ROADBURN 07 :: beukbarrages en ultradonkere sferen |
|
|
|||
|
Crover maande het publiek aan om te gaan kijken naar Blue Cheer ("the true originals, all the others are just copycats"), en wie zijn wij om dat bevel zomaar naast ons neer te leggen? Snel zou echter blijken dat een legendenstatus geen garantie op een sterk optreden biedt, want het powertrio zorgde voor de enige tegenvallende set die we te zien zouden krijgen. Originele leden Dickie Peterson (zang/bas) en Paul Whaley (drums) speelden zo’n vier decennia geleden in een van de luidste bands van zijn tijd, en Vincebus Eruptum is nog steeds een sterke geloofsbrief, maar live wilde het allemaal niet zo goed werken. Peterson (half Guido Belcanto, half Freddy Horion) blonk uit in het verveeld kauwen, terwijl hij zich door oldies "Rock Me Baby" en "Pachment Farm" worstelde met een aanstekelijke onverschilligheid die nog werd versterkt door een belabberd totaalgeluid dat werd verneukt door een bas die rechtstreeks uit een olifantenpens leek te komen. "Out Of Focus" en signature song "Summertime Blues" waren leuk voor nostalgici, maar wij zijn helaas geen kind van de 60s. Blue Cheer kon amper verhullen dat er weinig wol te bespeuren viel en was een tegenvaller van formaat. We hadden ze ook al in de AB gezien, maar die performances waren zo overtuigend dat we de kans om Big Business en (The) Melvins een tweede keer aan het werk te zien niet aan ons voorbij wilden laten gaan. Jared Warren, met een lang kleed en z’n vlechtjes een verre verwant van Demis Roussos, is een indrukwekkende verschijning, maar wie het duo van dichtbij bezig ziet, wordt onvermijdelijk aangetrokken door het manische timmerwerk van Coady Willis (ooit nog lid van de Murder City Devils). Willis ziet eruit als het frêle broertje van Joey Castillo, maar hakt er minstens even hard op los, en gaf het optreden een drive die we ook zagen in de overweldigende zang van Warren. Dat heel wat van de songs ons als oude bekenden in de oren klonken, sterkte ons dan ook in de overtuiging dat het duo meer doet dan zomaar kabaal maken en een handvol sterke songs bij elkaar speelde. Op het Domino-festival waren (The) Melvins in goede doen, en al snel zou blijken dat ze die succeservaring nog eens wilden overdoen in de 013. Opnieuw kregen we een set voorgeschoteld die opgebouwd was rond recentste worp (A) Senile Animal. Ook nu werd er eerst uitgepakt met "The Talking Horse" en "Civilised Worm", even een uitstapje gemaakt met "Let It All Be", en vervolgens werd zowat de rest van het album erdoor gejaagd. Aanvankelijk leek de band daarbij de focus te missen die de passage in Brussel zo sterk maakte, maar dat werd snel rechtgezet. Willis en Crover mepten hun tegendraadse ritmes met een simultane strakheid alsof ze dat al jaren samen doen, terwijl King Buzzo ook nog eens liet zien dat hij niet voor niets een grote rol speelt bij de precisiebombardementen van Fantômas. Het was een beetje jammer dat de vier niet radicaal kozen voor het avontuur en een andere setlist, maar een finale met "The Bit" en "The Ballad Of Dwight Frye" blijft ook bij een tweede keer een belevenis. (The) Melvins bewees een terechte headliner te zijn. 25 april 2007 |
Meer ROADBURN 07
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||


Er was veel volk opgedaagd voor Porn, het hobbyproject van Melvins-drummer Dale Crover. Na een wat chaotische intro waarbij je je afvroeg of het concert nu wel of niet begonnen was, waren de drie vertrokken voor een gesjeesde dondersessie. Er waren veel overeenkomsten met de set van enkele dagen eerder in de AB (inclusief de zeepbellenmachines), al leek het nu allemaal wat frisser. De vraag is natuurlijk of "fris" een goed adjectief is om een set te omschrijven die het moet hebben van het rauwe gegrom, de zieke slidepartijen en geluidsmanipulaties van gitarist Tim Moss, een intimiderende voodoo-man die, zo vermoeden we, een pak onschadelijker is dan hij en zijn kompanen lijken, getuige hun korte, maar hilarische verkrachting van "Groove Is In The Heart."