20 jaar na Mudhoneys 'Superfuzz Bigmuff' :: Hoe grunge een huisstijl werd |
|
|
|||
|
Maar voor het echt zover is, gooide ook Green River de handdoek in de ring. Leden Jeff Amant en Stone Gossard kwamen in Mother Love Bone terecht, een groep die lokaal een zekere status wist op te bouwen, maar wiens verhaal in 1990 abrupt eindigde nadat frontman Andrew Wood een fatale dosis heroïne tot zich nam. Amant en Gossard richtten met Pearl Jam een zoveelste nieuwe band op en stelden een jaar later vast dat ze wereldsterren geworden waren. Mark Arm en Steve Turner van hun kant, rekruteerden in januari 1988 Matt Lukin van de Melvins en Dan Peters van Bundle Of Hiss respectievelijk als bassist en drummer en noemden zichzelf Mudhoney, naar de cultfilm van Russ Meyer. Een jaar later zou een beginnende band uit Noorwegen een affiche tegenkomen van het Meyer festival, met naast Mudhoney en Faster Pussycat Kill Kill, Motorpsycho op het programma. Omdat de eerste twee namen al bezet waren als groepsnaam, werd de laatste naam gekaapt, maar dat is een ander verhaal.
Bruce Pavitt had trouwens meer dan een vormelijke hand in die eerste single van Mudhoney. In Hype!, de uitstekende grungedocumentaire die Doug Pray in 1996 draaide, legt een behoorlijk beschonken Arm uit hoe Pavitt hem voor de eerste opnamesessie van Mudhoney van advies voorzag: "zing over honden, zing over ziek zijn, maak er een gimmick van. En gebruik nooit meer dan drie akkoorden in één nummer." Hoewel "Touch Me I’m Sick" geen hit werd, wist het nummer in geen tijd een cultstatus op te bouwen en ook nu nog geldt het als het Mudhoneynummer bij uitstek. Maar zoals Nirvana meer is dan "Smells Like Teen Spirit", is uiteraard ook Mudhoney meer dan "Touch Me I’m Sick". Twee maand na de release van de single, kwam de band met een debuut-ep op de proppen, met daarop zes knallers die in het verlengde lagen van "Touch Me I’m Sick": Superfuzz Bigmuff heette het ding en het was genoemd naar de twee effectpedalen waaraan Mudhoney zijn karakteristieke gruizige — grunge — gitaarklank te danken had. 25 juni 2008 |
Meer 20 jaar na Mudhoneys 'Superfuzz Bigmuff'
Meer artikels
Meer op Goddeau.com
|
||


De eerste non-compilatie die op Sub Pop verschijnt, is Green Rivers Dry As A Bone. De plaat werd opgenomen in Reciprocal Recording, met achter de knoppen Jack Endino. Als er in al de discussies die in de loop der jaren gevoerd zijn over wat grunge nu eigenlijk is, ooit een lijst opgesteld is van kenmerken waaraan een plaat moet voldoen om onder die noemer te vallen, dan hebben zowel Dry As A Bone als opvolger Rehab Doll een zowat maximale score. De gitaarrock knalt vervaarlijk uit de boxen, maar bovendien zijn er enkele vormelijke constanten: niet alleen kon er in die periode zowat een gelijkheidsteken tussen Sub Pop en grunge geplaatst worden. Want zowat alles wat op het label verscheen, was onder de hoede van Jack Endino op band gezet in de Reciprocal-studio. Tel daar nog de contrastrijke, zwart-witconcertfotografie van Charles Peterson bij die het artwork sierde, en je kan van een huisstijl spreken waardoor het platenlabel de bands bijna overschaduwde.
Amper twee maand na de formatie van Mudhoney, zat de nieuwe band van Arm met Jack Endino in de studio — Reciprocal Recording, jawel — om een debuutsingle op te nemen. Die single werd tevens de eerste 7" die op Sub Pop verscheen, een feit dat Poneman en Pavitt aan het denken zette. Hoewel "Touch Me I’m Sick", de single in kwestie, volgens Endino zowat geniaal was, besloten de labelbonzen het zekere voor het onzekere te nemen en het schijfje op gekleurd vinyl en in beperkte oplage uit te brengen. Indielabel of niet, de wet van vraag en aanbod speelt overal. Later zou Sub Pop dat principe overigens op grote schaal toepassen met het oprichten van zijn fameuze singlesclub. Wie zich inschreef, kreeg elke maand een niet in de handel verkrijgbare, exclusieve 7" in de brievenbus. Minstens één lid van die club is enkele jaren geleden een stevige duit rijker geworden door de hele zwik in een keer op eBay te koop te bieden.