 goddeau: Je bent waarschijnlijk toch een van de hardst werkende artiesten uit het huidige popcircus. Je neemt regelmatig cd’s op en onderneemt lange wereldtournees en je draait er je hand niet voor om mee te werken aan een of ander interessant project. Is er naast al die verschillende gedaantes ook een workaholic Tori?
Amos: "Niet bepaald, want ik functioneer als mens enkel en alleen door het feit dat ik kan creëren. Ik heb onlangs voor het eerst in 20 jaar een optreden moeten afgelasten wegens een voedselvergiftiging en dat was een ellendige ervaring. Ik moet gezond zijn, in geest en in lichaam en alleen op die manier kan ik creëren, ideeën uitwerken en songs schrijven. Ik ben een moeder en een echtgenote, maar alles wat ik doe, wordt op een of andere manier geleid door het feit dat ik een muzikante ben."
goddeau: Eigenlijk ben je een soort sonische verleidster.
Amos: "Dat hoor ik graag want ik doe er alles voor om de luisteraar te verleiden. Dat deed ik al toen ik rond mijn 25ste een internationale doorbraak kon forceren. Toen was men dat blijkbaar niet gewoon van een vrouw en eigenlijk is het zelfs als een gevestigde artieste nog steeds een gevecht tegen de vooroordelen en de grote machine die alles zo mainstream mogelijk tot bij de mensen wil brengen. Je mag ook niet vergeten dat het pas in de negentiende eeuw mogelijk werd voor vrouwen om zich artistiek te ontwikkelen. In de literatuur, de muziek, de beeldende kunst … het is verre van een evidentie geweest. En vergeet ook niet dat we in de popmuziek nog maar enkele decennia over een ongebreidelde artistieke vrijheid kunnen beschikken. Sterke vrouwen als Nina Simone, Billie Holiday of Janis Joplin hebben ooit een gemeende vuist gemaakt tegen een industrie die door mannen geleid werd en dat is maar goed ook. Vrouwen hebben de mannelijke dominantie door de eeuwen heen veel te weinig in vraag gesteld en ook nu wordt er door een door mannen geleide industrie met het zelfbeeld van de vrouw gespeeld. Kijk maar naar de modewereld, de reclame … allemaal heel subtiel maar wel nog steeds rolbevestigend. En dan ben ik er plots met mijn muziek, mijn teksten, mijn attitude … En dan ben ik geen vrijheidsstrijdster die met het grote gebaar op de barricades gaat staan. Ik ben al bij al een zeer normale vrouw die zich bewust is van haar rol in de samenleving en het spel liever wat subtieler speelt."
goddeau: Je teksten en je muziek lezen en luisteren als het ware als één grote ode voor meer verdraagzaamheid.
Amos: "Ik vind verdraagzaamheid of tolerantie het hoogste goed in deze moderne samenleving, net omdat die tolerantie zo sterk bedreigd is. Kijk maar eens goed om je heen, het hoeft niet altijd over terrorisme op wereldschaal te gaan. Intolerantie zit zelfs in de kleinste gemeenschap ingebakken. Ik pleit voor meer respect en het opkrikken van je eigenwaarde als een eerste stap naar het bereiken van die tolerantie. Het is pas wanneer je goed in je vel zit dat je onbevooroordeeld en scherp kan nadenken over de samenleving die je omringt. En het is net tijdens het schrijven van songs dat ik mijn helderste momenten beleef. Het is alsof mijn geest dan anders werkt en zich als een medium opwerpt. Dan ben ik in staat om onderwerpen en personages beter te doorgronden en eigen te maken. Gelukkig voel ik zo’n moment juist aan en kan ik me dan even terugtrekken in mijn eigen wereld. Ik heb het geluk een begrijpende echtgenoot te hebben. Mark (Hawley) is zelf studiotechnicus en hij is vertrouwd met de denk- en leefwijzen van een muzikant of muzikante. Dat helpt."
goddeau: Van negen tot vijf op kantoor schrijven, zoals Nick Cave of John Hiatt, zit er voor jou blijkbaar niet in.
Amos: "Niet echt. Ik kan het niet dwingen of forceren en zie me ook niet in een kantoor zitten achter een grote piano met een leeg blad voor mijn neus. Dat lijkt me te dwingend en dat zou in mijn geval nefast zijn voor de inspiratie."
goddeau: Uit de plaat kan je ook afleiden dat de rol van de man in de moderne maatschappij behoorlijk veranderd is.
Amos: "Zeer zeker want niets is nog zeker. Het was ooit simpel toen de man ging jagen en voedsel meebracht. Toen waren de patronen zeer afgebakend. Maar ook zo’n honderd of amper vijftig jaar geleden was de man de economische motor van een gezin, de patriarch wiens wil wet was. Een vrouw was al gelukkig met een wasmachine of een ijskast. Die zekerheid is nu weggevallen en zeker door de financiële crisis die we nu beleven. Het wordt voor mannen steeds moeilijker om hun succes en positie af te meten aan de status van hun werk. Een maatpak en een das zijn niet langer meer de definitie van de mannelijke superioriteit en eigenlijk ben ik daar niet rouwig om. Kracht krijg je tegenwoordig door veel van jezelf te geven en niet door veel te nemen. En ik denk dat heel wat bankiers daar even mogen bij stilstaan."
Dirk Fryns
17 June 2009 |
|