Werchter 2009 :: De thermostaat van Antarctica |
|
|
|||
|
Dat het heet was, maar dat het bij momenten ook goed was. Werchter 2009 was een editie met een hoog grabbeltongehalte, maar af en toe haalden we daar ook leuke verrassingen uit. Onze mannen en één vrouw smeerden zich duchtig in, zetten voor alle veiligheid toch ook maar een klakske op en kwamen terug met volgend verslag. Dag een :: Hip als een bloemetjesjurkZondag 5 juli 2009 zal voor eeuwig in ons geheugen gegrift staan als the day the music died. Milk Inc op Rock Werchter symboliseert de ultieme knieval voor de commerciële mallemolen. De Muziek -- met kapitale M -- zou zich echter niet zonder slag of stoot gewonnen geven. Voor Regi op zondagavond de handjes in de lucht laat steken -- een gebaar van capitulatie als het ware -- staan er nog vier dagen zwaar muzikaal weerwerk op het programma, te beginnen met deze donderdag 2 juli. Hot ’n sunny. Every day, hot ’n sunny! We horen het de betreurde Bill Hicks nog zeggen. In ons doorgaans koele Vlaanderlandje is dat uiteraard overdreven, maar op deze eerste Werchterdag is het alvast wel heet genoeg om zelfs tropische cactussen tot zweten aan te zetten. De in ontblote basten en felgekleurde bikinitopjes gehulde jongens en meisjes zien er aanvankelijk nog fris gewassen uit, maar al gauw kan in de plakkerige aaneenschakeling van okselvijvers haast tot aan de Main Stage worden gezwommen. Jesse Hughes lijkt de hitte alvast niet te deren. Hughes mag met zijn Eagles of Death Metal Rock Werchter 2009 aftrappen. “Let’s make some rock ’n roll”, declameert de sympathieke kruising tussen Freddy De Vadder en Lemmy, en zo geschiedde. Alle opsporingsbevelen ter wereld volstaan niet om bij EODM een memorabele song of ook maar het minste teken van subtiliteit te vinden, maar de band levert wel een verdomd stomend optreden af. “Have you ever seen a crowd this big, momma?”, roept Hughes zijn in de coulissen toekijkende moeder toe, met een voldane grijns op het gezicht. Wij hebben alvast al slechtere openingsacts gezien. Expatriate in de Marquee bijvoorbeeld. Het is dat een briesende hoofdredacteur ons gedwongen heeft, of we hadden de Australiërs straal genegeerd. Zanger Ben King slaagt er met zijn licht krankzinnige blik en verwijfde heupwiegen niet in om het publiek tot meer dan knikkebollen aan te zetten. Het beste aan dit optreden is het feit dat het in de Marquee net iets koeler is dan daarbuiten. Niettemin hebben we Expatriate tot de laatste noot aanschouwd. Tot de laatste, tergend lang uitgesponnen noot. Die medaille voor moed en zelfopoffering mag onmiddellijk op de post gedaan worden, dankuwel. Twee jaar geleden zong Lily Allen nog de hemel open met “Smile”, vandaag trotseert ze de Werchterse zon, gehuld in een minuscuul tijgertopje en met enkele hits en een cocktail in de hand. Wanneer halfweg de show ook de broek, pumps en pruik worden uit- en afgegooid wordt het zowaar haar “meest naakte show ooit”, aldus Lily. Het heeft inderdaad weinig om het lijf, en dat slaat ook op de muzikale kant van dit concert. Het zijn vooral de hits als “The Fear” en “Fuck You” die de handen op elkaar krijgen en de middenvingers in de lucht, daarnaast wordt met covers gestrooid: “Oh My God” is een makkelijke garantie voor succes en met “Womanizer” krijgen we een Britse Britney te zien. Toch houdt Allen haar imago van vrolijke, ietwat naïeve gazelle intact en heeft ze het overduidelijk naar haar zin terwijl ze van links naar rechts over het podium huppelt. Als het de wei in beweging zet, wie zijn wij dan om te vitten? Emiliana Torrini heeft vooral heel erg haar best gedaan. De IJslands-Italiaanse schoonheid gaat gekleed in iets wat op een door Walter Van Beirendonck ontworpen parachute lijkt, maar prijkt verder heerlijk schattig op het podium van de Marquee. Torrini staat zo aandoenlijk te sukkelen met haar bindteksten dat we er lichtjes vertederd door worden. Maar het is voor de muziek dat we komen, meneer! En op dat vlak worden we toch enigszins ontgoocheld. Torrini blijkt niet al te best bij stem te zijn, wat ervoor zorgt dat