|
goddeau: Heeft zo’n donkere plaat een weerslag op jezelf als je daar ruim een jaar mee de baan op gaat? Olsdal: “Elke keer je een album uitbrengt, wéét je dat je die nummers voor een hele lange periode zal spelen. Dus zet je maar beter de beste songs op de plaat. Een tournee is een verlengstuk van het maken van een plaat dus ja, de mood van de nummers die je avond na avond brengt, bepaalt op den duur, misschien onbewust, je eigen mood.”
goddeau: Ligt daar de oorzaak van de breuk met drummer Steve Hewitt, die volgde op de Meds-tournee? Olsdal: “Goh. Om te beginnen zijn we zéér lang op tournee geweest. Dat zorgt sowieso al voor een zekere spanning. Dat alleen al kan mensen naar de waanzin drijven. Je verliest elk referentiepunt, er zijn geen regels. Dat heeft voor een breakdown gezorgd in Placebo zoals we het kenden. Het is ook een gradueel iets, zo’n breuk: dat ontstaat niet van de ene dag op de andere. We communiceerden niet meer, beleefden geen plezier. Maar het was nooit een optie om Placebo te laten sterven.” goddeau: Is het geen immens risico om een groep koste wat kost in stand te houden? Olsdal: “Als we geen nieuwe drummer hadden gevonden, dan zouden Brian en ik desnoods de gothic Pet Shop Boys geworden zijn (lacht). We wilden écht doorgaan. Er is iets met het idee van een trio, dat wérkt voor ons.” goddeau: Jullie zijn net weer op tournee vertrokken. Geen schrik dat hetzelfde scenario zich zal herhalen? Olsdal: “Het is wat we doen. Brian en ik doen dit sinds we twintig zijn, we kennen en kunnen niets anders.” goddeau: Hoe is het om een trio dat eigenlijk al heel lang bestaat, te vervolledigen? Forrest: “Wanneer is het debuut uitgekomen? ’95?” Olsdal: “1996.” Forrest: “Toen was ik tien (lacht). Er wordt mij vaak gevraagd hoe het is om als fan in een groep te belanden. Maar ik heb er nooit op die manier over nagedacht. Ja, ik ben in een groep gestapt die al een hele geschiedenis achter zich heeft en een collectie fijne platen gemaakt heeft. Dat verleden heb ik niet mee, maar de toekomst wel. Die is voor ons alledrie gelijk. En als het aan mij ligt, maakt Placebo nog vijftien jaar fijne muziek. Tot ik in 2006 met Evaline het voorprogramma van Placebo verzorgde, had ik trouwens nog nooit van hen gehoord. In de VS werd Placebo nooit echt hard gehypet, dus ik ben pas vrij laat met hun muziek in contact gekomen. Ik denk niet dat ik dit had kunnen doen als ik een diehard fan was. Ik zou veel te nerveus zijn.” “Waar ik wel enigszins bang voor was, was de reactie van de fans. Je gaat op iemand anders zijn stoel zitten en je weet nooit hoe het publiek daar op reageert. Veel mensen houden niet van verandering. Al heb ik de indruk dat de overgang best smooth verlopen is.” goddeau: Als uitsmijter: veel bands die op festivals als Rock Werchter staan, hebben de mond vol over hoe fijn het is er terug te zijn. In hoeverre is dat oprecht? Kan iemand die, zeg maar, honderd concerten per jaar speelt zich écht herinneren dat hij drie jaar eerder ook al op dat festival stond? Olsdal: “Soms (lacht). Doorgaans zijn de herinneringen nogal wazig. Je kan niet alle plaatsen waar je optreedt onthouden. Wat wel bijblijft, om een of andere reden, zijn kleedkamers. Je komt van de bus, wandelt zo’n gebouw binnen en plots daagt het je dat je die ruimte herkent. Niet omwille van een concert dat je gespeeld hebt, maar door de backstage.” “Nu je Werchter aanhaalt, daar herinner ik me een doortocht zeer levendig, toen we speelden op de dag dat, volgens Nostradamus, de wereld verondersteld werd te vergaan (4 juli 1999!, jvb). R.E.M. speelde er ook en er hing een geweldige atmosfeer. De mensen van R.E.M. waren erg plezant om mee rond te hangen, ze hebben “It’s The End Of The World As We Know It” toen aan ons opgedragen. En de regen! (Lyrisch:) Het regende enorm hard, terwijl het tegelijk ontzettend heet was, waardoor er stoom uit het publiek opsteeg. Er hing een apocalyptische sfeer, maar als R.E.M. de soundtrack verzorgt, kan de Apocalyps niet snel genoeg komen.”
10 June 2009 |
PiaS / http://www.placeboworld.co.uk
|