|
goddeau: Jullie denken dus erg in functie van jullie liveoptredens. Wat niet op het podium kan gebracht worden, mag er niet bij? Cox: “Dat is zo, maar als het echt nodig is voor het nummer mag het wel.” Dewit: “Dàn wel, maar zoals Luuk net zei: niet snel en goedkoop. Je hoort meteen aan een nummer als pakweg de zang er maar bijgesleurd is. We hébben contact gehad met bepaalde zangers, maar dat werkte uiteindelijk niet dus hebben we het maar zo gelaten.” goddeau: Jullie hebben daarvoor onder andere contact gehad met een bepaalde eightieslegende? Dewit: “Ja, er zijn contacten geweest. Meer kunnen we er echter niet over zeggen: het liep van in het begin heel stroef. Nog voor we over een nummer gesproken hadden, ging het al over royalties en geld. Dat voelde alsof iets ons met alle macht probeerde te vertellen niets met vocals te doen; dat we ons daarmee iets op de hals zouden halen. Toen hebben we het maar gelaten.”
goddeau: Jullie spelen echt wel live. Is dat belangrijk? Cox: “Absoluut, het gebeurt veel te weinig bij electro dat groepen echt live spelen. Nu, wat is nog live: er loopt altijd wel iets mee, dat kun je niet vermijden.” Dewit: “Bij rockgroepen is dat trouwens niet anders. En het is ok dat er wat elektronica meespeelt, maar je moet zorgen dat je nog altijd iets staat te doen op het podium. Anders kun je net zo goed thuisblijven of plaatjes draaien. Je kunt je de vraag stellen wat wij daar nu staan te doen, maar een track van ons zal live nooit hetzelfde klinken als op plaat: we voegen nog meer dingen toe, veranderen stukjes, … we improviseren ook veel. Soms zitten we er recht op met nieuwe hooks, maar af en toe is het er ook klets neffen maar in elk geval hoor je dat we er iets aan het doen zijn.” “Ik wil geen reproductie van de plaat waarbij één van ons twee op een elektronische drum staat te roffelen. Dat zie je constant in electro: dat iemand zich plots als drummer out en op elektronische pads wat extra drumaccenten geeft. Terwijl de drums net iets zijn die meelopen, en waar je van af moet blijven. Ik versta dat niet: met een paar kleine ingrepen zou ongeveer elke electrogroep een redelijk compact fijn livesetje kunnen brengen, maar velen doen het niet.” goddeau: Is dat luiheid? Cox: “Ja en neen. Veel electroartiesten zijn ook geen muzikanten die zomaar snel wat lijnen verzinnen. Ze programmeren beats en bepaalde baslijnen, maar die live reproduceren is hun ding misschien niet.” goddeau: Luuk, je drumt ook bij Buscemi: ben je in de eerste plaats een drummer? Je achtergrond als drummer bij Buscemi en Arsenal sluit in elk geval meer aan bij een livesetting. Cox: “Dat helpt wel: ik heb wat meer live-ervaring. Dat is zo. Of dat ook een voordeel is, weet ik niet.” Dewit: “Luuk was wel degene die het meest aan de kar trok om dit ook live te brengen. Hij heeft ons het eerst vastgelegd voor een optreden in de Muziekodroom in Hasselt: “we gaan live spelen”. Ik zag ons vooral een hoop miserie over onszelf afroepen, maar uiteindelijk bleek dat goed mogelijk. Ik ben blij dat we het uitgewerkt hebben en er beter in geworden zijn. Dat maakt het fijn gewoon.” “Men moet overigens niet zagen dat mensen dancemuziek hol vinden, want veel van die artiesten werken dat ook zelf in de hand. Hoeveel dj’s of artiesten die een hit scoren staan niet plots op de affiche van een festival, zonder vermelding ‘live’. Dan staan ze er of achter een laptop, of ze komen draaien; en geen van beide kunnen ze echt. Er is meer aan dj’en dan zomaar je plaatjes wat kunnen inmixen: je moet ook je publiek kunnen lezen. Ik kan daar zo de woefels van krijgen als je sommigen op pakweg Pukkelpop ziet draaien. Ik vind dat een uitholling van het dancegegeven. Fijn dat wij dat niet doen.”
25 juni 2008 |
|