Dour 2008: Een wake-up call voor randdebielen |
|
|
|||
Dag Twee: Kopstoten van een UltraphallusOp het plannetje van uw en onze mannen is er vandaag heel wat groen en geel aangeduid. Aan het werk dus, want Dag Twee belooft een welgevulde te worden. Eindelijk voelen we het festivalbeest in ons ontwaken: Dour, nu pas krijgen we er echt goed zin in. Een ferme Ultraphallus in je smoel; daar wordt een mens flink wakker van. Dit Waalse viertal raast met de fijnzinnigheid van een kudde losgeslagen stieren doorheen twintig jaar SubPop-geschiedenis. Een flard “Drain You” van Nirvana gaat al snel over in teringherrie op zijn Melvins en het gekrijs van een ongewassen speenvarken. Toch pakt de mosterd van Ultraphallus niet helemaal: ook al musiceert de band zo strak als het kontje van Kylie in een spandex broekje, de songs ontbreken als eens en ook door de zang worden we niet helemaal overtuigd. Toch: we zijn wakker nu, dàt in elk geval! Tweede kopstoot van de dag: Andy Falkous die met zijn Future Of The Left door Curses raast dat het niet mooi meer is. Drie kwartier lang wordt er schuimbekkend over het podium geraasd, terwijl Falkous (afwisselend op keyboard en pokkeluide gitaar) en bassist Kelson Mathias ons “Small Bones Small Bodies”, “Plague Of Onces” en “Real Men Hunt In Packs” door de strot rammen, afgewisseld met nieuw (en heel sterk) materiaal. Gebleit dat we hebben toen McLusky ter ziele ging, maar deze groep zou een mens haast dankbaar maken voor die split. Teringherrie met een flinke scheut humor, ze zouden het moeten verplichten. ”We spelen geen rustige nummers vandaag, d’accord?” klinkt het bij V.O. Nou, niet dat de band rond Boris Gronemberger plots in heavy metal zal uitbarsten, maar voor zijn doen gaat die vandaag toch voluit. Met alle toeters en bellen doet dit V.O. wat denken aan een Belle & Sebastian dat de wide open road ontdekt: folky songs die al eens een vleugje americana in zich dragen, maar rijkelijk worden ingekleurd met blazers, toetsen en een xylofoon en waarbij ’s mans zang al eens een zweempje soul in zich draagt. Mooi. Nu Earth drone doom maakt voor Antwerpse high-society-cocktailfeestjes en The Melvins stilletjesaan in Kiss veranderen, is cultgroep Harvey Milk een laatste toevluchtsoord voor het betere loodzware en onaardse lawaai. Kopstoot drie dus, al zijn er na vijf minuten spelen niet veel schedels meer over om in te beuken. Een vettige kwak sludge spugen deze bebaarde oermensen in ons oor, zo luid dat de eerste vier Black Sabbaths slechts stormen in een glas water lijken, of lieflijke kinderliedjes voor het slapengaan. Geen chirurgische precisie maar de botte bijl dus, en maar goed ook. Harvey Milk is onaards goed. En doe er daar nog een vierde bij: wat de immer intense Eugene Robinson van Oxbow ons vandaag in ons gezicht spuugt, is heel moeilijk onder woorden te brengen. De Amerikaanse noiserockers zijn naar goede gewoonte nog maar eens verschroeiend: het lawaai uit de speakers dat de luisteraar onverhoeds aanvalt, grijpt naar de strot en perst elk restje lucht uit de longen, terwijl Robinson als een demonische ritemeester zijn danse macabre op het podium tentoonspreidt en met zijn stem ruiten doet springen, slechte geluidsmix of niet. Een bezwerend, onbevattelijk en met rauwe emotie doorspekte totaalspektakel: Oxbow is zien om te geloven. Twee groepen bewijzen vervolgens elk op hun eigen manier dat hun stille muziek ondertussen al luid genoeg is geworden om de openlucht van The Red Freqency Stage aan te kunnen. Niet dat Pinback plots een geweldige liveband is geworden, maar de grove borstel waarmee ze de subtiele klanktapijtjes van op plaat hier neerzetten, past het grote canvas van dit podium een stuk beter dan een intimistische setting. Ook The Notwist blijkt tegenwoordig thuis te horen op een groter podium. Nu ze