The Beast Wat Anger en Page bij elkaar had gebracht, was hun interesse in, of bewondering voor zelfs, Aleister Crowley (1875-1947). Crowley was een oculist en bij uitbreiding schrijver en filosoof, die zichzelf The Beast noemde, iets wat zijn reputatie niet overal ten goede kwam. Behoorlijk controversieel omwille van zijn gedachtegoed, seksuele escapades en druggebruik werd hij in de jaren 20 als “the wickedest man in the world” omschreven, maar tijdens de jaren 60 groeide hij uit tot een flower power-held en stond hij zelfs op de cover van Beatlesplaat Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Zijn bekendste werk, “The Book Of The Law”, zorgde voor een opleving van de thelema-leer (“de Wil is heilig”). De kerngedachte daarvan, en tevens het moto van Crowley, verscheen tijdelijk op de cover vanLed Zeppelin III: "Do What Thou Wilt"/ "So Mote Be It". Jimmy Page verborg zijn adoratie niet: in Sounds magazine (1976) verklaarde hij: “Aleister Crowley is het grote miskende genie van de 20ste eeuw”. Een jaar later, in GIG magazine, wordt die uitspraak enigszins genuanceerd. “Ik wil Crowley niet meteen opdringen zoals bijvoorbeeld Pete Townshend met Meher Baba doet. Het is niet mijn bedoeling iemand te bekeren. Er zijn duizend paden te betreden en ieder moet er voor zichzelf een kiezen.” Begin jaren 70 was Page eigenaar van een Londense occulte boekenwinkel en uitgeverij, The Equinox, verwijzend naar een publicatie uit het oeuvre van Crowley. Door het toenemende succes van Led Zeppelin had Page te weinig tijd om zich nog bezig te houden met The Equinox. Tot eind de jaren 80 was Page bovendien eigenaar van Boleskine, een huis aan de kust van Loch Ness, dat ooit eigendom van Crowley was en waar hij volgens de overlevering magische rituelen uitvoerde. Mythische status Het album dat het meest tot de verbeelding blijft spreken, is ongetwijfeld het eerder vermeldeLed Zeppelin IV. Zo erg zelfs, dat Erik Davis het in zijn gelijknamige boek omschrijft als een occult meesterwerk. "We hebben allemaal wel eens de magie van muziek ervaren. Maar in het geval van Led Zeppelin moeten we dat cliché haast letterlijk nemen: Jimmy Page is waarschijnlijk de best verkopende zwarte magiër in de muziekgeschiedenis. Led Zeppelin combineerde vakmanschap met elementen van licht en schaduw, waardoor ze niet zomaar platen maakten, maar mythische betoveringen”. Davis toont aan de hand van artwork, songteksten (bijvoorbeeld de Tolkieninvloeden in “The Battle Of Evermore”) en de achtergrond van Jimmy Page verschillende links met onderwerpen uit de magie, astrologie en het spiritualisme. Niet alleen Davis zag genoeg materiaal om een boek te vullen, Thomas Friend bracht een turf van maar liefst 632 pagina's uit om alle occulte boodschappen en demonische invloeden van Led op papier te krijgen. Een obsessieve tirade die door de reguliere rockliefhebber vooral op ooggerol onthaald werd. Ook Led Zeppelin bleef er redelijk onverschillig bij. Daardoor gingen de geruchten een eigen leven leiden. Je zou je kunnen afvragen waarom een Jimmy Page zichzelf niet meer verdedigde. Misschien wilde hij er gewoon niemand mee lastig vallen, omdat hij van mening was dat het iedereen vrij stond in te geloven waarin hij of zij wilde. Waarom zou je trouwens iemand proberen te overtuigen als men je toch niet gelooft? Langs de andere kant zorgde het mystieke imago, dat werd gecreëerd door sensatiemedia enerzijds en conservatieven anderzijds, voor een boost van de verkoopcijfers en bezorgde het de band een haast mythische status. Niet alleen de riffs dus, maar ook het dubbelzinnige beeld zorgde voor een impact die bijna 30 jaar na het einde van Led nog stevig overeind blijft.
28 november 2007 |
|