Er kwamen andere tijden : protestmuziek in Vlaanderen (1964-1974)

Er kwamen andere tijden : protestmuziek in Vlaanderen (1964-1974)  
Print
    
Pagina 1 2 3

‘The roaring sixties’, ‘the swinging sixties’,... Geen enkel decennium is in onze herinnering zo sterk verbonden met een bloeiende jongerencultuur en geëngageerde popmuziek als de jaren zestig. En dat is zeker niet ten onrechte zo.

Deze zomer is het veertig jaar geleden dat de pacifistische hippiebeweging zijn symbolisch hoogtepunt beleefde op het legendarische Woodstock-festival. Meest fabelachtige moment van de muzikale driedaagse was ongetwijfeld Jimi Hendrix’ verschroeiende versie van het Amerikaanse volkslied, een vlammende aanklacht tegen de oorlog in Vietnam. Popmusici hadden in de voorgaande jaren steeds meer engagement in hun werk vertoond, ook bij ons in de lage Landen. En met Jazz Bilzen hadden we zelfs een klein Woodstock binnen de landsgrenzen.

ImageWaren de jongelui in de jaren vijftig nog tevreden met een rebelse muziekvorm alleen (rock ’n roll), dan werden in het volgende decennium ook de woorden steeds gewaagder. Een verklaring vinden we bij de materialistische ingesteldheid in de jaren vijftig. De armoede tijdens en vlak na de oorlog lag nog vers in het geheugen en er werd dan ook voorzichtig omgesprongen met de pas verworven weelde. Na de magere jaren was je al tevreden dat er brood op de plank was en dat je een mooi huisje had. Toen in het midden van de jaren vijftig een muzikale revolutie ontketend werd met de intrede van de rock ’n roll, bleven de teksten dan ook opvallend braaf. Liedjes gingen over alledaagse bezigheden zoals op stap gaan en de liefde: “Let’s Twist” en “Love Me Tender”.

In de jaren zestig begon er echter iets te broeden. De ‘babyboomers’ waren met enorm veel en door de gestegen welvaart konden ze steeds langer studeren. Bovendien hadden ze altijd materiële zekerheid gekend. Zo ontstond er een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van postmaterialistische interesses. Er werden steeds meer vraagtekens geplaatst bij allerlei politieke en sociale kwesties. Gelijktijdig ontstond er in Amerika de hippiebeweging die anti-autoritarisme, vrede en vrije seksualiteitsbeleving hoog in het vaandel droeg. ‘Make love, not war’ was de leuze. De generatiekloof werd steeds dieper. Popmuziek speelde een belangrijke rol voor de jeugd en het postmateriële gedachtegoed sijpelde dan ook al snel door in de liedjesteksten. Bob Dylan verspreidde zijn pacifistische en anti-autoritaire gedachtegoed in zijn werk en velen volgden zijn voorbeeld.

ImageOok in ons land roerde er iets. Eind jaren vijftig was er in de schaduw van de blinkende bollen van het Atomium definitief afscheid genomen van de schaarse periode. Muzikaal volgde België grotendeels het voorbeeld van Amerika, maar wel met een eigen karakter en enige vertraging.

De eerste geëngageerde liedjes waren een beetje knullig. Zo namen the Seabirds in 1960 een protestsingeltje op tegen een leeftijdsgrens voor discotheekbezoekers. Eerste navolgers van Dylan waren The Docks Brothers die in 1964 met het brave “Woorden in de Wind” ongetwijfeld garant stonden voor een van de meest stijve bewerking van “Blowin’ In The Wind”: “Weet jij hoe dikwijls men d’ ogen sluit, voordat men onrecht herkent. Hoe dikwijls buit men de arme uit, terwijl men de rijke verwent. Hoe dikwijls moet nog die kerstklok geluid, aleer men de vrede hier kent.” Sommigen beweren wel eens dat de Belgische protestmuziek maar van belabberde kwaliteit was en dat de betrokken artiesten er op los kopieerden. Met de voorgaande voorbeelden kunnen we hen natuurlijk moeilijk ongelijk geven. Gelukkig stonden er al snel enkele artiesten op die een hoger niveau haalden, maar helaas niet altijd even origineel uit de hoek wisten te komen.


13 mei 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com