Goddeau: Denk je dan niet: "zonder die piraterij hadden we misschien 300.000 exemplaren verkocht"?
Mercer: "Ik weet het niet. De mensen die de plaat wilden kopen, hebben dat ook effectief gedaan denk ik. Oh, Inverted World werd verondersteld 20.000 keer over de toonbank te gaan, het werden er vijf keer zoveel. So downloading helped us quite a bit."
"Ik begrijp de ongerustheid over downloaden wel want je moet toch de kans krijgen om iets uit je muziek te halen, om er voor betaald te worden. Wat de grote platenfirma’s maar niet schijnen te begrijpen echter, is dat je het niet meer weg krijgt. Stop dus met wetten te maken die het toch niet klein gaat krijgen en leer er mee leven: maak een beter product, zodat mensen de cd wel degelijk in handen willen hebben."
Goddeau: Hebben jullie er daarom voor gezorgd dat het cdboekje zo’n leuk uitgeknipt ding is?
Mercer: (lacht) "Ja hoor. Neen, dat was niet bewust, we maken gewoon graag een cool product."
Goddeau: Zorgde het grote succes van Oh, Inverted World voor druk bij het maken van de opvolger?
Mercer: "Er was druk, maar die voel je altijd dus we leerden er mee omgaan. De eerste plaat hadden we al half opgenomen voor we bij Subpop tekenden, daarna kwam plots het besef van ’nu moeten we iets deftigs creëren’. Neen, voor Chutes Too Narrow werd het budget niet opgetrokken omwille van het succes: ze bleven netjes binnen de grenzen van het contract dat we hebben. Het is in orde hoor, dat contract: gemiddeld. Al is het voor een indielabel misschien niet zo’n goed contract, het is ok. We worden zeker niet opgelicht."
Goddeau: Jullie speelden zelfs op David Letterman’s Show. Toch ook niet normaal voor een groep van jullie kaliber?
Mercer: "Eigenlijk niet. Normaal spelen daar geen indiegroepen, tenzij ze al naar een major label zijn overgestapt. We hebben ons deel aandacht van grote platenfirma’s wel al gehad hoor. Alleen weten we niet wat we tegen hen moeten zeggen. Ik weet immers niet of ik wel op een major wil zitten. We moeten sowieso nog één plaat voor Subpop maken volgens het contract. Warner distribueert ons wel in het buitenland maar ik ben blij dat ze dat voor Europa blijkbaar niet wilden. Ze hebben het in Japan immers goed verneukt voor ons: ze beslisten dat ze onze plaat daar wilden distribueren en uiteindelijk brachten ze hem er niet uit."
Goddeau: Hét woord dat valt als The Shins vermeld worden is "retro". Ik moet bekennen: ook ik had het gevoel dat je vader een rijk gevulde platenkast moet hebben gehad.
Goddeau: "Goh. Ik weet het niet. Sommige van mijn songs hebben het gewoon nodig, om op zo’n sixtiesmanier benaderd te worden. Maar ja, mijn vader had wel een goeie platencollectie: Beach Boys, Byrds,… Al zat er wel veel cheesy stuff tussen ook hoor. Ik hoor in The Shins vooral de dingen die me zelf hebben gevormd in mijn jeugd. Eighties-groepen als The Cure, Echo & The Bunnymen,… Bands die ik zelf oppikte als tiener."
Goddeau: Chutes Too Narrow begint muzikaal euforisch, maar bouwt steeds maar af tot de ingetogen afsluiter "Those to Come".
Mercer: "We wisten niet goed hoe we de volgorde van de tracks wilden en hebben daar erg lang aan gepuzzeld; we vonden niet echt hoe het moest. Het is grotendeels onze A&R man geweest dan die dat voor ons heeft gedaan. Die heeft daar een enorm goed oor voor. We hebben nog wat dingetjes gewijzigd, maar voor het grootste deel is het zijn verdienste."
Goddeau: Muzikaal klinken jullie heel vrolijk. Ga je automatisch vrolijke muziek maken als het elke dag heet en zonnig is als in Albuquerque?
Mercer: "I don’t know. Als ik me zet om te schrijven is het altijd met het idee een triest nummer te maken. Ik vind altijd dat ik neerslachtige nummers schrijf, maar om één of andere reden eindigen ze altijd vrolijk en upbeat eenmaal de groep ze inkleedt. Ik weet het dus niet. Maar ik voel me wel gelukkig de laatste tijd hoor."
Goddeau: Misschien is het een vorm van ironie.
Mercer: "Hehe. Wie weet: mijn eigen speciale versie.
26 april 2004 |