Sonic City, 4-5 april 2009, De Kreun (Kortrijk)

Sonic City, 4-5 april 2009, De Kreun (Kortrijk)  
Print
    
Pagina 1 2

Dag 2

Oddateee, een rapper uit de Bronx van Däleks Deadverse-familie zette op zondagmiddag meteen het offensief in. Zijn set voelde aan als een trip door bijna drie decennia hiphopgeschiedenis, met old school beats & rhymes, tegen Wu-Tang Clan aanleunende onheilsgrooves en soms een light-versie van Dälek. Dat neemt echter niet weg dat de man overtuigde over de hele lijn: hij heeft charisma zat, bracht zijn vaak politiek en sociaal geëngageerde teksten met veel zwier en palmde het podium op z’n eentje helemaal in. Oddateee is er eentje om in het oog te houden. Gitarist Mike Mare stond al met Dälek op het podium, maar doet het zelf ook als Destructo Swarmbots, waarmee hij vooral etherische ambient verkent die ver staat van de overdonderende noise van Dälek. Het klonk goed, subtiel en vrij overtuigend, al miste het soms wat spankracht en wist hij niet te verhinderen dat de gedachten begonnen af te dwalen.

ImageTijd voor een stamp onder de kont dus, en die zou voorzien worden door de heren van Guapo. Niet dus, want de vier kozen voor een al te makke mix van wat fletse prog, psych en jazzrock. De kostuumpjes met de glittertjes mogen er zijn, net als die gong naast zo’n imposant drumstel, maar op geen enkel ogenblik wist de band de vlam echt brandend te houden, waardoor de set uitgroeide tot een van de tegenvallers van de tweedaagse. Helaas was dat ook het geval bij Bong Ra, een Nederlander die furore maakte in de breakcorescene, maar nu niets van de hysterie en kracht waarvoor het genre om bekend staat wist over te brengen. In plaats daarvan kregen we een verwaterde, tamme versie van ’s mans kunsten en had onze metgezel het over middelmatige dubstep. De man leek er zelf weinig plezier aan te beleven en heel even kregen ook wij het gevoel dat het niets zou worden met deze tweede dag.

De vier resterende bands zouden echter orde op zaken stellen, met respectievelijk een immens verrassende oplawaai, de bevestiging van een kanon, spetterende improvisaties en een mooie afsluiter. Eerst trad Action Beat aan, in plaats van het te laat gearriveerde Zu. En maar goed ook, want het leek eeuwen geleden dat we nog eens zo’n portie onvervalste rock-‘n-roll van zo’n stel jonge snuiters in de strot geramd kregen. Twee drummers, een bassist en vier gitaristen. En vervolgens: een half uur vlammen met de duivel op de hielen. Springend, smijtend, zwaaiend, stampend, briesend. De riffs hadden de hoekigheid van Shellac, de noise deed denken aan de jonge Sonic Youth en de energie… zelden meegemaakt eigenlijk. Action Beat was rauw, puur, lawaaierig, schuimbekkend en vooral: een gewéldige belofte voor de toekomst. We hebben een dochter veil voor een van die kerels, dat zegt genoeg.

Zu tekende enkele maanden geleden met Carboniferous voor een van de beste platen van het jaar. De band is al ruim een decennium aan een opmars bezig met een hectische combinatie van jazz, noise en punk, al zal hij nu de grootste sprong uit zijn carrière maken. De sound, en dan vooral die van bassist Massimo Pupillo, is heavier dan ooit en neigt meer en meer naar de artmetal van Fantômas. De energie is hetzelfde als vroeger, de waanzin nog nadrukkelijker. Op het podium vertaalde zich dat in een kleine nucleaire explosie, een afmattend, maar vaak verbazingwekkend strak staaltje van precisiebombardementen en schizofrene wendingen. Door de helse bassound was het soms moeilijk om het ronkende saxspel van baritonsaxofonisct Luca Mai te onderscheiden, maar Zu deed exact wat we verwachtten: een grote indruk maken.

Twee geweldige sets na mekaar en daar deed Small Silence (een afgeslankte versie van Original Silence, waar ook Thurston Moore en Jim O’Rourke deel van uitmaken) nog een schepje bovenop. Twee lange improvisatiestukken, twee lappen jazzpunknoise van een verbijsterende intensiteit. Er viel geen structuur, geen melodie, geen rode draad te ontwaren, maar was me dat een lesje in collectieve herrie en heen-en-weer geklets. Gitarist Terrie Ex stuiterde als een bezetene op en af, bassist Massimo Pupillo zette z’n bombardement verder, Mats Gustafsson dreigde z’n sax stuk te blazen en drummer Paal Nilssen-Love was zichzelf, een niet te stoppen drummonster, in staat om veertig minuten te wervelen en te razen. Het was geen spek voor ieders bek (de gelaatsuitdrukkingen in het publiek spraken boekdelen), maar in zijn niche was Small Silence de absolute top. Te catalogiseren onder “verbluffende ketelherrie”. We stonden veertig minuten stijf van de adrenaline.

Eigenlijk hadden we na die hattrick helemaal geen zin meer in de gestileerde countrydoom van Earth. Uiteindelijk bleek het echter het ideale kalmeermiddel na drie hysterische concerten vol lawaai en waanzin. Dylan Carlson en co. hebben de logge drones van de beginjaren intussen helemaal achter zich gelaten en pakken nu uit met een repetitieve nachtmuziek die het moet hebben van subtiele variaties en een opmerkelijk homogene sfeer. Zo homogeen zelfs dat alle songs afgeleid lijken van dezelfde oerbron. Toch belette het de band niet om ruim een uur te hypnotiseren met een mooie set vol kamerdoom, opgesmukt met rootslicks, toetsen en zelfs trombone. Het was een mooi en gepast einde voor een straffe avond.

De heren van Dälek zorgden samen met de organisatie voor een geslaagd festival: de zestien acts zorgden voor veel variatie, creativiteit en een resem hoogtepunten. Het is trouwens aangenaam om een tweedaags festival mee te maken dat volledig plaatsvindt in een gemoedelijke sfeer, met slechts één podium (het kan nog!), normale drankprijzen en voldoende ademruimte tussen de optredens. De volgende editie zal gecureerd worden door Deerhoof. U vindt ons opnieuw op de eerste rij.

Foto's: goddeau archief



7 April 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com