DOCVILLE: Episode III: Enjoy Poverty

DOCVILLE: Episode III: Enjoy Poverty  
Print
    

ImageAls we mogen afgaan op de persaandacht die regisseur Renzo Martens de afgelopen weken heeft gekregen, zou Enjoy Poverty wel eens dé grote klepper kunnen worden in de nationale competitie van deze editie van Docville. In ieder geval heeft de film hoge verwachtingen waar te maken.

ImageDe Nederlandse kunstenaar verdedigt dan ook een provocerende stelling: niet olie of diamant, maar de ontwikkelingshulp uit het Noorden is voor een land als Congo de belangrijkste bron van inkomsten. Toch vloeit een groot deel van deze middelen terug naar de landen van herkomst, in wat de hulporganisaties "technische ondersteuning" noemen. Als de armoede zoveel geld opbrengt, is zij dan geen economisch goed geworden? En waarom zou de plaatselijke bevolking diezelfde armoede dan niet beschouwen als haar voornaamste natuurlijke ’grondstof’?

Het werk van de Congolese arbeiders op de plantages is hard. Zij houden praktisch niets over aan hun labeur: hun kinderen raken ondervoed omdat wij goedkope koffie willen. In het volgende fragment nemen werknemers van Artsen Zonder Grenzen breed glimlachend foto’s terwijl ze hun hulppakketten uitdelen. Op elke tent en elk plastic zeil staat een logo van een ngo afgebeeld. Martens reist verder naar een door de rebellen getroffen gebied en praat met westerse journalisten over het geld dat te verdienen valt aan de problemen in het land. De toon is gezet.

Enjoy Poverty is volledig op locatie geschoten, met een kleine handcamera en een richtmicrofoon. De technische beperkingen hiervan, in combinatie met het overdadige in- en uitzoomen, maken dat deze film geen visueel verbluffende documentaire is geworden. Aan de andere kant word je hierdoor als kijker wel letterlijk met je neus op de feiten gedrukt. De beelden van stervende kinderen en jammerende moeders zijn confronterender dan om het even welke campagnespot.

In de meest krachtige en schokkende scène zet Martens samen met enkele plaatselijke fotografen de cijfers naast elkaar: voor een doorsnee huwelijksfoto krijgen zij 75 dollarcent, een westerse journalist kan zijn foto’s voor 300 dollar verkopen aan het persagentschap. Neen, dan kunnen ook de dorpsfotografen zich beter concentreren op foto’s van verkrachte vrouwen, lijken en uitgemergelde kinderen. In de praktijkles geeft Martens nog een paar nuttige tips mee: altijd een logo in beeld brengen, steeds de allerergste gevallen uitkiezen en vooral je tijd nemen. In geen tijd zijn de fotografen volleerd.

Natuurlijk toont Enjoy Povertymaar één kant van het werk van de ngo’s, anders zou de film nooit hetzelfde effect bereiken. Maar zolang je als kijker weet dat je naar een provocerend pamflet zit te kijken, hoeft een documentaire ook helemaal niet gebalanceerd te zijn. En provoceren is precies wat Martens doet: als een Nederlandse Michael Moore — met wie hij trouwens niet alleen de attitude, maar ook de ijdelheid gemeen heeft — houdt hij ons allen een spiegel voor, ook al zijn we niet blij met wat we daarin te zien krijgen. We manipuleren en exploiteren de armoede van anderen en worden daar vooral zélf beter van, al is het maar omdat we zo een stukje gemoedsrust kunnen afkopen.

Enjoy Poverty is een fucking cynische documentaire die aankomt als een mokerslag. Martens speelt zijn rol uitstekend, maar het kost hem heel wat moeite om dat masker op te houden. Wanneer er toch enkele barstjes in de façade zichtbaar worden, levert dat meteen de meest ontwapenende beelden van de film op. En dan is plots alles voorbij. De zaal blijft nog minutenlang doodstil. Wanneer wij naar buiten lopen, zit de rest van het publiek nog onbeweeglijk naar de laatste credits te staren.

6 mei 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com