|
"Aah sè, den onderkruiper van den Umo," zo zou Clement Peerens hem
begroeten. Wij hielden het bij Serge. Prince-adept en David Sylvian-fanaat, Simonart is een fenomeen:
een journalist die sterk aanwezig is in zijn eigen stukken. Hij was onze man in Lourdes, maar
eveneens onze man bij Lou Reed. "Next question, please," beet die hem toe. Wij openden niet
met: "Fuck off," maar met een ander legendarisch sitaat.
 Goddeau: "Spreek en u zult fout geciteerd worden. "(Serge Simonart)
Serge Simonart: "Dat is zo. Ik heb thuis een interview liggen dat Madonna aan een Engels
blad had gegeven. Via een Poolse en een Franse omweg vertaalden ze het terug naar schabouwelijk
Engels. De antwoorden op een vraag over haar nieuwe cd klonken ongeveer als: "Ja, beton,
riolering is zeker blauw indien maandagen niet, hahaha." Nu, eerlijkheidshalve kan je
Humo daar ook niet volledig van vrijpleiten. Tot een jaar of vier geleden werd het blad nog
volledig handmatig in Wallonië gezet. Een ramp! Een artikel over David Sylvian vertaalden ze
fout met als argument: "David Sylvian, non, cest une erreur. Ca doit etre Sylvain."
En dan komen er kwaaie brieven op Humo."
"Nog zon voorbeeld: ik zou ooit ergens verklaard hebben dat
de maffia achter de come-back van Santana zat. Wat ik echt zei, was dat muziekliefhebbers er geen
flauw idee van hebben hoeveel marketing achter sommige platen zit. In chatrooms op het internet nemen
mensen van platenfirmas bijvoorbeeld een valse identiteit aan om de nieuwste The Offspring te
promoten. Alternatieve groepen doen daar even hard aan mee. Guerrilla Marketing heten ze
dat."
"Het is ook een wijdverbreid misverstand dat er nog een
scheidingslijn is tussen zogenaamde alternatieve en andere muziek. De marketing achter Whitney
Houston is exact dezelfde als die achter R.E.M. Michael Stipe heeft altijd een imago van mensenschuwe
kluizenaar gecultiveerd. Wel, ik weet pertinent dat Stipe voor de laatste R.E.M.-cd wereldwijd zestig
interviews toestond."
Goddeau: Welke interviews jaagden je qua zenuwen de gordijnen in?
Simonart: "Heel weinig rockjournalisten durven toegeven dat ze ooit zenuwen hadden. Ik
had het, denk ik, te pakken bij mijn eerste interview met Lou Reed in 92. Reed heeft een enorme
hekel aan interviews en interviewers. Die dag was hij net afgekickt van heroïne en zat hij aan
de drank. Een Waalse collega van mij is toen al bleitend naar buiten gekomen. Ik heb dat gesprek toen
letterlijk weergegeven. Het eindresultaat was vrij behoorlijk, maar toch. Daar zit je bij Lou Reed,
een gespierde mens die niet zou aarzelen je een mep te verkopen."
"Nick Cave is nog zo iemand. In 1997 was zijn vriend Michael
Hutchence net gestorven. Dat werd dus een heel zwaar, emotioneel interview met een hoop dingen die ik
niet mocht publiceren. Ook dat is trouwens een probleem. Eens je die mensen kent en hun vertrouwen
hebt gewonnen, spreken ze de helft van de tijd off the record. Ofwel ben je een klootzak, publiceer
je het en kan je het vergeten voor een volgende keer, ofwel zet je het er niet in, wat ook een
onvoldaan gevoel oplevert."
Goddeau: Is het een weldoordacht trucje om rockgroepen in je openingsvraag steevast op te
hemelen? Hoop je zo op meer bereidwilligheid?
Simonart: "Ik interview alleen mensen die ik graag heb. Er zijn twee soorten journalisten.
Een eerste soort zijn de sado-masochisten, die graag platen afbreken. Makkelijk zat, schelden kunnen
we alllemaal. Ik hoor tot het andere ras, ik bén geen masochist. Mijn leven is te kort, dus ik
wil alleen maar tijd steken in leuke zaken en mensen die ik bewonder en van wie ik nog iets kan
leren."
Goddeau: Nogal wat klassieke musici waren aangenaam verrast met je reportages over klassieke
muziek. Is een teveel aan voorkennis soms niet schadelijk voor een rockjournalist?
Simonart: "De observatie is wel raak. Als interviewer moet je altijd oppassen voor
artiesten die je te goed kent. Het gevaar bestaat dat je eindigt met een incestueus onderonsje van
wij kennen elkaar. En voorkennis? Ik dans heel graag. House, ambient, trance. laat maar
komen. Toch verdiep ik me voor geen millimeter in die muziek. Het zegt me niets of ik al dan niet met
een beroemde deejay op café zat."
"Voor een interview ligt dat anders, dan moet je aan research
doen. Toen ik Billy Corgans afscheidsinterview afnam, ben ik ook op het internet gaan zoeken, vooral
om te weten wat ik absoluut niet moest vragen. Met een beetje research stel je geen vraag die groepen
al duizend keer gehoord hebben."
1 October 2001 |
|