GODDEAU ZOEKT!

Voor haar nog op te starten muzieknieuwsproject is goddeau.com op zoek naar kandidaat-journalisten die mee willen instaan voor het onderhouden van een dagelijkse nieuwsrubriek. Kandidaturen mogen gemaild worden naar info@goddeau.com samen met een proeftekst van ongeveer 1500 tekens.

 

De heerlijke futiliteit die rockjournalistiek heet

De heerlijke futiliteit die rockjournalistiek heet  
Print
    
Pagina 1 2

Eigenlijk is het simpel en zijn er twee soorten muziekliefhebbers: diegenen die bij het horen van een plaat een gitaar vastnemen, en zij die op tijd beseffen dat ze dat niet kunnen en dan maar over de muziek beginnen te schrijven. Een kunst apart, maar ook die wordt soms met veel passie bedreven. Een overzicht van het mooiste dat op het vlak van rockjournalistiek in de lage landen verscheen, is te vinden in De beste muziekverhalen van 1945 tot nu.

ImageHet op één na leukste aan rockmuziek (toegegeven: het luisteren is meestal nog net iets beter) is toch wel dat fenomeen dat rockjournalistiek heet; dat hele conglomeraat van al dan niet bevlogen liefhebbers die zich met veel sérieux op al die muziek storten en daar met veel omhaal iets over proberen te zeggen. Of een manmoedige poging ondernemen om de maker van al die fijne muziek iets zinnigs te ontlokken. Waarbij dan abstractie moet gemaakt worden van het feit dat veel artiesten interviews geven veel minder serieus nemen en het liefst van al een hoop onzin zitten te vertellen (en als het even kan in elk interview iets anders), het liever over iets anders hebben (voeten, bijvoorbeeld) of gewoonweg onmogelijk zijn. Of het ergste nog: ongeacht de vraag zo zacht en zo snel mogelijk het van buiten geleerde lesje opdreunen of een cliché als “it really is the music, màààn”. Of: “het kan me niet schelen welke interpretatie de luisteraars geven aan mijn teksten. Wie ben ik om hen uit die illusie te halen?” En -- de grootste leugen van allemaal -- “I don’t know where my music comes from, man; it’s beyond me!”.

Aanstellerig

De echt legendarische rockjournalisten mogen dan altijd uit het buitenland afkomstig zijn geweest (Al Aronowitz, Greil Marcus, Julie Burchill, Lester Bangs, …), ook heel wat Belgische en Nederlandse journalisten smeten zich van bij het begin op het genre. In het lijvige De beste muziekverhalen van 1945 tot nu -- het soort boek dat je aan uit High Fidelity ontsnapte muzieknerds cadeau doet -- geeft samensteller Leon Verdonschot een overzicht.

Eerst en vooral: De beste muziekverhalen van 1945 tot nu is geen boek dat je leest om over bepaalde artiesten te lezen. Daarvoor schiet het boek te veel richtingen uit; van een godvergeten schlagerzanger over Rammstein naar een vergeten Nederlands rockbandje en weer terug naar Bono. En alle tussenliggende stadia. Dit is voor mensen die graag over muziek lezen. Alle mogelijke muziek. Gewoon: een goed stuk dat lekker leest en je misschien een beetje nieuwsgierig heeft gemaakt naar de muziek. Want dat moet goeie rockjournalistiek doen.

Zo verschillend als metalcore van kale singersongwriterij is, en alle mogelijke schakeringen die daartussen bestaan, zo verscheiden zijn de rockjournalisten zelf ook. Er is natuurlijk het typevoorbeeld: de man die zich ster van zijn eigen stukken waant en er nadrukkelijk in rondbanjert. Serge Simonart bijvoorbeeld, die zijn medewerking niet wilde verlenen aan dit boek. (Verdonschot: “Hij wilde niet gebloemleesd worden met andere auteurs.”) Er zijn voorbeelden te over. Zo steelt oorjournalist Herman van der Horst de show door Rammstein tijdens een interview een idee voor een nog ziekere show aan de hand te doen. Heerlijk stuk, maar veel over de band leer je er niet van. Maar er zijn genuanceerdere varianten: Marc Didden die een handrem voor Bob Marley Jamaïca moet binnensmokkelen, Erik Timmerman die met Bono de sauna in mag.

Dan heb je natuurlijk de schrijver voor wie een recensie niet meer dan een podium is om verbaal met de spierballen te rollen. Wanneer Humo’s (pdw) een nieuwe Prince fileert is dat vooral een mooie gelegenheid om het ene bon mot na het andere te lossen, niet zonder echter de essentie uit het oog te verliezen: “het is vooral de afwezigheid van uw zo vaak geroemd vermogen tot grensverleggen en baanbreken dat mij teleurstelt.” Of er is de emo-journalist voor wie een nauwe band tussen zijn gemoedsgesteldheid en de plaat die voor hem ligt nodig is. “De halfjaarlijkse depressie is goed en grondig aan het invreten”, stelt Jan Donkers vast, maar gelukkig vond hij redding in Neil Young’s After The Goldrush en een melodramatische recensie. Achteraf gezien moet hij er in een voorwoord de woorden “aanstellerig”, “om aandacht bedelend” en “verachtelijk individu” voor uit de kast halen. Nogal hard van de man, want zijn oorspronkelijke tekst was een pareltje. (En eerlijk? We beginnen ons nu al bezorgd af te vragen hoe wij binnen dertig jaar zullen terugkijken op bepaalde van onze teksten.)


23 juli 2008


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com