Goddeau: De business zit eerlijk in elkaar, zeg je. Toch wordt er veel geklaagd over de platenfirma’s. Het zijn bloedzuigers, hoor je wel eens. Goddaer: "Er is inderdaad maar een vrij klein percentage dat het goed met je voor heeft, maar de uitzondering op de regel bestaat. En die moet je vinden. En een goeie advocaat, want initieel zijn ze er inderdaad op uit om je een loer te draaien. Het is nu eenmaal commercie hé." "Met Sony is de vertrouwensrelatie gegroeid dankzij Sunzoo Manley (Freejazz-project van Goddaer, mvs). Pas toen ze To All Our Escapes wilden uitbrengen, ben ik verder met hen gaan praten: hoe zagen zij Ozark Henry, wat wilden ze ermee? Je hebt genoeg artiesten die verklaren dat ze nooit bij een major willen zitten, maar wel bij een klein labeltje "waar ze begrepen worden". Voor mij is Sony zo’n label. Er is een wederzijdse affiniteit, waarvan ik hoop dat alle artiesten bij Sony ze hebben." "Bij Double T, waar ik voordien zat, waren de bedoelingen ook goed, maar het was een kleine firma. Je start wel allemaal op hetzelfde niveau, maar ze missen de mensen om dat vol te houden. En dus werd de promotie voor mij maandenlang verwaarloosd omdat ze het te druk hadden met K’s Choice en Arid. Zo krijg je gemakkelijk een grote discrepantie, want ze waren te klein om voor een derde groep ook nog iets te doen. In zo’n situatie wil ik niet meer terechtkomen. Ook niet als grote groep die er dan voor zorgt dat er geen geld meer is voor een kleinere." Goddeau: Eigenlijk doe je alles zelf. Mis je nooit een Johnny Marr of een Lars van Bambost aan je zijde als klankbord en sparring partner? Goddaer: "Neen. Niet omdat ik mijzelf fantastisch vind, maar omdat ik iets wil maken waar ik zelf mee kan leven. En waarvan ik hoop dat het deelbaar is. Als ik een klankbord zou hebben, zou het misschien een ander resultaat geven dat misschien mijn commercieel potentieel zou verhogen, maar mijn initiële interesse is dat ik zelf in de eerste plaats achter mijn plaat kan staan. Zo ben ik ook niet ongelukkig als ik zelf de enige ter wereld ben die hem goed vindt." Goddeau: Je zei ooit dat je zonder teksten zou willen gaan werken, in een verzonnen taal. Goddaer: "Ik ben begonnen als rapper bij Word en dan kun je meer doen met woorden. Nu moeten mijn teksten voldoen aan de melodie. Een lettergreep teveel maakt de melodie dan niet meer juist. En dan moet je dan kiezen: de sfeer van het nummer of de tekst van het nummer zoals ik hem voorzag. Muziek is iets universeel, en ik vind dat de woorden ondergeschikt zijn aan de muziek. Een eenvoudige zin doet veel meer eer aan de melodie en vanuit dat standpunt kom je soms op zinsneden die je op de rand vind. Dan denk je wel eens dat je beter af zou zijn met klanken alleen." Goddeau: De Manic Street Preachers deden ooit het omgekeerde. Toen ze de studio introkken om The Holy Bible op te nemen, namen ze het besluit geen letter van de teksten van Richie Edwards te wijzigen. Met als resultaat dat James Dean Bradfield de gekste toeren uithaalt om onmogelijke zinnen rond de melodie te krijgen. Goddaer: "Dat gebeurt natuurlijk soms ook: om iets in een frasering te kunnen leggen heb je soms lak aan dingen als klemtoon of waar de ene zin ophoudt en de andere begint." "Eigenlijk ben ik op een heel eenvoudige manier beginnen zingen, toen ik aan mijn eerste plaat bezig was. De muziek zat al in mijn hoofd en terwijl ik aan het zoeken was, zong ik vaak melodielijnen. Op den duur zing je die melodielijn in woorden mee en plots ben je een singer-songwriter. Waarschijnlijk heeft Flip Kowlier een gelijkaardige beweging gemaakt. Het moet een natuurlijke evolutie zijn."
17 February 2003 |
|