''Show me what you got'' :: SPOT 2008 en het showcase-fenomeen |
|
|
|||
Gericht investeren
Het zou anders moeten, en Borby haalt het voorbeeld van Murder aan. “Zij mochten in Duitsland afgelopen lente het voorprogramma doen van Tindersticks; een gouden combinatie maar hun label daar had wel het geld niet om die aanwezigheid aan te vullen met een goeie promocampagne. Kijk, voor zulke dingen zou de Deense overheid beter geld uittrekken. Dan heb je dat geld veel beter besteed.” ”Onzin”, vindt Christian Hald-Buhl die met The Rocking Factory de promotie van Deense muziek verzorgt in Brussel. “Je kunt als overheid niet al je geld in één band of een paar bands steken. Dat is niet de bedoeling. Niet alleen rijst de vraag wie zou bepalen welke bands in aanmerking komen -- je krijgt ongetwijfeld politieke spelletjes -- het gaat ook in de tegen de geest van het beleid: je moet niet bepaalde bands steunen, maar een platform creëren waarop veel bands kansen krijgen.” Presenteerblaadje”Eigenlijk is zo’n showcasefestival net zo goed een zegen als een vloek”, vat labelbaas Christophe Elskens van Noisesome het SPOT-gevoel samen. “Het blijft een geweldige manier om heel veel groepen te leren kennen. Maar je mag er dan wel dingen ontdekken, net zo goed mis je geweldige groepen omdat je net ergens anders zit. Ik voel me soms als een Japanner die Europa in één week probeert te zien: je hebt nooit het geheel mee.” Voor AB-programmator Kurt Overbergh is SPOT een ideaal moment om snel veel groepen te kunnen uittesten. “Er zijn enorm veel Deense bands, en dan is het handig dat iemand je alles op een presenteerblaadje aanreikt. Bovendien is er al een grote selectie gebeurd, dus je gaat er van uit dat wat er staat ook wel iets kan zijn. Het fijne aan SPOT is dat het ook een erg open-minded festival is waar je alle genres kunt tegenkomen, van folk tot metal” De tegenvraag die kan opgeworpen worden is natuurlijk: “moeten er wel elk jaar pakweg vijf nieuwe Deense bands ‘ontdekt’ worden? Kan goeie muziek zichzelf niet presenteren zonder onder de vlag van een nationaal ‘merk’ te moeten varen?” Overbergh vindt het een wat foute vraag, maar kan er in komen. “Zonder deze trip zouden we in oktober inderdaad waarschijnlijk geen SPOT on Denmark-avond met Deense groepen organiseren. Maar dat idee dat je dan ook iets ‘terug moet doen’ vind ik ook niet verkeerd. Bovendien ben ik het idee om eens niet-Amerikaanse of Britse groepen een duwtje te geven wel genegen. En het zijn natuurlijk ook gewoon goeie groepen.” Tijd dus dat er een Belgisch showcasefestival komt waarop Belgische bands zichzelf aanprijzen? “Geen idee. Ondanks een goeie Tim Van Hamel en een fantastische nieuwe dEUS-plaat is er niet echt iets hot aan Belgische muziek voor dit moment. Maar kijk: volgend jaar zal Eurosonic wel focussen op Belgische bands, dat vind ik bijna interessanter: als men in het buitenland zoiets doet, dan leeft er in de perceptie blijkbaar wel iets rond muziek van bij ons. Met de AB proberen wij lokale acts op een andere manier te helpen: door hen op de Domino-cd die elk jaar bij The Wire zit op gelijke hoogte met internationale namen te presenteren, of door zoveel mogelijk voorprogramma’s aan Belgische acts te geven.” ”Wat de Denen een half jaar geleden zeiden op een studiedag in de AB is echter ook waar”, besluit de programmator: “de scheiding tussen Vlaamse en Waalse muziek helpt niet. Maar organisaties als Muziekcentrum Vlaanderen, AB of gelijkaardige Waalse initiatieven worden door de gemeenschappen betaald, en moeten zich dus als ‘Vlaams’ of ‘Waals’ profileren en niet als Belgisch. Dat werkt niet: zo halveer je nog voor je begint al de scene die je wilt promoten.” Een uitgebreide fotoreportage van SPOT 2008 vindt u op Wannabes.be Matthieu Van Steenkiste | foto's Tim Broddin - wannabes.be
11 juni 2008 |
Meer ''Show me what you got''
Meer artikels
Meer op Goddeau.com
|
||


Op een perslunch ontmoeten we Flemming Borby van het Deense Divine Records die toch bedenkingen heeft bij het showcase gegeven. “Uiteindelijk besteed je heel veel geld om een overdosis groepjes te laten spelen waarvan je hoopt dat er toch een pààr worden opgepikt. Mij lijkt het veel interessanter om gericht te investeren in een paar acts die potentie hebben. Zo doet ook de Franse overheid het: ik werk veel in Duitsland en daar zag ik ooit hoe voor één act een grote aanwezigheidscampagne in een grote muziekketen hadden betaald. Dat soort investeringen heeft veel meer zin dan Deense groepjes naar een Danish Music Night op Popkomm halen; meestal zie je die groepjes daarna nooit meer in Duitsland optreden.”