|
Na enkele jaren van stilte staat het Deense Efterklang er opnieuw met niet minder dan twee platen (een e.p. en een album) en zowaar zelfs een eigen label. Op 2 december geeft de groep samen met enkele bands van dat label acte de présence.
De breuk met het verleden is dan wel niet radicaal, Parades betekent wel degelijk een nieuwe weg voor Efterklang. De groep rond de vijf kernleden Casper Clausen, Rasmus Stolberg, Mads Brauer, Thomas Husmer en Rune Mølgaard heeft na zes jaar zichzelf gevonden. De laagjes muziek zijn gebleven maar het mag allemaal wat duidelijker gezegd worden. goddeau: Efterklang heeft verschillende betekenissen, heb ik begrepen. Zo betekent het zowel echo als herinnering. Hebben jullie daarom voor die naam gekozen? Casper Clausen: “Dat het een woord is dat twee betekenissen heeft, heeft er zeker mee te maken. Bij “Efterklang” heb je de verwijzing naar muziek maar ook naar het herinneren, in Noorwegen betekent het zelfs “In Memoriam”. Ook de titels van onze eerste releases Springer en Tripper, hebben zowel in het Engels als in het Deens een betekenis.” Rasmus Stolberg: “We hielden van de klank van het woord maar ook van zijn betekenis. Bovendien heeft het ook iets exotisch voor niet-Denen.” goddeau: Jullie hebben op de verschillende platen niet alleen Engelse titels gebruikt maar ook Duitse (Döppelganger) en Franse (Maison de Réflexion). Zit daar een gelijkaardige reden achter? Stolberg: “Engels is niet onze moedertaal. “Döppelganger” is overigens ook een Deens en Engels woord. De Franse titel klinkt gewoon mooi, meer moet je er niet achter zoeken.” Clausen: “Die song klinkt als een spookhuis, het is een labyrint waarin je steeds naar dezelfde kamer terugkeert. Ik vond geen Engels woord dat dat gevoel kon weergeven. Het is een tekening.” Stolberg: “En het rijmt!” Clausen: “… en het rijmt.” goddeau: Schrijven jullie dan zo de songs, vertrekkend vanuit een bepaald idee of gevoel? Clausen: “Onze opnames kunnen een half jaar in beslag nemen. Het is een heel proces, je kan niet een specifiek moment nemen en dat als de start van een specifieke song zien. Dus zo bewust is het allemaal niet. Als we met elkaar praten over nummers, gebruiken we wel beelden of abstracties maar het is niet zo dat we een bepaald idee willen stoppen in een song.” Stolberg: “Uit een twintigtal songs kiezen we pakweg de tien beste, maar dat is een heel natuurlijk proces.” goddeau: Hoe vertaal je dat dan voor je sessiemuzikanten? Ik vermoed dat zij zich bij beelden van een bos of een marcherende troep weinig kunnen voorstellen. Clausen: “Voor hen schrijven we alles uit. Wij hebben een idee van waar we heen willen maar voor iemand die geen deel uitmaakt van de groep kan dat heel verwarrend zijn. Zij zijn er meer mee gebaat als we heel concreet zeggen wat we van hen verwachten.” Stolberg: “Toen we net met sessiemuzikanten startten, wilden we hun inbreng horen. We gaven hen de vrijheid om zelf een stuk te verzinnen bij het fragment dat we hen lieten horen. Soms heb je geluk en krijg je prachtige dingen maar vaak genoeg hebben ze totaal geen idee.” Clausen: “Als de opnames voltooid zijn en ze het resultaat beluisteren, horen ze vaak pas voor de eerste keer wat ze gespeeld hebben en hoe het in het geheel past.”
28 november 2007 |
|