Goddeau: Jullie zijn elkaar tegen gekomen op de universiteit, dat is geweten. Wat studeerden jullie eigenlijk? Buckland: "Ik heb wiskunde en sterrenkunde gestudeerd." Goddeau: Aha, dus daar komt "The scientist" alvast vandaan. Buckland: (lacht) "Ja, absoluut. En ‘look at the stars’ (uit "Yellow", MvM). (schaterlach) Ik denk wel dat we alle vier naar Londen zijn getrokken met het expliciete idee een groepje te beginnen en muziek te maken. Intussen zijn we dan maar gaan studeren wat we interessant vonden en aankonden." Goddeau: Waar gaat die song echt over? Buckland: "Het gaat over het einde van relaties en blijven piekeren. Over hoe je de hele shit probeert te begrijpen en bijna in wiskundige formules gaan gieten. Nu goed, dat is mijn interpretatie. Als je echt zeker wil zijn, moet je dat aan Chris vragen, maar ik vrees dat je dat niet zal lukken." (lacht) Goddeau: Jullie zijn niet langer de grote jonge belofte, maar worden intussen als gevestigde naam gezien. Hebben jullie geen schrik om dezelfde weg als pakweg Travis op te gaan? Buckland: "Het kan morgen gedaan zijn natuurlijk. (lacht) Volgens mij houdt dat ons scherp. Het is heel grillig allemaal: er kan vanalles gebeuren. Daarom blijven we zoeken naar andere dingen en proberen we constant te evolueren. We willen gewoon verder gaan en telkens beter worden. Zolang we goede cd’s maken, zullen er wel mensen zijn die ze willen horen. Obviously, fashion’s changing, but I don’t think we’ve ever been particularly fashionable, so we’re lucky in that department." (lacht) Goddeau: Zeker hier vallen jullie op in de hitparade tussen al die eurohouse groepjes. Buckland: "It’s amazing, isn’t it? Ik vind het altijd grappig om hier in Europa wat rond te zappen door de muziekzenders. Het is zo bizar! (imiteert eurohouse:) Bizarre, bizarre lyrics! Really really!" Goddeau: Ons Engels is natuurlijk niet zo goed. Buckland: (lacht) "Nee, maar echt. Er bestaat blijkbaar zo’n vreemd europopding, zonder duidelijk gezicht. Je weet eigenlijk niet wie al die muziek maakt. Ze pakken wat willekeurige samples en zetten er dan een onnozel tekstje op, gezongen door een discotheekbimbo. Die er wel leuk uitziet meestal, I’ll give you that." (lacht) Goddeau: Na Parachutes hebben jullie lang gezegd dat het niet zeker was dat er een tweede album zou komen en ook nu weer las ik dat A rush of blood to the head wel eens het laatste Coldplay-album zou kunnen zijn. Wat zijn de plannen voor de toekomst? Buckland: "Wat we zeker weten is dat het morgen niet allemaal ophoudt. We proberen nieuwe en betere dingen te schrijven. Maar welke richting dat zal uitgaan en wat we zullen doen? Er is geen groot plan en waarschijnlijk zal dat er ook nooit komen. We wachten gewoon tot we wat songs bij elkaar geschreven hebben en pakken ze mee naar de studio." Goddeau: Als jullie zouden stoppen, zou het wel op een hoogtepunt zijn. Buckland: "Ja, absoluut. Een deel van mij zou dat fantastisch vinden, maar een ander deel vraagt zich af wat ik dan met mijn leven zou aanvangen." (lacht) Goddeau: Nu ja, als jullie nu zouden stoppen zou ik het niet zo erg vinden. Het was leuk. Buckland: (lacht)"Thanks very much Maar we hebben nog steeds het gevoel dat we nog vanalles in ons hebben. Als nieuwe opnames niet minstens even goed zijn als wat we al gedaan hebben, dan brengen we het niet uit. Tenzij we al te blind of te doof geworden zijn om het nog te merken natuurlijk. Je moet elk album als je laatste beschouwen, anders wordt het routine. We waren ook echt op na de opnames van A rush of blood to the head. We hebben zo ongeveer elk idee dat we gehad hebben ook gebruikt. Hetzelfde met Parachutes. Dat was onze laatste kans om te debuteren. Je kan nooit terug gaan naar dat moment, dus waarom zouden we iets opsparen voor album nummer vijf? We kunnen het beter nu gebruiken."
23 December 2002 |