Rock Werchter 2008 :: De subtiliteit van een ebola-epidemie |
|
|
|||
Dag vier :: Een wilde nacht in de karaokebarHet kan verkeren: "Op de laatste dag rustte God uit van al Zijn werk", herinneren we ons uit de Bijbel, maar anno 2008 moeten de plaatselijke goden op de vierde en laatste Werchterdag nog aan de slag voor wat hun moment de gloire zou worden. Vooraleer dEUS het doek werpt over deze editie van Werchter mag ander goed volk als Grinderman en Beck nog een laatste keer zijn kunnen tonen. En ook Wij zagen dat het (soms) goed was. Met de poppy break-upplaat Welcome To The Blue House leverde Millionaire-frontman Tim Vanhamel al een van de betere Belgische releases van dit jaar af en met single "Until I Find You" scoorde hij bovendien een vette Afrekening-hit. Het mag dus niet verbazen dat de tent ondanks het vroege aanvangsuur toch aardig volgelopen is. Vanhamel heeft een heuse band rond zich verzameld met onder andere Guy van Nueten op de toetsen en Sjoerd Bruil (Sukilove) op gitaar. Het viertal zet een evenwichtige set neer met enkele uitschieters. Van de naar Radiohead lonkende opener "Tell Me" over de door de volledige tent meegebrulde hitsingle "Until I Find You" tot het knappe "Take Me Home" met een onstuimige finale, alsof Vanhamel iedereen nog vlug er even aan wil herinneren dat hij naast toegankelijke popdeuntjes schrijven ook nog steeds ferm kan rocken. Sterk optreden. "Once I was blind / but now I can see"; u kent deze tekstregel wel. De hippe jongens van Hercules And Love Affair versierden een plek op Werchter dankzij de onwaarschijnlijke radiohit "Blind" waarin Antony Hegarty zijn ziel blootlegt op de tonen van een machtige discodeun. Androgyne Antony is er niet bij in de tent van Werchter, zijn vocalen worden ingezongen door zangeres-danseres Nomi, voor de gelegenheid gehuld in een minuscuul en letterlijk vederlicht niemendalletje. Andrew Butler en de zijnen (naast twee zangeressen, een extra keyboardman, drummer en basgitarist ook nog twee trompettisten die de songs kleur gaven) mikken volop op de dansspieren en doen dat met wisselvallig resultaat. Door de iets te eentonige set wordt het enthousiasme in de tent al vlug getemperd en stroomt de Marquee zachtjes maar zeker leeg. Opschudding in de tent wanneer de überhippe Mark Ronson, hij die o.a. de carrières van Amy Winehouse en Lily Allen lanceerde en onlangs nog als allereerste en voorlopig enige mens ter wereld een song van Bob Dylan mocht remixen, plots Kaiser Chief Ricky Wilson op het podium roept. Wilson wordt prompt een tamboerijn in de handen geduwd waarna Ronson en band het ultieme Kaiser Chief-anthem "Oh My God" inzetten. Kaiser-frontman Ricky Wilson is trouwens maar een van de vele gastmuzikanten die hun kunstjes mogen tonen tijdens Ronsons set die voornamelijk bestaat uit covers van bekende songs in een retrosouljasje. Onder andere Radiohead ("Just"), The White Stripes ("We Don’t Know What Love Is"), Britney Spears ("Toxic") en The Zutons ("Valerie") passeren de revue in een set die meer weg heeft van een wilde nacht in de karaokebar dan van een liveoptreden. Mark Ronson serveert een gesmaakte portie festivalmuziek zonder al te veel diepgang, veel fun maar weinig soul. "Put your hands in the air! Say yeah! Fuck me; dit heb ik altijd al eens willen doen": Nick Cave kan zijn lol niet op bij Grinderman. ’s Mans nieuwste project is vanmiddag het venijnig rockende monster dat The Bad Seeds al veel te lang niet meer geweest zijn. Het mogen dan al vaders op leeftijd zijn, Cave en de zijnen zorgen vanmiddag voor het stevigste concert. Bij wijze van wederdienst mag diezelfde Mark Ronson, die ook de nieuwe plaat van de Kaiser Chiefs zal producen, later