|
Goddeau: Word je graag ouder? Lau: "In bepaalde opzichten misschien, bijvoorbeeld het feit dat ik minder opgefokt ben dan vroeger. Wat ik anderzijds helemaal niet leuk vind, is dat bepaalde dingen gewoon achteruit gaan. Vroeger kon ik nogal goed tennissen. Vorige zomer heb ik tegen mijn tweeëndertigjarige neef gespeeld. Het was teleurstellend. Tien jaar geleden had ik hem zeker verslagen, maar nu heb ik slechts vier games gemaakt, puffend over de baan, te laat bij elke bal. Hetzelfde met biljart. Met tennis kan je jezelf nog wijsmaken dat het met trainen wel weer zal beteren, maar met biljarten zie je gewoon wat het gemiddelde is op het scorebord. Dat inzakken van het moyenne gebeurt bij die biljartballen waar je van op afstand mikt. Die vliegen er nu steeds langs." "Ik zal vanavond een verhaal voorlezen. Het zijn twee scénes: één van een klein jongetje en zijn moeder, de volgende van een jongen die een man geworden is en een moeder die in een rolstoel in het bejaardentehuis zit. Ik heb het rond me zo ook gezien. Het is gewoon echt niet leuk om in de tachtig te zijn en in zo’n karretje te zitten lijden aan verschillende kwalen. Ik ben wantrouwig tegenover mensen die oud worden leuk vinden. Met de beste wil van de wereld kan je dat geen pretje noemen." Goddeau: Komt er toch nog een rockende Thé Lau? Lau: "Da’s een goede vraag. In Nederland spelen we nog vrij regelmatig met de band. Ik blijf het erg leuk vinden. Eigenlijk zijn de optredens die ik nu doe nog meer rockend, omdat het zoveel méér inspanning kost dan de rockconcerten. Je hebt veel meer concentratie nodig. Met een rockoptreden kan je het geluid voor je laten werken. Ik denk dat we met The Scene wat meer in België zouden moeten spelen. Je zal zien dat 'het’ er nog wel is." Goddeau: Is er een verschil tussen een zittend theaterpubliek en een drinkend rockpubliek? Lau: "Je krijgt applaus en geen gejuich, dat is precies het verschil. Het meest reactierijke optreden hebben we in België gedaan, in Antwerpen, voor een staand publiek. Ze hadden zoveel kaartjes verkocht dat ze vroegen om alsjeblieft de stoelen eruit te halen. Dat had wel een hele aparte charme. Tussen de nummers door kreeg je een ontlading die je nooit hebt bij een zittend publiek, en tijdens de nummers was het doodstil. Vreemd voor een staand publiek, en je zou verwachten dat àls er in België al ergens mensen door het optreden heen praten, dat het wel in Antwerpen zou zijn." Goddeau: Je bent enkele jaren geleden gevraagd om te spelen op de studentenproms. Herinner je je dat nog? Lau: "Ja. Het was de eerste keer dat ik met een symfonisch orkest heb gespeeld. Inmiddels heb ik dat al een paar keer gedaan. Het was in ieder geval wel erg leuk. Het orkest rammelde wel een beetje en de drum stond te hard. Gelukkig had ik een nummertje gekozen zonder drum ("Slapen, dromen, zweten", kb, wd).." Goddeau: Je speelt voor mei-68’ers tot en met de cybergeneratie. Wat spreekt jong en oud aan in je muziek? Lau: "Wat was dat ook alweer met romantiek? Misschien inderdaad datgene wat tot het gevoel en de verbeelding spreekt. Dat moet het haast wel zijn, anders kunnen ze beter wegblijven, denk ik."
1 October 2001 |
|