20 jaar na Mudhoneys 'Superfuzz Bigmuff' :: Hoe grunge een huisstijl werd

20 jaar na Mudhoneys 'Superfuzz Bigmuff' :: Hoe grunge een huisstijl werd  
Print
    
Pagina 1 2 3

Er valt wat te vieren dit jaar. Zowel Mudhoney als platenlabel Sub Pop blazen twintig kaarsjes uit. Wanneer grunge ooit effectief als genre vorm gekregen heeft, is nog altijd voorwerp van discussie, maar feit is dat zowel Mudhoney als Sub Pop geen onbelangrijke rol in het verhaal gespeeld hebben.

ImageSub Pop zelf viert zijn twintigste verjaardag met het Sub Pop 20-festival, volgende maand in Seattle. Mudhoney deelt in de vreugde door aldaar op het podium te verschijnen. Daarnaast ligt ook het debuut van de band, Superfuzz Bigmuff, opnieuw in de winkels in een deluxe-editie. Goddeau viert mee en gaat op zoek naar de wortels van de grunge.

Muziekjaar 1988 is op z’n zachtst gezegd boeiend te noemen: Alice Cooper onderneemt een poging om gouverneur van Arizona te worden, Sonny van Sonny en Cher wordt burgemeester van Palm Springs en Michael Jackson klimt op de troon in Neverland. Muzikaal is het een gouden tijd voor Phil Collins die met zijn "A Groovy Kind Of Love" de hitparades domineert en Enya krijgt een platina aura voor de verkoop van "Orinoco Flow".

Slechtste band ter wereld

Gelukkig borrelde het onder de oppervlakte eveneens. In hetzelfde Palm Springs zet een piepjonge Josh Homme met Katzenjammer zijn eerste muzikale passen, in Chicago formeert Billy Corgan de eerste versie van The Smashing Pumpkins en enkele platen die later levens zullen veranderen, belanden in de winkelrekken: Sonic Youths Daydream Nation, Hairway To Steven van Butthole Surfers en Bug, de voorlopig laatste langspeler van de originele Dinosaur Jr.

Maar er borrelt nog meer: in Seattle wemelt het van de gitaargroepjes die, aangezien succes door niemand als een serieuze optie beschouwd wordt, er lekker op los spelen, zoals jongelui dat nu eenmaal doen wanneer ze de kans hebben om veel lawaai te maken en niets anders om handen hebben. Waren die groepjes goed of slecht? Eén ervan, Mr. Epp And The Calculations, werd tijdens een radiosessie in de vroege jaren tachtig geïntroduceerd als "de slechtste band ter wereld". Dat de groep genoemd was naar de wiskundeleraar van de leden, was mogelijk al een indicatie in die richting.
Mark McLaughlin, frontman van de band, had echter zelf een ietwat andere omschrijving: "Pure grunge! Pure noise! Pure shit!" luidde het in een brief waarmee hij in 1981 zijn groepje bij een lokaal muziekblad probeerde te promoten. Met Mr. Epp werd het niets, maar de term die McLaughlin lanceerde, zou tien jaar later een begrip zijn.

McLaughlin was geen opgever. Hij doopte zich om tot Mark Arm en startte met jeugdvriend en gitarist Steve Turner een nieuwe groep: Limp Richerds. Wanneer het met die band eveneens niets werd, zette het tweetal samen met Jeff Amant en Stone Gossard een zoveelste project op poten: Green River, genaamd naar de seriemoordenaar die in die periode een veertigtal vrouwen vermoordde.

Niet alleen qua groepsnamen maakte Arm vorderingen, ook muzikaal begon er zowaar iets te bewegen. Green River debuteerde in 1985 met de ep Come On Down op het toen bloeiende Homestead-label. De opvolger, Dry As A Bone, verscheen zelfs op een gloednieuw label.


Muziekfreaks Bruce Pavitt en Jonathan Poneman brachten op dat moment op min of meer reguliere basis een fanzine uit dat, op even onregelmatige basis, al eens voorzien werd van een bijbehorende cassette. Om het tiende nummer — op zeven jaar! — te vieren, bracht het duo in 1986 een verzamelelpee uit: Sub Pop 100, een schijf die met ondermeer Wipers, U-Men en Sonic Youth enkele kleppers uit de ondergrond op de tracklist had staan. En wat doe je als je eenmaal de stap naar vinyluitgaven hebt gezet? Nog platen uitbrengen!


25 juni 2008


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com