|
Ze brachten sinds hun debuut in 1997 zo goed als elk jaar een nieuwe plaat uit, maar na het politiek geïnspireerde Liberation werd het opeens stil, tot begin dit jaar een persbericht rondgestuurd werd: Trans Am was weer samen en had een nieuwe plaat uit, die overigens verrassend goed onthaald werd.
Een halve reis rond de wereld met opnames en incidenten tot in Nieuw-Zeeland toe, culmineerde uiteindelijk in Sex Change, een album waarop elektronica en rock opnieuw met elkaar in de clinch gaan. Dat de groep — bekend om zijn technische kunnen én gevoel voor humor — niet altijd even goed begrepen wordt, verbaast zanger-gitarist-keyboardspeler Philip Manley niet echt: "Veel mensen hebben een verkeerd idee van wat ironie wil zeggen en gebruiken het woord fout. We gebruiken niet echt ironie maar eerder humor; dat is iets dat gewoon in ons zit. We zullen wel eens een songtitel bedenken die eigenlijk totaal niet past bij het nummer, en onze foto’s zijn speels. Uiteindelijk is het ook maar rock-’n-roll, we mogen onszelf niet te ernstig nemen." goddeau: Maar loop je dan niet het risico dat mensen je ook niet ernstig zullen nemen wanneer je het wel meent? Dat ze overal de grap achter zullen zoeken? Manley: (lacht) "Dat is natuurlijk een risico. Maar als het gebeurt, zou het waarschijnlijk nog grappiger zijn."
goddeau: Ik kan me overigens niet van de indruk ontdoen dat jullie groepsnaam, die verwijst naar de Pontiac Trans Am Firebird, ook niet helemaal au sérieux genomen mag worden. Jullie muziek botst met het idee van zo’n "muscle car". Manley: "Onze groepsnaam past eerder in de traditie om je groep naar een wagen te noemen, zoals Galaxie 500, Delta 72, … het is dus niet humoristisch bedoeld, maar ik denk dat je in onze muziek wel wat "muscle car"-geluiden kan horen. Zeker het rockgeluid verwijst ernaar. Eigenlijk wilde ik de groep trouwens Corvette dopen, maar Seb (Sebastian Thomson, drums – jbo) antwoordde daarop "fuck that, let’s call it Trans Am." goddeau: Jullie vorige plaat Liberation was een heel ernstig en politiek album. Was die plaat bewust zo politiek? Ook de groepsfoto’s lieten weinig aan de verbeelding over. Manley: "Dat was echt een koerswijziging maar we vonden dat we het moesten doen. Op dat moment sprak geen enkele muzikant zich uit tegen de oorlog. En omdat we in Washington leefden, leek het ons ook logisch om te reageren. Zoiets houdt natuurlijk altijd een risico in: het is complex en niet iedereen apprecieert dat. De humor op de plaat is niet zo duidelijk, misschien hadden we wat duidelijker moeten zijn."(lacht) "We hebben toen foto’s genomen van onszelf, verkleed als Guant´namo-gevangenen, en daar maakte niemand een punt van. Mochten we dat nu doen, dan kwamen we vast en zeker in de problemen. Daarom wonen we ook niet meer in Washington, het werd meer en meer een politiestaat. Het voelde aan zoals Jeruzalem, alsof iedereen continu waakzaam moest zijn. Maar tezelfdertijd heb ik het gevoel dat de mensen al die onzin niet meer pikken." goddeau: Jullie hebben voor dit album een rustpauze van twee jaar ingelast. Was dat nodig? Manley: "Ja, een goede tien jaar lang hebben we samengewoond, en samen muziek opgenomen en gespeeld, dus we moesten allemaal even weg van alles en van elkaar. We hoeven ook niet meer echt te repeteren. We spelen al dertien jaar samen, als we een nummer niet op vijf minuten afgewerkt krijgen, dan wordt het toch niets en starten we beter met iets anders."
21 maart 2007 |
|