|
De “it”-band van dit jaar durft ouderwets te zijn, en net daarin schuilt zijn succes. Met het voor de hand liggende instrument van hun stem maken de vijf bebaarde mannen uit Seattle van Fleet Foxes muziek plotsklaps weer tot iets magisch en majestueus. Een gesprek met een band op de drempel van de doorbraak.
goddeau: “Fleet Foxes klinkt tegelijk als alles en niets wat je ooit hoorde,” las ik ergens op het internet. Vinden jullie dat ook een treffende beschrijving? Joshua Tillman (drums): “Vocale harmonieën hebben iets zeer menselijks. De menselijke stem raakt iedereen en heeft een eigen persoonlijkheid.” Casey Wescott (piano): “Wat Josh probeert uit te leggen, is dat iedereen op een bepaalde manier wel kan zingen, zodat iedereen zich kan terugvinden in vocale harmonieën. Misschien is het dat wat je bedoelt met “alles wat je al gehoord hebt”.”
goddeau: Ik denk dat het meer te maken heeft met de plaats van jullie muziek op de tijdlijn, de nostalgie van het vinyl die ze uitstraalt. Jullie stijl is zo eenvoudig ouderwets dat het gedurfd wordt. Wescott: “Dat is een goed antwoord. Ik denk dat je net je vorige vraag hebt beantwoord!” Tillman: “Om bepaalde redenen wordt muziek met de stem op een centrale plaats, geïdentificeerd met de jaren ’60 en ’70. Daarom worden we ook constant vergeleken met Crosby, Stills, Nash & Young, maar onze muziek komt niet alleen daarvandaan. De invloeden zijn ouder. Onze wortels bevinden zich in Engelse folk, Japanse pentatonische muziek... Er zijn zelfs rockinvloeden, vooral dan op het album. We maken geen throwback music. We imiteren geen bepaalde periode.” goddeau: Dat zouden we zeker niet beweren. Het is vooral opvallend hoe de formule drum-gitaar-zang wordt doorbroken. Tillman: “Dat is net de uitdaging. Eigenlijk hebben we best een traditionele bezetting, vooral live blijft het heel minimaal, maar er ontstaat een bevrijding in de arrangementen. Het gaat er niet om de grootste geluidscluster te creëren, wel om het maximum uit het kleinste te halen. Je hebt geen drie gitaren nodig als je er eentje hebt met een mooie melodie. Die gitaar staat op zichzelf, heeft geen bombast nodig. Elk lid van de band speelt dan weer wel een vitale rol in de kleuropvulling. We werken met mandolines voor de melodielijn en met Rhodes voor de harmonieën. We gaan breder dan algemene gitaarmuziek, die vaak de neiging heeft wat ter plaatse te blijven trappelen.” goddeau: Jullie muziek lijkt opgebouwd zoals een klassieke partituur. Lijkt mij precisiewerk. Tillman: “Casey, Christian (Wargo, bas) en Robin (Pecknold, zang) zijn dan ook nauwgezette mannen op muzikaal gebied. We beleven net veel plezier in het vinden van dat exacte geluid, veeleer dan in het vinden van een geluid dat werkt.” goddeau: Doen jullie dat allemaal samen? Wescott: “Het creatieproces start bij Robin die een melodie of een idee in stukjes en beetjes overbrengt. Onze taak bestaat erin die nauwgezet te bewerken. “Precies” en “nauwgezet” lijken mij de correcte woorden om onze muziek te beschrijven. Het is een kwestie van keuze: we zouden gigantische rockakkoorden kunnen spelen -- wat niet slecht is -- maar voor ons is het belangrijker een manier te vinden hoe we dat majestueus gevoel van zo’n rockakkoord kunnen overbrengen zonder afhankelijk te zijn van bombast.” Tillman: “Wanneer we spelen staat niemand op automatische piloot. We willen in dienst staan van het nummer. We proberen uit te dokteren wat een nummer precies nodig heeft en we halen daar veel plezier uit. Het is zoals een puzzel: minutieus uitvissen welk stukje precies ontbreekt.”
9 juli 2008 |