ook even meespelen op het hoofdpodium, waar de band het derde jaar op rij de weide probeert in te palmen met de intussen welbekende truken van de foor. Nog maar één nummer ver en zanger-crowdpleaser Ricky Wilson ligt al op de eerste rijen te rollebollen en handjes te schudden. Voorspelbaar als de pest maar het publiek lust er wel pap van. Wij zien vooral een clichématige performance die op muzikaal vlak maar magertjes uitvalt. Na de zoveelste makkelijk meezingbare jeugdbeweging-anthem à la "Oh Your God", "Everyday I Love You Less And Less" of "Ruby" hadden we het wel gehad. Volgend jaar toch maar eens een andere groep een kans geven, Schuur? Hoewel later zou blijken dat hij zondag ziek was, slaagt Beck (lang sluik haar, houthakkershemd, fluo zonnebril) er toch in om een puike set neer te zetten. De energieke rasperformer van weleer laat de neerdalende hemelbedden, cowboykostuums, turnoefeningen en poppenkasten deze keer achterwege en focust zich zonder veel boe of ba op de muziek. En de muziek is in dit geval een rommelige, rechttoe rechtane rockset waarin oudere hits als "Loser", "Where It’s At" en "Sexx Laws" (in een nieuw, springerig arrangement) worden afgewisseld met nummers uit de tiende plaat Modern Guilt, die de dag na Werchter in de rekken ligt en waarvan vooral "Soul of A Man" en "Gamma Ray" vaste waarden voor toekomstige liveshows lijken te worden. Hoogtepunt (en het enige rustpunt in de set) was de door merg en been gaande Korgis-cover "Everybody’s Gotta Learn Sometime". Het mag duidelijk zijn: ook zonder het showelement blijft Beck overeind. "Tonight you turned this stage into the Main Stage!", glundert een euforische Karl Hyde van Underworld na zoveel bijval. Terecht? Ja en neen. Want de sympathieke Britten stellen toch ietwat teleur. Jammer, want het concert begint veelbelovend met het ijzersterke openingskwartet "Rowla", "Rez/Cowgirl", "Spoonman" en vooral het heerlijk pompende "Two Months Off". Eén en ander kan echter niet verhullen dat het tweede deel van de set weinig om het lijf heeft. Een inspiratieloze versie van "King Of Snake", het obligate "Born Slippy", een snel afgehaspeld "Jumbo" als onbegrijpelijke afsluiter: Hyde en Smith willen op veilig spelen, en gaan net daarom de mist in. Underworld heeft met Oblivion with Bells eindelijk nog eens een steengoede plaat gemaakt, maar daar is op Werchter niets van te merken. Hun beste worp by far, Second Toughest In The Infants, wordt bijna straal genegeerd. Nu hadden we helemaal niet verwacht dat Underworld een "Radiohead" zou doen. Maar iets meer risico had de groep wel gesierd. Werchter afsluiten, het zou het moment suprème worden van Belgiës allerpopulairste rockband. dEUS lost de verwachtingen ruimschoots in met een setlist die nadrukkelijk op Vantage Point steunt, de nieuwste en populairste plaat, maar die ook de nummers die in het collectieve geheugen van iedere Vlaming gebeiteld zitten niet negeert. dEUS toont zich zondagavond een waardige afsluiter van "het beste festival ter wereld". Op de tonen van "Suds ’n Soda" dansen de jonge backingvocalistes van dEUS Werchter uiteindelijk naar zijn einde, terwijl boven hen het vuurwerk aan zijn apotheose begint. En zo was Rock Werchter 2008 ook: een editie die vuurwerk kreeg van de grote namen, maar waar dit jaar bitter weinig op te ontdekken viel. Het maakt niet uit, want zelden zagen we een R.E.M. zo in vorm, hadden we kunnen bevroeden dat Sigur Rós zo goed de strijd met het daglicht zou aankunnen en ondervonden we dat dEUS zelfs met een wat onevidente set gemakkelijk kon overtuigen. Werchter 2008 was een bijoutje. 9 July 2008 |
Meer Rock Werchter 2008
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||