ze af en toe nauwelijks boven haar muzikanten uitkomt. Bij “Jungle Drum” wordt zelfs pijnlijk duidelijk dat ze moeite heeft om de hoogste noten te halen. De enkele hoogtepunten in het optreden komen niet toevallig uit het ingetogen Fisherman’s Woman. Een verbluffend sterk “Sunny Road” toont vooral hoe goed een optreden van Torrini in topvorm had kunnen zijn. Volgende keer beter dan maar. Op weg naar Fleet Foxes in de Marquee stellen we vast dat Dave Matthews Band op de Main Stage volstrekt irrelevant staat te wezen. De frontman heeft het charisma van een platgetrapte goudvis en de songs -- die op hun best als een flauw afkooksel van bluesrock kunnen worden omschreven -- worden veel te lang uitgesponnen. Waarom DMB in de Verenigde Staten nog steeds zo razend populair is, ontgaat ons volledig. Een enkeltje richting muzikale vergetelheid is wat de heren verdienen, met vriendelijk verzoek Expatriate onderweg op te pikken. DMB krijgt wat ons betreft de weinig benijdenswaardige titel van “miskleun van de dag”. Neen, dan liever de mannen met baarden. De heren van Fleet Foxes zien eruit alsof ze vaste klanten zijn bij het kringloopcentrum om de hoek en hun muziek is ongeveer even hip als de bloemetjesjurk van uw oma. En toch is het dringen voor een plaatsje in de Marquee. Fleet Foxes zorgt voor de eerste serie kippenvelmomenten van dit festival, met een samenzang die bij momenten aan The Beach Boys doet denken. Het publiek laat zich de atypische festivalmuziek welgevallen en schreeuwt alsof Michael Jackson zelve het podium had beklommen. “White Winter Hymnal” en “Mykonos” worden onthaald als ware rock anthems. De grijns op het gezicht van Robin Pecknol spreekt boekdelen. Muziek - commercie: 1-0.
Vanaf de eerste uithaal van “Kitty Litter” stuurt Molko’s zeurende stem een golf van vervoering over de weide, die pas zou wegdeinen lang nadat de laatste, verschroeiende noot van “Taste In Men” had weerklonken. De Britten kunnen inmiddels uit een indrukwekkend arsenaal aan singles putten en draaien het publiek moeiteloos binnen met nummers als “Every You Every Me”, “Special K” en “The Bitter End”. Dat het allemaal soms wat machinaal klinkt, valt niet te ontkennen, maar zelfs een op routine drijvend Placebo speelt het leeuwendeel van de concurrentie naar huis met de vingers in de witbepoederde neus. En dan zijn er nog de broertjes Gallagher. Liam stapt het podium op met de obligate groene regenjas, minachtende blik en een ego dat groot genoeg is om de gemiddelde Vlaamse provinciestad mee te bevolken. Het aanschouwen van dit prototype van de rockster zou voldoende moeten zijn om Regi ertoe aan te zetten spontaan zijn ziektebriefje voor zondag in te dienen. Oasis palmt het publiek -- dat bestaat uit een opvallend grote schare Britten -- in met een Blitzkrieg, opgebouwd uit de grootste hits. Hoezo teveel nieuwe nummers? Oasis speelde welgeteld twee nummers uit het recente Dig Out Your Soul. Meedogenloos en met nauwelijks tijd voor een adempauze dendert Oasis doorheen het repertoire, waardoor wij na zowat anderhalf uur verweesd achterblijven. "You were good, but we were better", sneert Liam zelfvoldaan net voor afsluiter "I Am The Walrus". Zelden is arrogantie zo terecht geweest. En het blijft nog even 1997 all over again, want met The Prodigy hebben we nog een groep wiens hoogtepunt ergens midden in het vorige decennium lag. De verwachtingen waren laag na de recente stinkerd Invaders Must Die, maar dat bleek niet nodig. De groep speelt ongeveer even strak als de gebotoxte gezichten van frontmannen Liam en Maxim, en de hits volgen elkaar in sneltempo op. Ons danstalent indachtig houden we ons echter koest en bekijken we het geheel goedkeurend van op een afstand. Het is al laat, het is tijd. Morgen is er meer, veel meer. 8 July 2009 |
Meer Werchter 2009
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||



Brian Molko ziet er goed uit. De charismatische hogepriester van de androgynie blaakt van zelfvertrouwen en heeft duidelijk zin in een robbertje muzikaal tongtwisten met het publiek. Niet verwonderlijk, als je weet dat