komaf hebben gemaakt met de neuzelende onhebbelijkheden van het indietronicagenre, durven ze veel resoluter de kaart van de pop trekken. “Pick Up The Phone” en een net iets te lang uitgesponnen “Pilot” zijn hoogtepuntjes. Keuze te over op deze vrijdag: zo missen we Ratatat, Zenzile en Agnostic Front, maar voor het Vlaamse Flat Earth Society staan we wel op post. En terecht: de veelkoppige band blaast met zijn beukende jazzgolven de tent tien centimeter achteruit, daarbij niet in het minst vooruitgestuwd door het Finse nu-jazz-icoon Jimi Tenor. Nu weer krijgt het geheel big band-allures, dan weer freejazz-solo’s, funky surfrockriedeltjes, of gewoon desoriënterend gefrunnik, maar altijd is het lichtjes geweldig. En dan begint de hip-hopmarathon: we zijn nog maar net bekomen van de bis van Anti-Pop Consortiumlid Beans die zijn verzen als snelvuur in zijn microfoon doet vloeien, of daar is het al de beurt aan Bonde Do Role: de twee zotte dozen Laura en Ana bouwen een doldwaas feestje op een opwindende cocktail van hip-hop, electro en Grease. En alsof dat nog niet genoeg is, mag Ice Cube (“Aaisblokjeuh” in het Mechels) een eivolle wei voor de Last Arena met enkele welgemikte bassen, samples en “where’s the party at, Belgium!?”’s omtoveren tot een kolkende massa met omhooggestoken west side-handgebaren. De man heeft zijn relevantie al grotendeels verloren sinds debuut AmeriKKKa’s Most Wanted uit 1990, maar onze grijnslach ten spijt kunnen ook wij niet ontkennen dat het een heel dik hip-hopfeestje was. Hey, voor nummers “Check Yo Self” nemen wij alle genreclichés, van stoere gangstapraat tot twee dikke soepnegers als bodyguards op het podium om gevaarlijke strandballen te neutraliseren, er graag bij. Een loopje dat opbouwt, zich plots met horten en stoten voortsleept, een akelig precieze beat die invalt en een heliumstemmetje dat zich plots uit de georganiseerde chaos naar buiten wurmt: Battles blijft nog steeds zijn machtige zelf. Het trucje mag ondertussen wel al gekend zijn, toch blijft dit een en al opwinding, masturbatorisch gefriemel dat nooit zo aanvoelt, omdat het mikt op de heupen en niet op het brein. Concert van het festival, en op het terrein voor de Red Frequency Stage ontspint zich een groteske polonaise. Gedanst dat er wordt! “Tij” voelt nog steeds aan als het spitsuur in Bombay; het resultaat is dan ook navenant. “Atlas” blijft een anthem voor overstuurde robots, een onwaarschijnlijke hit voor deze nieuwe eeuw die een statisch publiek doet smelten tot een vormeloze brij. Het geluid van een verkeersopstopping waar Godzilla komt doorgestampt: nooit gedacht dat het in open lucht kon werken. Het was opzien tegen en stiekem hoge verwachtingen koesteren voor het optreden van de Wu-Tang Clan, en even lijkt het net zo’n ramp te worden zoals vorig jaar, wanneer de acht heren wel heel erg op zich laten wachten. Maar voorwaar: het was goed. The Wu rolde even met de spierballen, achteloos en zonder al te veel moeite, maar de manier waarop er door de legendarische songcatalogus gescheurd werd, was een plezier om te zien. De Clan is nog steeds “Nuthin' To Fuck Wit”. Afsluiten doen we vandaag met een feestje: Roni Size & Reprazent brachten tien jaar geleden de baanbrekende drum-‘n-bassplaat New Forms uit en vierden dat dit jaar met een heruitgave en een nieuwe tour. Wat maakt het uit dat de band in geen tijden nog een interessante plaat heeft afgescheiden: vanavond is het opnieuw 1997 en knallen de razend snelle breakbeats van “Switch” en “Jazz” alsof het genre nog even heet is als toen. Wij dansen onze benen eraf dat het geen naam heeft en draaien zo met een zwierige pirouette de nacht in. Tot morgen! Joey Bougard en Matthieu Van Steenkiste | foto's wannabes.be
17 juli 2008 |
Meer Dour Festival
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||

