Rock Werchter 2008 :: De subtiliteit van een ebola-epidemie |
|
|
|||
|
Vier dagen strompelen op een overvolle wei, die de vierde dag als een plee begint te meuren; it's a dirty job, but someone had to take responsibility. Goddeau stuurde ook dit jaar zijn zonen uit en werd daarvoor bedankt met volgend verslag vol euforie, pret en afgrijzen. En ze hadden Anouk nochtans bewust overgeslagen. Maar én of dat het verder goed was; zo verzekerden zij ons! Dag een :: Onfeilbaar afrodisiacumRock Werchter 2008 is niet uitverkocht, maar heeft een van de indrukwekkendste affiches van de afgelopen jaren. Zo tellen we drie top-headliners en nog een stuk of wat namen die op grote festivals als Glastonbury mogen headlinen (The Verve, Jay-Z). Beetje bizar dus dat u niet massaler de spaarrekening heeft geplunderd. Anderzijds heeft de trouwe concert- en festivalganger een hoop bands het voorbije jaar al minstens eenmaal aan het werk gezien en zullen andere groepen ook op Pukkelpop ten dans spelen. The National of Sigur Rós kunnen we niet genoeg live zien, maar het maakt zo’n dagje of weekendje Rock Werchter toch alweer wat minder exclusief. De megafestivalformule van véél dagen, véél bands en kijk-eens-wie-er-toch-niet-allemaal-komt-het-is-een-koopje alleen is blijkbaar niet meer voldoende om 80.000 man in Werchter te krijgen. Met meer dan een uur aanschuiven om aan de persbalie te raken, is er tijd genoeg voor dit soort overpeinzingen, gefilosofeer en voorbarige conclusies. Hadden we daar niet gestaan, dan kon u ook hier uit eerste hand vernemen hoe geweldig Vampire Weekend was en hoe voorspelbaar/trefzeker de Counting Crows waren. Niets van dat dus: wij krijgen de lof over Vampire Weekend ook pas te horen wanneer we — licht grommend — de al aardig gevulde Marquee binnenwandelen. Net op tijd om het eerste memorabele Werchtermoment te beleven: het publiek dat massaal meezingt met Radioheads "Creep" dat bij wijze van wachtmuziek door de boxen schalt. Onmiddellijk gevolgd door memorabel Werchtermoment twee: datzelfde publiek dat The National als helden op het podium verwelkomt, maar gedisciplineerd stopt met klappen wanneer Matt Berninger de eerste tonen van "Start A War" begint te zingen. The National deed exact wat van hen verwacht werd: de reeds bekende set vol hoogtepunten uit Boxer en Alligator vol vuur en passie afwerken en het (bij elk concert groeiend) publiek murw maar voldaan achterlaten. En ook nu weer: missie geslaagd. Intussen hadden de hemelsluizen zich haast synchroon met de start van Mika’s optreden op het hoofdpodium geopend. We zoeken geen verband, zeker niet omdat de vleesgeworden multiculturele samenleving er een zeer te smaken lap op blijkt te geven. Op weg naar droger oorden vangen we een flard op van een uitgesponnen "Love Today" en doet "Grace Kelly" een halve weide vergeten dat het pijpenstelen regent. We nemen daar akte van en geven de man de kans om bij zijn volgende passage (Werchter ’09, gokken we zo) ons helemaal te overtuigen. Eerst mag Lenny Kravitz dat echter doen. Enkele jaren geleden bleken enkel de vrouwen enigszins warm te lopen voor zijn set van al tien jaar oude versies van een al veertig jaar oud geluid, maar hoe sceptisch we ook staan kijken, Kravitz weet ons elke minuut meer te overtuigen van zijn plek op de affiche. Tegen "It Ain’t Over ’till It’s Over" hebben enkel de mannen nog last van regen en wijst men ons op ’s mans greatest hits als onfeilbaar afrodisiacum. We noteren dat, vragen ons af of we wel voldoende scepsis voorzien hadden om Lenny Kravitz eervol te verslaan — de hoofdkaas gromt hier iets over "verbanningen naar TW Classic" die onomkeerbaar zouden moeten zijn — maar staan plots ongegeneerd mee te shaken met "Let Love Rule". Nog een geluk dat onze luchtgitaar nadien nog van pas kwam voor "Are You Gonna Go My Way". Een onverwacht fantastisch concert dus, maar vooral dankzij de oude hits. In de Marquee is ondertussen het grote dansen begonnen met een Shameboy dat retezenuwachtig de planken betreedt. Dat is nergens voor nodig: het publiek lust maar al te graag electropap van deze heren, en Shameboy bedankt met een set die bewijst dat het internationaal meekan.
"Follow me, don’t follow me": slechts één nummer heeft R.E.M. nodig om tien lamlendige jaren van tafel te vegen. Een geïnspireerd "Orange Crush" maakt meteen duidelijk dat de groep de neuzen opnieuw in dezelfde richting heeft staan: die van de jaren tachtig. Nieuwer werk als een vurig "Living Well Is The Best Revenge" moet niet echt onderdoen, maar het zijn klassiekers als "Fall On Me" en een uitbundig meegezongen "Man On The Moon" die de klus klaren. En niemand die om "Everybody Hurts" riep: hulde! Waarna het tijd is om de dag weg te dansen. Dit jaar valt er te kiezen tussen 2ManyDJs en Chemical Brothers, die beide om verschillende redenen aardig tegenvielen. 2ManyDJs bleek met hetzelfde euvel te sukkelen als Soulwax enkele uren eerder: iets teveel sérieux (een beetje té nu) en veel te weinig leuk-foute plaatjes in de mix. We misten met andere woorden de vrolijke, ironische onzin waarvoor we de Dewaeles altijd wisten te appreciëren. Ofwel hebben we net het verkeerde halfuur gezien, natuurlijk, en maakten we dezelfde fout als vorig jaar: een fijn Marquee-optreden inruilen voor opgewarmde kost van dance-dinosaurussen. The Chemical Brothers lieten dan weer meer dan een half uur op zich wachten om dan met exact dezelfde drie nummers als in 2007 te openen. "Nie wieder", was goddeau’s unisone verdict. En zo bleef het missen van Vampire Weekend ook het enige negatieve wat er over Dag Een van Werchter 2008 te melden valt. 9 juli 2008 |
Meer Rock Werchter 2008
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||


