Werchter 2009 :: De thermostaat van Antarctica |
|
|
|||
Dag vier :: Wree schaamtelijkAlsof het allemaal nog niet genoeg was, staat er nòg een hete dag op het programma, die muzikaal evenmin verlichting belooft. In de verte dienen zich twee headliners aan waarover men naarstig kan discussiëren of ze -- voor het eerst of voor een zesde maal – wel op Rock Werchter thuishoren. Maar eerst moet er nog een hele dag vol zware metalen en springerige danspop doorploegd worden. Mastodon stelt al even na de middag orde op zaken. Wie na drie dagen geen flinke brok progressive metal aankan, was beter in tent of bed blijven liggen. Onverbiddelijk wordt “Oblivion” over het publiek heen gestort, de indrukwekkende opener van Crack The Skye -- nu al een van onze albums van het jaar. Mastodon ploegt zich geconcentreerd en zonder veel franjes doorheen een set met voornamelijk songs uit hun laatste twee albums. Hoogtepunt is “The Czar” dat gedurende elf minuten laveert tussen hardcore, grunge en classic rock. Mastodon speelt virtuoos snoeihard, maar met oog voor nuance, dynamiek en melodie. Hulde! Met brede grijns en de vermoeidheid intussen stevig onder controle, benen we -- wild luchtsolerend -- richting Marquee voor het ranzige hiphopfestijn dat De Jeugd Van Tegenwoordig heet. P. Fabergé, Willy Wartaal, Vieze Fur en de Neger Des Heils bouwen een stevig feestje, daarbij geholpen door u, die de vermoeidheid plots ook helemaal vergeten bent. U laat zich horen, houdt de handen hoog en schudt (indien mogelijk) met die kut, terwijl van op het podium vette en cheesy beats elkaar afwisselen en de grootste onzin over u heen wordt gestort. Feest! Dachten wij trouwens dat blues eerder iets was voor Swing Wespelaar twee dorpen en evenveel maanden verder, dan hadden we het serieus mis. Oude knar Seasick Steve doet het met drie snaren en een drummer van de Animalschool en pakt een bakkende en stomende wei (die klotezon) in met straffe songs en een geweldig hillbilly-accent (in gedachten horen we hem Cletus-gewijs om zijn Brandine roepen). Een stomend "Diddly Bo" -- gebracht op de eensnarige Diddley Bow -- is een hoogtepunt dat ons meer doet dansen dan 2ManyDJ's de dag vooraf. En omdat een grijze bok altijd wel een jong blaadje lust, haalt hij plots een glunderend meisje uit het publiek dat de ballad "Walking Man" toegezongen krijgt. Jammer genoeg voor de snoeper heeft ze meer oog voor de rest van de wei dan voor hem. Vrouwen? Dat het ondankbare wezens zijn, meneer, en Seasick eindigt dan ook maar met een lang rammelend bluesverhaal over hoe hij als dertienjarige besloot zijn helse stiefvader achter zich te laten en aan een zwervend leven begon. "Ik speelde gewoon voor de muntstukken in mijn hoed. Zie me hier nu zitten", monkelt hij. Het publiek blijft maar het refrein van dat "Dog House" zingen, terwijl de man en zijn drummer afscheid nemen. Wij? We hadden het nooit gedacht, maar we geloven de blues plots een stuk meer. The Mars Volta heeft er naar goede gewoonte veel zin in en zanger Bixler-Zavala vindt zoals gewoonlijk dat het publiek niet enthousiast genoeg is. “Oh you are awake? We thought you were sleeping, and we’re just having a party among ourselves up here. So is anyone listening to us?” (publiek juicht) “Oh well, don't worry, your favorite bands will be on shortly”. Dat Bixler-Zavala's voornaamste verdienste in de band is om op erg geïnspireerde wijze de meer hysterische tics van Robert Plant te bezigen, terwijl een bende virtuozen achter hem de sterren van de hemel speelt, zal wel enige frustratie met zich meebrengen. Maar toch: dat soort arrogantie zal de band zeker geen nieuwe fans opleveren. Als we Bixler-Zavala gewoon negeren, speelt The Mars Volta toch nog een erg geïnspireerde set vol psycho-blues-prog-metal (waarvan we de titels niet gaan opzoeken, omdat ze te belachelijk zijn), die ons ertoe aanzetten om die albums en zeker hun nieuwe eens te herbeluisteren. Dat de aanvankelijk vrij lege weide tijdens het concert meer en meer volliep en u met zijn allen ondanks en kleine zondvloed ook bleef staan, doet vermoeden dat we daar niet alleen in zijn. Ook Lady Linn & Her Magnificent Seven houden het ondanks een tentzeil niet droog. Net als bij The National vorig jaar, drupt het ook op het podium. "Wree schaamtelijk" indeed, maar La Linn laat het niet aan haar hart komen en staat zo aandoenlijk te stralen tussen haar zeven muzikanten en nog wat extra strijkers dat het gewoon mooi is. Na blues, ook nog swingjazz op Werchter? What's next? Milk Inc? Maar deze kleine diva doet dat goed, met alleraanstekelijkste versies van nummers als "I Don't Wanna Dance" van Eddie Grant en het eigen, geweldig swingende "A Love