WALL-E |
|
|
Alle geinige tekenfilms op een stokje, Kungfu Panda, Shrek en alle verzamelde Cars moeten het loodje leggen in de strijd met WALL-E: ’An Inconvenient’ tekenfilm over het milieu, maar vooral over de liefde.
Het eerste halfuur wordt er geen woord gesproken, op enkele bliepjes na (knap werk van Star Wars geluidsman Ben Burtt). WALL-E loodst ons, op de tonen van Hello Dolly, binnen in een apocalyptische wereld waar roestig grimmige wolkenkrabbers van afval de leefwereld vormen van WALL-E, een robotje schattiger dan uw pluchen konijn. Zijn droevige ogen — hoe Pixar dit klaarspeelt, God mag het weten — staan op het netvlies gebrand. Het torenhoge niveau van de eerste helft van de film, één van de meest diepgaande en esthetische stukjes tekenfilm, en nu al een pièce de resistance onder de klassiekers, houdt WALL-E jammer genoeg niet aan. Aangekomen op het Buy-N-Large ruimteschip komen, hoe kan het ook anders, babbelende mensen de pret verstoren. Niet alleen zijn het verschrikkelijk lelijke figuren (een kruising tussen The Incredibles en een opgeblazen kikker, en wat een contrast met de verfijndheid van het betere animatiewerk bij de start) maar daarenboven zijn hun bijdragen ronduit storend. De motor van de film is de stil bliepende magie van WALL-E’s grote ogen, de rem op heel het boeltje de grootsprakerige tweevoeter. Het enige lichtpuntje in deze duisternis is het nevenfiguurtje MO, een kuisrobotje dat beter weet en zwijgt.
Dit is een vertederend magisch verhaal dat even uit de bocht gaat, maar een heel puike eindscore kan voorleggen, ook zonder koters bij de hand. En nu, allemaal digitaal: WALL-E is... bliep bliep! 13 augustus 2008 |
Meer WALL-E
Meer filmrecensies
Meer op Goddeau.com
|
||


Op een zeer ongure dag verliet onze verderfelijke menselijke soort een onleefbare aarde, maar liet één klein robotje eenzaam en alleen achter. 700 jaar lang ruimt WALL-E de troep op, tot het moment waarop een prospectieteam EVE uitzendt. De kleine afvalperser (wat op uw plaatselijk containerpark ook wel eens ’de presse’ wordt genoemd) valt als een blokje voor EVE (een soortement iPod-ei), die naar de aarde is gestuurd op zoek naar leven. Wanneer hij haar een plantje schenkt, klapt EVE — letterlijk — dicht. Onze blikkenheld blijft weliswaar niet bij de pakken neerzitten. Als een tin white duke en in ware Disneystijl reist hij, in zijn queeste naar ware liefde, terug met EVE naar haar ruimteschip. Daar zit een zeer obese mensheid al een eeuwigheid te wachten op een teken van leven, of beter, het plantje dat EVE van WALL-E gekregen heeft.
WALL-E mag dan wel zijn glans verliezen naar het einde toe, het blijft een pareltje onder de stormgolf van tekenfilms dezer dagen. WALL-E bewijst zichzelf waardiger dan de zoveelste Disney-lovestory en met zijn klimaatthematiek en knipogen naar 2001: A Space Oddesey en One Flew Over The Cuckoo’s Nest is de animatieprent ook genietbaar voor menstruerende vrouwen en masturberende mannen, de categorie plus 12 dus. Ondanks de milieuproblematiek, is WALL-E niet de Marghareta Guidone van de cartoonwereld. Zonder het belerend vingertje maar met een vertederend liefdesverhaal, raakt WALL-E een zwakke plek, zelfs bij wie niet ontvankelijk is voor emo-milieuverhalen als Watership Down, Beestenbos is boos of Seabert. Inderdaad, geen bedreigd geanimeerd konijn, vos of zeehondje dat aan deze radar is ontsnapt.