|
Vier jaar kostte het Mintzkov -- de Luna sneuvelde onderweg -- om met een opvolger voor M For Means And L For Love af te komen. In die periode bracht Absynthe Minded drie platen uit, maar frontman Philip Bosschaerts blijft er onbewogen bij: “goeie songs schrijf je nu eenmaal niet op 1-2-3.”
Bosschaerts: “We zijn behoorlijk laat beginnen te schrijven aan 360° en ik kan niet zeggen dat het een gemakkelijke plaat was. Het was de bedoeling om echt iets anders te doen dan voorheen. Daar zijn we ook in geslaagd, maar het vroeg wat tijd. Ik vroeg me wel af of we niet opnieuw van nul zouden moeten beginnen bij het publiek, maar sinds “One Equals A Lot” uit is op single, zijn die twijfels weg. Iedereen kent ons blijkbaar nog, en alles loopt goed.”
goddeau: En passant schrapten jullie “Luna” uit jullie naam. Nochtans was dat niet het moeilijke woord in de groepsnaam. (Gelach) “Dju.” Lies Lorquet (bas): “Niemand kon die naam onthouden. We moest het aldoor spellen of opschrijven.” Bosschaerts: “De discussie over de groepsnaam voerden we al jaren, en nu we toch voor duidelijkheid gingen, hebben we dat meteen in de naam doorgetrokken. Nu is het gewoon een groepsnaam, vroeger leek het bijna een progrockachtig concept waar je een betekenis achter moest zoeken. En iedereen noemde ons toch al Mintzkov.” goddeau: Waar slaat de albumtitel 360° op? Mintzkov maakt de cirkel rond? Bosschaerts: “Het is een catchy titel met een bijbehorende song en het beschrijft onze manier van werken. We maken geen genremuziek zoals blues of country, we proberen onze eigen muziek te maken en dat kan elke keer iets anders zijn. Om daarin te slagen moet je al eens iets uitproberen, maar je moet ook opnieuw op je eigen ding, op Mintzkov-muziek, uitkomen. In die zin maken we een cirkel langs alles wat we uitproberen om toch terug te komen bij iets dat op onszelf lijkt.” goddeau: Het resultaat klinkt in mijn oren tegelijk harder en meer poppy dan M For Means…: als het stevig is, mag het iets steviger, als het poppy is, is het écht wel pop. Was dat de bedoeling? Lorquet: “ ‘Duidelijker’, dat is het woord. Ik wilde bijna ‘simpeler’ zeggen, maar dat heeft te veel een negatieve bijklank.” goddeau: Was de vorige plaat dan onduidelijk? Bosschaerts: “Ze was frivoler, met héél veel informatie. Dat wilden we nu beperken: beter één idee uitwerken in plaats van twaalf tegelijk. We hebben geprobeerd dat te bereiken, zonder onze eigenheid te verliezen.” Lorquet: “Als je de twee platen vergelijkt, zul je horen dat er in 360° nog evenveel informatie zit, maar waar die partijen, riffs en arrangementen vroeger naast elkaar werden geplaatst, steekt alles nu in elkaar. Je kunt het ene niet weglaten zonder het andere te raken. Dat is ook gemakkelijker om live te spelen, het was immers de bedoeling dat we de songs konden spelen in ons repetitiehok.” Bosschaerts: “Op de vorige plaat hebben we met samples en zo gewerkt, en dat was niet makkelijk te vertalen naar een podium. Nu is de plaat iets meer uptempo en dat kunnen we live goed brengen: gewoon vijf muzikanten, zonder dat we daarom aan iets inboeten.” goddeau: Lies zingt ook merkelijk meer dan voorheen. Hoe kwam dat? Lorquet: “Dat gebeurde vanzelf, ik zag gewoon vaker een kans om ergens een tweede zanglijn bij te plaatsen en het werkte. We hadden de afgelopen jaren een computer in het repetitiekot en dat gaf ons de gelegenheid om al gemakkelijker eens iets te proberen en te zien of het werkte.” goddeau: Voor de productie gingen jullie in zee met Mark Freegard, bekend van zijn werk met onder anderen Marilyn Manson en Manic Street Preachers. Waarom wilde hij met jullie werken? Bosschaerts: “We hadden een enorme lijst aangelegd met producers die we zagen zitten, vaak onmogelijk grote namen, en hij stond er ook bij. We wilden hem vooral omdat hij The Last Splash van The Breeders heeft gedaan. Hij zei ons dat hij alle demo’s -- en hij krijgt er veel binnen -- beluistert en dat hij meestal al heel snel doorheeft of het iets voorstelt. Hij hoorde een eerste demo van “Life After Fire” en vond het meteen goed zitten, dus was het ok voor hem.” “Hij heeft zijn eigen studiomateriaal meegebracht naar de studio in Borgerhout, omdat hij dat het beste kent. Hij wilde overigens ook in dezelfde kamer als ons opnemen, en niet vanuit een controlekamer richtlijnen geven. Dat was heel raar, maar het werkte wel. Eigenlijk heeft hij ons vooral geregistreerd. Hij greep niet in de structuren of arrangementen in, zoals Frank Duchêne dat bij de opnames voor M For Means… heeft gedaan. Nu deden we dat soort preproductie zelf al vooraf. Mark zocht gewoon naar het juiste moment, de juiste take.”
14 March 2007 |
|