Affair". Black Eyed Peas mag ook een hiphopfeestje bouwen, met meer toeters en bellen dan de Jeugd Van Tegenwoordig. Meer hitjes ook, maar vooral ook een stuk afgelikter. Aangenaam om naar te kijken, inclusief goeie en niet-gratuite Michael Jackson-hommage, maar allemaal net dat tikje te Amerikaans om echt te bekoren. Het publiek lust er duidelijk pap van en verdient na drie dagen hitte, een stortbui en een hoop zware metalen wel een verzetje. Ghinzu komt uit Brussel, is van daaruit naar het zuiden toe aardig populair maar in Vlaanderenland schromelijk miskend. Er stond dan ook niet zo ontzettend veel volk in de Marquee. De set opent met het meeslepende “Mother Allegra” dat vergelijkingen met The National oproept. Op album weet Ghinzu niet altijd even hard te boeien, maar live komt de vreemde mix van glam, pop, rock en luisterliedjes geweldig tot zijn recht. Halfweg de set blijken er plots problemen met het keyboard te zijn, waardoor de groep noodgedwongen tien minuten van het podium moet. De band laat het echter niet aan zijn hart komen en blaast ons -- wanneer de techniek weer werkt -- pas echt weg met een verschroeiende finale. “Kill The Surfers” eindigt in een totaal pandemonium. Waarde landgenoten: Ghinzu verdient uw aandacht meer dan het gros van wat tegenwoordig als geloofwaardige Vlaamse artiest door het leven gaat. Hebben we daarentegen ondertussen een keer of vier teveel gezien: Kaiser Chiefs. Ricky Wilson was voor de gelegenheid wat afgevallen, maar voor de rest was het stramien gekend: na ongeveer drie nummers zit hij zowat in het publiek, een kwartier later hangt hij ergens in de stellingen rond het podium. Ook muzikaal moeten we ook na een derde plaat geen verrassingen verwachten. Kaiser Chiefs moet het hebben van een goedkope en platte update van de typisch Britse hoempa-have-you-seen-that-man? van The Kinks die alle subtiliteit en finesse ontbeert. Als Blur echt terug is, worden Kaiser Chiefs met andere woorden helemaal overbodig. U vond het niettemin allemaal dolletjes, wij voelden ons opnieuw de grumpy old man van dienst. "Everything is average nowadays" klinkt het twee nummers ver in de set. Geef ons de pap in de mond, anders, Ricky. Een Kaiser Chiefsembargo voor de komende jaren dringt zich op.
En hoezee, daar staat Metallica weer voor hun jaarlijkse passage op een Belgisch festivalpodium. Het podium ziet er bijna hetzelfde uit als op Pukkelpop, we verwachten dan ook dezelfde gezapige metalact die op hoog volume enkele klassiekers over ons heen blaast, maar daarbij her en der steekjes laat vallen, natuurlijk zonder de drive van hun beginjaren (en hoe kunnen wij, snotjongens dat eigenlijk weten?). Maar zie: Metallica speelt scherper dan we hen ooit hoorden. Een hele resem classics (“Blackened”, “Creeping Death”, “One”) passeren in het eerste uur, tot de boel dankzij enkele nieuwe songs als een soufflé ineen zakt. Het nieuwe materiaal is live nog vermoeiender, langdradiger en stuurlozer dan op plaat. Het lijkt of er een Metallica-parodie op het podium staat. Oude krakers “Welcome Home (Sanitarium)” en “Sad But True” lijken het zaakje weer op de sporen krijgen, maar dan mogen Roberto Trujillo en Kirk Hammett nog even soleren en volgen bij wijze van doodsteek nog twee tracks uit Death Magnetic. Net als we de handdoek in de ring willen werpen, roepen Hetfield en de zijnen ons terug met het onverwoestbare “Master Of Puppets” om ons daarna definitief naar huis te jagen met een drammerig “Dyers Eve”. En zo missen we een ongetwijfeld mooi “Nothing Else Matters” en een indrukwekkend “Enter Sandman”, maar die hadden we vorig jaar al gezien op Pukkelpop. En het jaar voordien op Werchter. Een groep die enkel nog kan scoren met materiaal van minstens 20 jaar oud, mag -- hoe grensverleggend dat oude materiaal ook is en goed ze dat ook brengen -- zo langzaamaan bij de nostalgie-acts geteld worden. En zolang Paul McCartney, David Bowie of David Gilmour Rock Werchter niet hebben afgesloten, mag Metallica wat ons betreft ook weer wegblijven. Conclusies? Dat er geen zijn misschien. Werchter was Werchter dit jaar: een ratjetoe van de best scorende groepen die naar een stuk groen in het landelijke Rotselaar te lokken waren. Brokken van de affiche waren van het beste dat Schueremans al uit zijn hoed toverde, maar al te vaak was het weer gapen bij de zoveelste rerun van een herhaling van een remake. En dan was er ook nog iets met een inlands groepje dat een paar bekende hitjes heeft. U ging belachelijk hard uit de bol. Mogen we aannemen dat dat om te lachen was? 8 July 2009 |
Meer Werchter 2009
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||



"Wave Goodbye 1989-2009" heet de tour die