitaar.
Astronome (2006) - De waanzin. Voorlopig beter bekend als Moonchild, Pt. 2, en het meest recente project van Zorn, die componeerde, maar niet meedoet. Een driedelige opera voor psychopaten, gespeeld door drummer Joey Baron, bassist Trevor Dunn en Mike Patton op de top van z’n kunnen. Een album voor de durvers, een werkstuk van een monsterlijke intensiteit. John Zorns "Moonchild" staat op 28 november in de AB.
22 november 2006 |