22 Pistepirkko :: De leegte in het midden

22 Pistepirkko :: De leegte in het midden  
Print
    
Pagina 1 2
Image

Sporadisch slaagt een groep uit Finland er eens in om internationaal even de kop op te steken. We hadden in volle grungeperiode Waltari, die een vrij brute en vroege poging deed om techno met metal te verzoenen, en een aantal jaar terug was er de dramarock van HIM en de hitjes van de Bomfunk MC’s. En dan vergeten we nog het cabaret van de Leningrad Cowboys dat ooit de MTV-awards mocht opfleuren. In de schaduw van al dat one-hitgewonder doet het arctische trio 22 Pistepirkko al twintig jaar zijn eigenzinnige ding. Nu is er de verzamelaar The Nature of 22 Pistepirkko 1985-2002. Goddeau zorgt voor de bijhorende tekst en uitleg.

"Aanvankelijk hadden we geen zin in een compilatie", zeg Asko, "en eigenlijk is het nog een idee van onze vorige platenfirma. Toen we hen meedeelden dat we ze gingen verlaten, antwoordden zij: ’ok, dan brengen we wel een compilatie uit.’ Zo niet, dachten we. De mensen kennen onze groep nauwelijks in het buitenland, en dat is hùn schuld. Waarom of voor wie zouden we dan een verzamelaar moeten uitbrengen? Tot we in onze eigen platencollectie keken: Hank Williams, Madonna….Allemaal compilatiealbums. Toen leek het plotseling niet zo’n slecht idee om daar een 22 Pistepirkko-verzameling naast te plaatsen."

22 Pistepirkko — spreek uit "kaksikummenta Pistepirkko" en lees "tweeëntwintig lieveheersbeestjes" — mag dan al slechts een cult-aanhang hebben, de groep is al twintig jaar lang uitermate boeiend bezig. In de late jaren zeventig begonnen broers Asko (bass, orgel) en P-K (gitaar en zang) Keränen en drummer Espe een garagerockgroepje, maar al snel merkten ze dat punk toch niets voor hen was. Voor hun Fins gezongen titelloze debuutplaat (1983) en opvolger Piano, Rumpu ja kukka (1985) gingen ze terug naar surfmuziek, country en blues.

Image

Met Kings Of Hong-Kong (1987) grijpen ze naar het Engels, wat vreemd genoeg zorgt voor de landelijke doorbraak. Tekstueel is 22 Pistepirkko "an inspired assault on the English language", zoals een rockmagazine het ooit omschreef, maar de groep zelf vindt dat niet belangrijk. "Het klopt wel dat onze teksten niet in perfect Engels geschreven zijn", zegt P-K, "maar dat geeft niet. Songs zijn ook gevoel en ik denk dat ons Engels daar goed genoeg voor is. We proberen ook niet om iets correct uit te spreken: de schoonheid zit net in het feit dat het onvolkomen Engels is. Het gaat om de communicatie."

22 Pistepirkko’s naam is met het album gemaakt en met het erg bluesy Bare Bone Nest zet de groep de eerste pasjes buiten de grenzen. Het levert de groep krediet op bij de platenfirma, die de portefeuille stevig opentrekt voor het daaropvolgende Big Lupu (1992), dat in een grote studio wordt opgenomen. De grondvesten van 22 Pistepirkko’s muziek zijn gelegd, vanaf nu vertrekken de Finnen op een muzikale ontdekkingsreis.

Big Lupu is een stap weg van het traditionele beginstadium: drums maken plaats voor een veelheid aan percussie en er wordt geëxperimenteerd met tapes en synthesizers. Toch klinkt het resultaat nog vrij gitaargericht. Met titels als "Don’t Say I’m So Evil" en "Tired Of Being Drunk", is de humor nooit ver weg, maar het is single "Birdy" dat de show steelt met een break van een halve minuut waarin enkel vogelgeluiden te horen zijn.

Het gebeurt wel vaker dat 22 Pistepirkko in het midden van een song wat leegte laat. "Dat moet het noordelijke aspect van onze muziek zijn", denkt Asko: "waar wij vandaan komen zie je niets dan witte velden en meren als je de deur opendoet: stilte en vrije ruimte. Dat is in ons systeem gekropen."

Image

Toch beschikt de groep over een goed gevoel voor melodieën, al kun je ze bezwaarlijk pop noemen: strofes kunnen alle kanten opgaan, maar éénmaal het refrein in de buurt komt, pakken de muzikanten steevast uit met een memorabele hook. "We zijn dan ook pop-fans", zegt P-K. "We horen veel verschillende dingen graag en putten daar dan uit." "Vroeger wilden we wel commercieel zijn", zegt Asko, "maar nu willen ons daar niet meer mee bezig houden. Het gaat beter als we ons bij onze muziek houden en ons niet om pop-appeal bekommeren."

Niettemin doet de groep met Rumble City La La Land (1994) een halfhartige poging om met een popaanpak iets te forceren. De groep heeft zich een beatbox aangeschaft en gaat daar mee aan de slag. In Finland bevestigen ze met "(Just a) Little Bit More" hun status, maar de grote doorbraak blijft uit. Het album is dan ook een caleidoscopische zaak: meezingers als "At The Everybody’s" staan er schouder aan schouder met traditioneler werk genre "Coffee Girl" of "Gimme Some Water" en het experimentele "Tokyo Tiger". De elektronica heeft echter zijn intrede gedaan in de groep en toont de weg voor de volgende stap.



12 mei 2003


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com