|
goddeau: Je had er toen al een zekere carrière opzitten in de muziekwereld, niet? McCready: "Carrière is een groot woord. Ik speelde al in bands sinds mijn elfde en in "86 verkaste ik met Shadow naar LA om het daar te maken. Het werd een grote desillusie. Ik kreeg de ziekte van Crohn (een chronische ontsteking van de ingewanden, red.), zat maandenlang thuis en besloot opnieuw te gaan studeren. Ik wilde even niets meer met muziek te maken hebben, tot ik Muddy Waters hoorde spelen op The Bands "The Last Waltz" en ik opnieuw goesting kreeg. Ik hoorde dat Gossard naar me op zoek was en we zagen elkaar tijdens een party toen ik aan het jammen was op een plaat van Stevie Ray Vaughan. Gossard was toen al een gerespecteerde muzikant, net als Ament. Het was rocksterren in Seattle. We speelden een week samen en toen vroeg ik hem of we een band zouden beginnen." Enter Vedder Gossard, Ament en McCready schreven samen songs en vroeg Soundgarden-drummer Matt Cameron om de demo’s in te spelen. Cameron zou acht jaar later de vaste drummer worden van Pearl Jam, maar op dat moment zocht het trio nog naar een zanger en een drummer.
Gossard: "Ik was behoorlijk gek van het drumwerk op "Uplift Mofo Party Plan" van The Red Hot Chili Peppers en daar we al enige naam hadden, vond ik toch de moed om Jack Irons op te bellen daar ik gehoord had dat hij niet meer bij de Peppers speelde. Ik zocht hem op en vroeg hem langs de neus weg of hij ook geen zanger kende. "Jawel, Crazy Eddie", klonk het. "Hij woont in California."" Vedder: "Ik was vooral vertrouwd met het werk van Soundgarden en Mudhoney en veel minder met dat van Mother Love Bone, maar dat was een pluspunt. Er hing dan geen zware ballast aan mijn schouders en ik hoefde me niet te meten met een of ander voorbeeld. Ik luisterde naar de tapes tijdens mijn nachtshift in het benzinestation en vond het muzikaal bijzonder boeiend. Ik kon het nog niet echt plaatsen maar toen ik ’s morgens ging surfen, zaten de nummers nog steeds in mijn hoofd. Ik voelde me geïnspireerd en schreef zo’n drie à vier songs die ik (lachend) beschouwde als een soort miniopera in de geest van The Who of Pink Floyd. Ik moest de dag daarna terug gaan werken en stuurde de tape op naar Seattle." goddeau: Hoe reageerden jullie op zijn songs? Gossard: "Ament was meteen mee, maar ik moest het even laten bezinken. Maar veel mensen rond me zagen een enorm potentieel in Eddie. Hij was een fantastische zanger maar de puzzel was nog niet volledig in mijn hoofd. Maar toen we hem uitnodigden en hij landde, vroeg hij om meteen van de luchthaven naar de studio te rijden. We schreven er enkele songs en toen besefte ik dat de trein vertrokken was."
McCready: "Hij droeg een Butthole Surfers T-shirt, had lang haar dat aan één kant afgeschoren was en die combinatie van een bermuda en versleten Doc Martenboots was opmerkelijk. Hij zag er natuurlijk goed gebruind uit. Eddie is net als ik eerder klein maar toen hij begon te zingen, stond mijn wereld even stil. Ik besefte dat dit hét moment was dat je maar één keer meemaakt wanneer je in een groep speelt. Eddie was het ontbrekende stuk om het verhaal volledig te maken. Hij kon ons naar Het Beloofde Land brengen." Ament: "Ik geloofde elk woord dat Eddie zong. Er ontstond die dag een connectie tussen de vijf bandleden en niemand had toen durven dromen dat het zo groot zou worden, maar we begrepen dat er een kentering op til was. En ik was ervan overtuigd dat Eddie de mensen iets kon geven, dat hij een publiek kon begeesteren." Vedder: "Ik kende Jeff al een beetje door de vele telefoongesprekken die we gehad hadden, maar ik stond echt versteld van het muzikale talent van Mike en Stone. Het voelde aan als rijden met een luxueuze wagen die topsnelheden kon halen zonder uit de bocht te gaan. Bijzonder opwindend allemaal. Ik voelde ook dat hun muziek een eigen taal sprak, los van wat ik al eerder gehoord had. Ik bleef een week in Seattle en werkte er aan songs en teksten. Toen ik terug thuis was, bleef ik de muziek maar draaien en schaafde ik alles verder bij. Op een moment vroegen ze me of ik bereid was alles op te geven en naar Seattle te verhuizen. Ik nam mijn kans en de rest is geschiedenis. Ik moet er wel meteen bij vermelden dat ik in Seattle uitstekend opgevangen werd door mensen als Chris Cornell of Matt Cameron. Het voelde als één grote familie aan."
Dirk Fryns
8 April 2009 |
|