|
Met hun derde album Blood Mountain zorgde Mastodon niet enkel voor een hoogtepunt dit jaar, maar ook voor een instant metal classic. Het is nog altijd geen spek voor de gemiddelde muziekfan (zelfs menig metalliefhebber weet nog altijd niet wat ermee aan te vangen), al kunnen we ons niet herinneren wanneer zo’n extreme plaat nog eens op zo’n grote schaal potten wist te breken.
Het is snel gegaan voor het kwartet uit Atlanta, Georgia. Begin 2003 vulden ze amper de Kontichse Lintfabriek met High On Fire. Anderhalf jaar later speelden ze in een uitverkochte Sojo (Leuven). Toen verscheen Leviathan en bleef de populariteit exponentieel groeien. Anno 2006 wordt de band beschouwd als een essentiële player in Metalland, valt er bijna te spreken van een mainstream-doorbraak en concerteren ze in het voorprogramma van rockgiganten Tool. We treffen bassist/zanger Troy Sanders en drummonster Brann Dailor een paar uur voor hun optreden in de catacomben van Vorst, waar ze, verscholen achter een XL-koffie en worstelend met een kater én een forse jetlag, tekst en uitleg geven bij hun onwaarschijnlijke rise to fame.
goddeau: Tweeëneenhalf jaar geleden vertelde Bill (Kelliher, gitarist, gp) me wat een kick het was om Slayer gezien te hebben vanop een podium. Intussen hebben jullie met hen getourd en een hoop megafestivals aangedaan, zoals geregistreerd werd op The Workhorse Chronicles. En nu zijn jullie opnieuw in België met Tool. Kan je zelf nog volgen? Sanders: "Niet echt. (lacht) Het is zeker niet zo dat we dat allemaal zagen aankomen, al is het natuurlijk wel iets waar je op hoopt. Dat geldt vast voor iedereen. Vijf jaar geleden zeiden we al: "Stel dat we ooit zouden kunnen touren met Slayer ... dat zou toch super zijn!" We proberen gewoon ons ding te doen en beter te worden, en dat heeft gelukkig al een en ander opgeleverd: we hebben gespeeld met een aantal van onze idolen. Zelf luister ik al meer dan tien jaar naar Tool en Slayer, dus je kan wel zeggen dat dit een geweldige ervaring is." goddeau: Enig idee waar de limiet ligt voor jullie muziek? Hoever kan dit zo door blijven gaan? Kan het nog twee jaar stijgen? Sanders: (beslist) "Er is geen limiet." Dailor: "Vind ik ook. Kijk waar Tool nu staat. Misschien geraken we daar ooit nog, ook al zijn we van plan enkel te doen wat we willen, en gewoon te blijven evolueren als band. Maar we houden zeker geen rekening met limieten." goddeau: Jullie worden vaak omschreven als een metalband, maar jullie zijn verre van een traditionele act in het genre. Denk je dat het een voordeel is om tussen de hokjes te vallen? Sanders: "Zeker weten. Eigenlijk beschouw ik ons niet eens als een metalband. Ok, er zit zeker wel metal in ons geluid. Maar we spelen eigenlijk toch gewoon weirdo rock-’n-roll, niet? En dat kan vooral omdat er geen grenzen of hokjes aanvaard worden. Als een van ons een maf idee heeft, dan geven we dat een kans en proberen we er iets mee aan te vangen. Het gebeurt bijna nooit dat we iets benaderen met de "Oh nee, dat past niet in onze kraam"-houding. The Melvins, die doen dat ook niet, en ze brengen daardoor al twee decennia creatieve en boeiende muziek uit. Niet makkelijk, maar wel met karakter. En in de USA spelen ze nog steeds voor zalen met een duizendkoppig publiek, dus het kan wel degelijk." goddeau: Het is zeker een van de meest herkenbare en unieke bands in de luide sector. Sanders: "Inderdaad, en dat is het soort band dat altijd herinnerd zal worden en een fundament kan vormen voor latere generaties van bands die anders zijn. Zoals Mastodon."
27 december 2006 |
|