|
goddeau: Al je nummers zijn verbazend melodieus en catchy. Wat zijn je favoriete melodieënschrijvers? Green: “Je kan weinig fout doen met de oercomponisten die het klassieke canon van populaire Amerikaanse muziek hebben opgebouwd., zoals de Gerschwins (hun “Summertime” werd ontelbare keren gecoverd, oa door The Zombies en Billie Holliday, jm), of Rodgers & Hart (van het onsterfelijke “My Funny Valentine, jm). Dat zijn zúlke knappe melodieën, dat hoor je vooral als straffe zangers als Chet Baker of Frank Sinatra ze zingen. Scott Walker heeft ook een pak mooie melodieën verzonnen en ik vind dat de melodieën van Leonard Cohen enorm onderschat worden. Omdat hij dikwijls in een soort van halfgesproken stijl zingt, denken velen dat zijn liedjes heel gemakkelijk te zingen zijn maar geloof me, dat zijn ze niet. Ik heb het genoeg geprobeerd. Thelonious Monk kon er ook wat van. Zijn instrumentale pianowerk is gewoon ongelooflijk. Goh, de lijst is eindeloos.” goddeau: Lou Reed, misschien? Het riffje in “Be My Man” heb je alleszins gepikt van zijn “Sweet Jane”. Green: “Aboluut! Dat nummer is een eerbetoon aan Lou Reed. Al mijn hele leven lang spookt er altijd wel iets van Lou Reed door mijn hoofd, dus het moest er eens van komen. En ik ben er bijzonder tevreden over. Het lijkt wel alsof niemand tegenwoordig nog nummers op zijn Lou Reeds probeert te schrijven. Misschien vinden ze dat het te veel voor de hand ligt? Maar dingen die normaal lijken voor jou zijn dat misschien niet voor een ander. Het is spijtig dat je iets zou laten omdat je denkt dat het te veel voor de hand ligt. Je kan niet iets creëren dat voor jezelf niet voor de hand ligt, want wat er in je opkomt is per definitie altijd normaal voor je.” goddeau: Op je website zag ik een kort videofragment van een piepjonge Adam Green die op MTV deelneemt aan een karaokewedstrijd. Qué? Green: “Yeah! Op mijn zeventiende verhuisden mijn ouders naar New York. Ik kende er niemand en waarde maar een beetje rond in de grote stad. Op een dag zag ik een lange rij jongeren aanschuiven voor een MTV-studio. Af en toe kwam er iemand buiten om er de coolste kids uit te pikken. Daar wou ik bij zijn, en dus kocht ik een chique kostuum en ging ik mee in de rij staan. Na een paar dagen vroeg zo’n kerel me of ik geen zin had om mee te doen aan een karaokeshow. Tuurlijk wel! So I was on a game show. Ik mocht enkele afleveringen meedoen en haalde zelfs de finale, maar die heb ik gesaboteerd. Ik wou The Moldy Peaches promoten en dus zong ik in plaats van de opdracht een wilde versie van “These Burgers”.” goddeau: Nu je er zelf over begint: The Moldy Peaches staan opnieuw volop in de belangstelling. Door de soundtrack van Juno is de band succesvoller dan ooit. Zijn er plannen voor een reünie? Green: “Het is choquerend, man. Dat succes kwam geheel onverwacht. Kimya en ik hadden geen plannen om nog samen te spelen maar naar aanleiding van die film werden we door alles en iedereen gevraagd om “Anyone Else But You” te komen zingen. Op sommige voorstellen zijn we ingegaan, op andere dan weer niet. Maar we zijn niet zinnens om samen nieuwe nummers te gaan schrijven dus een tournee lijkt me overbodig. Een van de voornaamste redenen waarom we de Moldy Peaches hebben opgedoekt was dat we niet slecht wilden worden. En thank god dat we gestopt zijn want het zou ongetwijfeld waanzinnig slecht geworden zijn (lacht).” goddeau: ”Drowning Head First” heeft nochtans veel weg van een Moldy Peaches-song. Green: “Dat zing ik samen met mijn vriendin, Loribeth. Ze is geen professionele muzikante maar heeft wel al in een paar bands gespeeld. Er wordt me langs alle kanten gezegd dat het op de Moldy Peaches lijkt maar wat had je dan verwacht? Ik zat in de Moldy Peaches en da’s nu eenmaal hoe ik nummers schrijf. I don’t know what else to do.” Adam Green mag samen met Jeffrey Lewis en Soko op 17 april het Dominofestival in de AB afsluiten. Het concert is uitverkocht.
9 april 2008 |